wetzoeker

11.7.4 Directeur-Generaal der PTT (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

(164) HANDELING

Het ‘adviseren’ van de Minister van Financiën met betrekking tot de PCGD en de RPS in hun hoedanigheid van kredietinstelling.

N.B. De directeur-generaal der PTT is aangemerkt als representatieve organisatie.

Periode: 1979–1985

Grondslag: WTK 1978, art. 28.2.

Voorstel: b (5)

(588) HANDELING

Het vaststellen van beschikkingen op beroepschriften van personen aan wie (door de directeur van de PCGD) een machtiging tot het openen van een postrekening is geweigerd.

Periode: 1940–1966

Grondslag: Girobesluit 1934, art. 2.1.; Girobesluit 1955, art. 2.4.

Voorstel: v Termijn: 10 jaar na beschikking

(594) HANDELING

Het vaststellen van regelingen waarbij wordt bepaald dat de rechten voor overschrijving op een rekening-courant bij een buitenlandse postcheque- en girodienst (geheel of ten dele) niet verschuldigd zijn.

Periode: 1949–1955

Grondslag: Girobesluit 1934, art. 35.1.g., zoals gewijzigd bij Besluit van 25 maart 1949, Stb. J. 136/Stb.

493, art. 1.

Voorstel: b (5)

(601) HANDELING

Het verlenen van ontheffingen van de verplichting van geheimhouding ten zake van ‘alle overige zaken, welke door hunne ambtsvervulling te hunner kennis komen’ aan ambtenaren die met de uitvoering van de dienst (PCGD) worden belast.

Periode: 1940–(1985)

Grondslag: Girobesluit 1934, art. 45.2.; Girobesluit 1955, art. 26.; Girobesluit 1966, art. 25.; art.27 (1972)

Voorstel: v Termijn: 5 jaar na vervallen van de ontheffing

(602) HANDELING

Het vaststellen van regelingen houdende de bedragen waartegen lijsten van rekeninghouders beschikbaar kunnen worden gesteld.

Periode: 1955–1966

Grondslag: Girobesluit 1955, art. 5.3.

Voorstel: b (5)

(603) HANDELING

Het beschikbaar stellen van lijsten van rekeninghouders.

Periode: 1955–1966

Grondslag: Girobesluit 1955, art. 5.3.

Voorstel: v Termijn: 1 jaar na datum

(607) HANDELING

Het vaststellen van regelingen houdende vaststelling van de wijze van berekening van het rente-bedrag (en – tot 1974 – het maximum rentegevend tegoed) en de gevallen waarin op rentevergoeding geen aanspraak kan worden gemaakt (bij postrekeningen) (sinds 1972).

Periode: 1972–(1985)

Grondslag: Girobesluit 1966, art. 22.2.

Voorstel: b (5)

(608) HANDELING

Het vaststellen van regelingen houdende vaststelling van de verschuldigde rechten en vergoedingen voor diensten en werkzaamheden (anders dan in art. 20, lid 1 t/m 3 – 1955–of art. 19, lid 1 en 2 – 1966–genoemd).

Periode: 1955–(1985)

Grondslag: Girobesluit 1955, art. 20.4.; Girobesluit 1966, art. 19.4.; art. 21.4. (1972)).

Voorstel: b (5)

(609) HANDELING

Het vaststellen van beschikkingen op bezwaarschriften van personen en instellingen tegen besluiten van de directeur van de PCGD.

Periode: 1966–(1985)

Grondslag: Girobesluit 1966, art. 26.; art. 28. (1972)

Voorstel: v Termijn: 10 jaar na beschikking

(612) HANDELING

Het doen van voordrachten voor de vaststelling van instructies van de directeur van de PCGD.

Periode: 1945–1955

Grondslag: Organiek Besluit PTT 1928, zoals gewijzigd bij Besluit van 3 september 1945, Stb. F 156, art. 8.; Organiek Besluit P.T.T. 1946, art. 7.

Voorstel: b (4)

(614) HANDELING

Het vaststellen van beschikkingen tot benoeming van de adjunct-directeur van de PCGD.

Periode: 1955–(1976)

Grondslag: Organiek Besluit PTT 1955, art. 25.

Voorstel: v Termijn: 75 jaar na geboortedatum

(649) HANDELING

Het doen van mededeling aan de Minister van Financiën van de noodzaak tot wijziging van het bedrag van de kasreserve als dat door wijziging van het percentage voor de kasreserve of door wijziging van het bedrag der op de postrekeningen gestorte en nog niet terugbetaalde bedragen noodzakelijk is.

Periode: 1957–1975

Grondslag: Beschikking van 8/17 april 1957, Stcrt. 81, art. 2.3.; art. 2.2. (1972);

Voorstel: v Termijn: 5 jaar na datum

(652) HANDELING

Het doen van mededeling aan de directeur van de Rijkspostspaarbank van de mogelijkheid dat een bedrag voor belegging kan worden aangewend.

Periode: 1957–(1985)

Grondslag: Beschikking van 8/17 april 1957, Stcrt. 81, art. 3.1.

Voorstel: v Termijn: 5 jaar na datum

(656) HANDELING

Het wederzijds aangaan van overeenkomsten inzake het aanhouden van kasreserves van de PCGD bij De Nederlandsche Bank.

Periode: 1975–(1985)

Grondslag: Beschikking van 8/17 april 1957, Stcrt. 81, art. 1.1. (1975)

Voorstel: b (5)

(657) HANDELING

Het doen van mededeling aan de Minister van Financiën van wijziging van de bedragen van de kasreserves die door de PCGD bij De Nederlandsche Bank moeten worden aangehouden.

Periode: 1975–(1985)

Grondslag: Beschikking van 8/17 april 1957, Stcrt. 81, art. 2.1. (1975)

Voorstel: v Termijn: 5 jaar na datum

(661) HANDELING

Het vaststellen van beschikkingen ter voorziening in de waarneming van de funktie van directeur of onderdirecteur der RPS in geval van beider afwezigheid.

Periode: 1942–1955

Grondslag: Postspaarbankwet, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 2.3.

Voorstel: v Termijn: 75 jaar na geboortedatum

(664) HANDELING

Het doen van voordrachten voor de vaststelling van instructies van de directeur van de RPS.

Periode: 1942–1955

Grondslag: Postspaarbankwet, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 3.1.

Organiek Besluit PTT 1928, zoals gewijzigd bij Besluit van 3 september 1945, Stb. F 156, art. 8.; Organiek Besluit P.T.T. 1946, art. 8.

Voorstel: b (4)

(666) HANDELING

Het voeren van het opperbevel/het beheer over de RPS/de directeur van de RPS; het medevertegenwoordigen (naast de directeur van de RPS) van het Staatsbedrijf der PTT in zaken de RPS betreffende.

Periode: 1942–1985

Grondslag: Postspaarbankwet, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 2.1.; art. 4.1.; Postspaarbankwet 1954, art. 3.1.; art. 4.1.

Voorstel: b (5)

(673) HANDELING

Het vaststellen van regelingen tot aanwijzing van de kantoren der posterijen waar inleg en terugbetaling uit de RPS kan geschieden.

Periode: 1940–1955

Grondslag: Postspaarbankwet, art. 5.1.; Postspaarbankwet, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 5.1.

Voorstel: b (5)

(675) HANDELING

Het vaststellen van regelingen houdende de openingsuren van de voor de spaarbankdienst opengestelde kantoren der posterijen.

Periode: 1940–1955

Grondslag: Postspaarbankbesluit, art. 2.; Postspaarbankbesluit, zoals gewijzigd bij uitvoeringsbesluit

reorganisatie RPS, art. 2.

Voorstel: b (5)

(676) HANDELING

Het vaststellen van regelingen waarin wordt bepaald dat inleg en uitbetaling in contanten niet bij elk kantoor kunnen geschieden.

Periode: 1955–1985

Grondslag: Postspaarbankbesluit 1955, art. 4.

Voorstel: b (5)

(678) HANDELING

Het vaststellen van regelingen houdende regels volgens welke inleg bij de RPS kan plaatsvinden door overschrijving of storting op een door de directeur der RPS aan te wijzen rekening ten name van de RPS bij de PCGD.

Periode: 1940–1942

Grondslag: Postspaarbankbesluit, art. 10bis.

Voorstel: b (5)

(679) HANDELING

Het aanwijzen van een rekening ten name van de RPS bij de PCGD waarop kan worden ingelegd door overschrijving of storting.

Periode: 1942–1955

Grondslag: Postspaarbankbesluit, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 10bis.

Voorstel: v Termijn: 5 jaar na vervallen van de rekening

(683) HANDELING

Het vaststellen van regelingen tot opschorting van de uitgifte van bepaalde soorten beleggingsbewijzen voor ten hoogste een maand.

Periode: 1974–1985

Grondslag: Postspaarbankbesluit 1955, zoals gewijzigd bij Besluit van 17 december 1973, Stb. 624, art. 10.c.2.

Voorstel: b (5)

(685) HANDELING

Het vaststellen van regelingen tot opschorting van de gelegenheid tot de inleg van gelden met betrekking tot één of meer categorieën van spaardeposito’s voor ten hoogste een week.

Periode: 1975–1985

Grondslag: Postspaarbankbesluit 1955, zoals gewijzigd bij Besluit van 15 april 1975, Stb. 201, art. 10.e.7.

Voorstel: b (5)

(686) HANDELING

Het verlenen van ontheffingen aan medewerkers van de RPS van de verplichting tot stipte geheimhouding van hetgeen bij de uitoefening van de dienst te hunner kennis komt.

Periode: 1955–1985

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
28-11-2007
BWB-id
BWBR0022898
Versie
2007-11-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl