9.1.5.2 Rijkspostspaarbank (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
(660) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van (Koninklijke) Besluiten:
a. tot benoeming, schorsing en ontslag van de directeur/onderdirecteur van de RPS;
b. voorziening in de tijdelijke waarneming van hun functies bij verhindering, afwezigheid of ontstentenis van zowel de directeur als de onderdirecteur (tot 1942).
Periode: 1940–1985
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 2.4.; art. 2.5.
Postspaarbankwet, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit reorganisatie RPS, art. 3. Postspaarbankwet 1954, art. 3.4.
Organiek Besluit PTT 1928, art. 3.; Organiek Besluit PTT 1946, art. 4.; Organiek Besluit PTT 1955, art. 25 (vervalt in 1983).
Waardering: b (4)
(667) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur inzake de wijze van benoeming, schorsing en ontslag van de ambtenaren der RPS (m.u.v. de directeur en de onderdirecteur).
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 2.5.
Waardering: b (1)
(674) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur:
a. regelende de inleg en terugbetaling van gelden uit de RPS;
b. regelende toelating van bepalingen, welke hij, die een inleg doet op een nieuw boekje ten name van een ander, kan stellen;
c. tot vaststelling van regelingen die afwijken van het bepaalde in de voorgaande leden van artikel 5;
d. inzake de voorwaarden waaronder gelegenheid wordt gegeven tot het openen van een spaarrekening en het daarop rentegevend inleggen van gelden, alsmede tot het sluiten van andere spaarcontracten bij de RPS.
N.B. Tot 1955 was de Minister belast met etc. de hoofdactor, daarna de Minister van Financiën.
Periode: 1940–1985
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 5.1.; art. 5.5.; art. 5.6.; Postspaarbankwet 1954, art. 7.1.
Waardering: b (5)
(682) HANDELING
Het vaststellen van Ministeriële regelingen tot opschorting of beëindiging van de uitgifte van beleggingsbewijzen.
Periode: 1975–1985
Grondslag: Postspaarbankbesluit 1955, zoals gewijzigd bij Besluit van 17 december 1973, Stb. 624, art. 10.c.1.
Waardering: b (5)
(684) HANDELING
Het vaststellen van Ministeriële regelingen waarin bij de vaststelling van de rentevoet voor spaardeposito’s wordt onderscheiden naar de duur van de inleg en het minimum bedrag van de inleg.
Periode: 1975–1985
Grondslag: Postspaarbankbesluit 1955, zoals gewijzigd bij Besluit van 15 april 1975, Stb. 201, art. 10.e.2.
Waardering: b (5)
(690) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur houdende nadere voorschriften betreffende de inschrijving en doorhaling van de inschrijving in de bescheiden van de RPS van de rechterlijke uitspraak inzake het bevel of de toestemming tot het verbinden van gelden, welke zijn ingelegd om te dienen tot zekerheid van voogdijbeheer.
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 10.9.
Waardering: b (5)
(692) HANDELING
Het vaststellen van (Ministeriële) regelingen tot verlenging – de raad van toezicht gehoord/de commissie van advies gehoord – van de termijn waarbinnen aan elke aanvraag om terugbetaling van op spaarbankboekjes verschuldigde gelden moet worden voldaan.
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 16.2.
Waardering: b (5)
(695) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur:
a. waarin wordt bepaald hoeveel de RPS als commissieloon en verdere kosten in rekening mag brengen aan rekeninghouders, die gebruik maken van de mogelijkheid om door tussenkomst van de RPS inschrijvingen op naam in een Grootboek van de Nationale Schuld, rentegevende obligatiën ten laste van de Staat, of certificaten aan toonder van inschrijving in een Grootboek te doen aankopen;
b. tot vaststelling van het formulier, waarbij de inlegger de directeur van de RPS machtigt om over te gaan tot invordering van de rente van het kapitaal, dat ten kantore van de Directeur van het Grootboek der Nationale Schuld op enig hoofd van rekening door tussenkomst van de RPS is ingeschreven (tot 1942).
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. art. 8.2.; art. 8.4.
Waardering: b (5)
(697) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur:
a. tot vaststelling van het percentage, waarmee de waarde van inschrijving in het Grootboek der Nationale Schuld mag worden vermeerderd in geval van op- of afschrijvingen van Staatsschuldboekjes;
b. vaststelling van de regelen betreffende het in en afschrijven op Staatsschuldboekjes;
c. vaststelling van de hoogte van het commissieloon dat de RPS in rekening mag brengen in verband met inschrijvingen op of afschrijvingen van Staatsschuldboekjes.
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 9.5.; art. 9.7.
Waardering: b (5)
(698) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur:
a. inzake de voorwaarden waaronder aan inleggers gelegenheid wordt gegeven tot het verkrijgen – ten laste van hun tegoed – van inschrijving in een staatsschuldboekje;
b. inzake de voorwaarden waaronder ten behoeve van inleggers bemiddeling wordt verleend voor het aankopen van nationale schuld ten laste van hun tegoed;
c. inzake de voorwaarden waaronder de rente van beleggingen in staatsschulden als inleg op een spaarrekening wordt bijgeschreven.
Periode: 1955–1985
Grondslag: Postspaarbankwet 1954, art. 7.2.
Waardering: b (5)
(699) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur tot vaststelling van de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder duplicaatboekjes kunnen worden afgegeven of spaarbankboekjes kunnen worden vervangen.
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 11.2.
Waardering: b (5)
(700) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur tot vaststelling van de hoogte van de rente die wordt uitgekeerd op spaarrekeningen/tot vaststelling van de rentevoet, de wijze van berekening van het rentebedrag, het maximum rentegevend tegoed en de gevallen waarin de rentevergoeding kan worden beëindigd.
Periode: 1940–1971
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 13.2.; Postspaarbankwet 1954, art. 7.3.
Waardering: b (5)
(701) HANDELING
Het vaststellen van nadere voorschriften voor de uitvoering van de bepaling in art. 23.5. van het Postspaarbankbesluit: ‘Voor zoveel de door den directeur ingeleverde saldobiljetten in orde zijn bevonden, wordt op elken renteverschijndag te zijner beschikking gesteld de alsdan verschenen rente van alle door tusschenkomst van den RPS verkregen inschrijvingen, waarvan de rente, krachtens procuratie als in het tweede lid bedoeld, door den directeur wordt geïnd.’
Periode: 1940–1955
Grondslag: Postspaarbankbesluit, art. 23.6.
Waardering: b (5)
(702) HANDELING
Het voorbereiden, vaststellen, wijzigen en intrekken van Ministeriële regelingen houdende vaststelling van de rentevoet, de wijze van berekening van het rentebedrag, de gevallen waarin de rentevergoeding kan worden beëindigd en, zo nodig, een maximum rentegevend tegoed.
Periode: 1971–1985
Grondslag: Postspaarbankwet 1954, zoals gewijzigd bij Wet van 9 december 1970, Stb. 663, art. 7.3.
Waardering: b (5)
(704) HANDELING
Het opstellen van lastgevingen waarbij de voordelige sloten van de rekeningen van de ontvangsten en uitgaven door de ambtenaren van de posterijen gedaan ten behoeve van de RPS aan de RPS ter beschikking wordt gesteld.
Periode: 1940–1942
Grondslag: Postspaarbankwet, art. 17.2.
Waardering: v Termijn: 10 jaar na lastgeving
(710) HANDELING
Het voorbereiden, vaststellen, wijzigen en intrekken van Ministeriële regelingen houdende:
a. algemene regels met betrekking tot het beleid terzake van de werkzaamheid van de RPS als spaarbank;
b. algemene aanwijzingen ter nadere regeling van het bepaalde in art. 4.2.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 28-11-2007
- BWB-id
- BWBR0022898
- Versie
- 2007-11-28_0