wetzoeker

9.1.3 Regulering van en toezicht op het kredietwezen en de kredietinstellingen (1952–) (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

(127) HANDELING

Het verlenen van machtiging aan De Nederlandsche Bank om een afdeling of onderafdeling van het register van kredietinstellingen door een ander orgaan te laten bijhouden.

Periode: 1952–1956

Grondslag: WTK 1952, art. 2.3.

Waardering: b (5)

(129) HANDELING

Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot vaststelling van de inrichting van het register van kredietinstellingen.

Periode: 1978–1992

Grondslag: WTK 1978, art. 12.1.

Waardering: b (5)

(132) HANDELING

Het voorbereiden van beschikkingen op beroepschriften van kredietinstellingen tegen besluiten van De Nederlandsche Bank tot:

a.inschrijving van een onderneming of een instelling in een afdeling of onderafdeling van het register van kredietinstellingen;

b.doorhaling van een dergelijke inschrijving.

Periode: 1952–1978

Grondslag: WTK 1952, art. 5.2.; WTK 1956, art. 5.2.

Waardering: b (5)

(134) HANDELING

Het voorbereiden van beschikkingen op beroepschriften van kredietinstellingen tegen besluiten van De Nederlandsche Bank om hun verzoek tot doorhaling van de inschrijving in een afdeling of onderafdeling van het register van kredietinstellingen niet in te willigen.

Periode: 1952–1978

Grondslag: WTK 1952, art. 6.3.; WTK 1956, art. 6.3.

Waardering: v Termijn: 10 jaar na beschikking

(137) HANDELING

Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot vaststelling van het bedrag aan eigen middelen of vermogen waarover kredietinstellingen moeten beschikken om in het register van kredietinstellingen te worden ingeschreven, alsmede tot vaststelling van de vermogensbestanddelen die tot die eigen middelen moeten worden gerekend.

Periode: 1952–1992

Grondslag: WTK 1952, art. 3.2.; WTK 1952, art. 3.6.; WTK 1956, art. 3.2.; WTK 1978, art. 10.1.

Waardering: b (5)

(141) HANDELING

Het voorbereiden van beschikkingen op beroepschriften van ondernemingen en instellingen die weigeren inlichtingen te verstrekken aan De Nederlandsche Bank, omdat zij van mening zijn dat de gevraagde inlichtingen niet geacht kunnen worden nodig te zijn om te beoordelen of al dan niet tot inschrijving in het register van kredietinstellingen moet worden overgegaan.

Periode: 1952–1978

Grondslag: WTK 1952, art. 8.6.; WTK 1956, art. 8.6.

Waardering: v Termijn: 10 jaar na beschikking

(143) HANDELING

Het – in afwijking van het bepaalde in artikel 64 (geheimhouding van gegevens die ingevolge deze wet zijn verkregen) – verstrekken van inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn taak aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties, dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties, die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen, die op die markten werkzaam zijn.

Periode: 1993–....

Grondslag: WTK 1992, art. 65.

Waardering: v Termijn: 10 jaar na verstrekking

(144) HANDELING

Het ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens en inlichtingen met betrekking tot het toezicht op de financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, ten behoeve van instanties uit staten waarmee die verdragen gesloten zijn en die in die staat belast zijn met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op het kredietwezen, vragen van inlichtingen of instellen van onderzoeken bij een ieder, die ingevolge deze wet onder zijn toezicht valt, dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed, dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld.

Periode: 1993–1994

Grondslag: WTK 1992, art. 66.

Waardering: v Termijn: 10 jaar na datum

(148) HANDELING

Het ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens en inlichtingen, dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op de financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, ten behoeve van instanties uit de staten waarmee die verdragen gesloten zijn of die met Nederland vallen onder dezelfde bindende besluiten van een volkenrechtelijke organisatie, en die in die staat belast zijn met de uitvoering van de wettelijke regelingen inzake het toezicht op het kredietwezen, vragen van inlichtingen of instellen van onderzoeken bij een ieder, die ingevolge deze wet onder zijn toezicht valt, dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed, dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld.

Periode: 1994–....

Grondslag: WTK 1992, zoals gewijzigd bij Wet van 17 maart 1994, Stb. 235, art. 66.; art. 66a.

Waardering: v Termijn: 10 jaar na datum

(152) HANDELING

Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten, waarbij bepaald wordt, dat het toezicht op de landbouwkredietbanken, de algemene spaarbanken en commissionairs in effecten (1952), of het toezicht op bepaalde groepen van kredietinstellingen, voorzover dit toezicht strekt in het belang van de solvabiliteit en de liquiditeit van de betreffende instellingen, geheel of ten dele zal worden uitgeoefend door andere organen dan De Nederlandsche Bank.

Periode: 1952–....

Grondslag: WTK 1952, art. 9.; WTK 1956, art. 9.; WTK 1978, art. 17.; WTK 1992, art. 4.1.

Waardering: b (5)

(155) HANDELING

Het voorbereiden, vaststellen, wijzigen en intrekken van Ministeriële regelingen tot aanwijzing van representatieve organisaties op het gebied van het kredietwezen.

Periode: 1952–....

Grondslag: WTK 1952, art. 10.1.; art. 11.1.; WTK 1956, art. 10.1.; art. 11.2.; WTK 1978, art. 29.4.; art. 30.4.; WTK 1992, art. 1.1.d.

Waardering: b (5)

(162) HANDELING

Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring, wijziging, verlenging en intrekking van algemene voorschriften inzake de bedrijfsvoering, welke De Nederlandsche Bank aan geregistreerde kredietinstellingen kan opleggen i.v.m. haar taak ten aanzien van de regulering van de waarde van de Nederlandse geldeenheid (de Bankraad gehoord).

N.B.Voor de Postcheque en Girodienst, de Rijkspostspaarbank en de diensten waarop de Girowet 1936 van toepassing is, worden de besluiten genomen gezamenlijk met de Minister belast met de zorg voor de zaken van het Staatsbedrijf der PTT en de Minister van Binnenlandse Zaken (vgl. art. 28).

Periode: 1952–1992

Grondslag: WTK 1952, art. 10.2.; art. 12; WTK 1956, art. 10.5.; WTK 1978, art. 22.5. [N.B. Zie ook artikel 28.2.]

Waardering: b (5)

(165) HANDELING

Het voorbereiden van de vaststelling van wetten tot bekrachtiging van besluiten, houdende goedkeuring van de algemene voorschriften inzake de bedrijfsvoering van kredietinstellingen, i.v.m. de regulering van de waarde van de Nederlandse geldeenheid (1952: indien die besluiten in afwijking van de adviezen van de Bankraad zijn genomen).

N.B.Voor de Postcheque en Girodienst, de Rijkspostspaarbank en de diensten, waarop de Girowet 1936 van toepassing is, worden de wetten voorbereid gezamenlijk met de Minister belast met de zorg voor de zaken van het Staatsbedrijf der PTT, dan wel met de Minister van Binnenlandse Zaken (vgl. art. 28).

Periode: 1952–1992

Grondslag: WTK 1952, art. 10.3.; WTK 1956, art. 10.6.; WTK 1978, art. 22.6.

Waardering: b (5)

(170) HANDELING

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
28-11-2007
BWB-id
BWBR0022898
Versie
2007-11-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl