9.1.2 Regulering van en toezicht op de centrale bank (1940–) (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
(11) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van bijzondere wetten, waarbij circulatiebanken worden opgericht en waarbij aan buitenlandse circulatiebanken wordt toegestaan hun bankbiljetten hier te lande in omloop te brengen.
Periode: 1940–1948
Grondslag: Bankwet 1937, art. 1.
Waardering: b (1)
(12) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot vaststelling van de termijn, waarvoor De Nederlandsche Bank gerechtigd is om als circulatiebank werkzaam te zijn of tot opzegging van de bereidheid tot verlenging van die termijn.
Periode: 1940–1948
Grondslag: Bankwet 1937, art. 2.
Waardering: b (1)
(13) HANDELING
Het vaststellen van beschikkingen tot benoeming – in het geval van het niet verlengen van de termijn waarvoor De Nederlandsche Bank als circulatiebank mag optreden – van één van de deskundigen die belast is met het schatten van de waarde van de onroerende goederen en het meubilair van De Nederlandsche Bank.
Periode: 1940–1948
Grondslag: Bankwet 1937, art. 35.1.
Waardering: v Termijn: 5 jaar na datum
(14) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring van de inrichting der Bijbank en de agentschappen van De Nederlandsche Bank.
Periode: 1940–1948
Grondslag: Bankwet 1937, art. 5.5.
Waardering: b (1)
(15) HANDELING
Het voorbereiden van wetgeving ter vergroting van het maatschappelijk kapitaal van De Nederlandsche Bank.
Periode: 1940–1948
Grondslag: Bankwet 1937, art. 6.2.
Waardering: b (1)
(18) HANDELING
Het vaststellen van Ministeriële regelingen tot goedkeuring van de vorming van bijzondere reserves door De Nederlandsche Bank en tot goedkeuring van stortingen in en onttrekkingen aan deze reserves.
Periode: 1940–....
Grondslag: Bankwet 1937, art. 9.; Bankwet 1948, art. 6.
Waardering: b (5)
(19) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring van het Reglement van het Pensioenfonds van het personeel van De Nederlandsche Bank.
Periode: 1940–....
Grondslag: Bankwet 1937, art. 10.; Bankwet 1948, art. 8.
Waardering: b (5)
(23) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring van het verrichten door De Nederlandsche Bank van andere activiteiten dan in de Bankwet genoemd.
Periode: 1940–....
Grondslag: Bankwet 1937, art. 11.2.; Bankwet 1948, art. 21.
Waardering: b (1)
(39) HANDELING
Het (mede)vaststellen van regels inzake het uitoefenen en nakomen van de rechten en verplichtingen samenhangende met het aanhouden van posities en het verrichten van transacties met betrekking tot Nederlandse posities in de Algemene Rekening van het IMF door De Nederlandsche Bank.
Periode: 1973–....
Grondslag: Besluit van 7 mei 1973, Stb. 211 , art. 1.
Waardering: b (5)
(50) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur houdende nadere regels, volgens welke de centrale bank toezicht zal uitoefenen op het kredietwezen.
Periode: 1948–1956
Grondslag: Bankwet 1948, art. 9.4.
Waardering: b (5)
(54) HANDELING
Het (mede)voorbereiden, vaststellen, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur tot vaststelling van de bemoeiingen van De Nederlandsche Bank met de krachtens deze wet in de consignatiekas in bewaring gegeven effecten en het daarvoor te bedingen loon.
Periode: 1940–
Grondslag: Wet van 27 maart 1936, Stb. 201, art. 3.
Waardering: b (5)
(58) HANDELING
Het (mede)vaststellen van Ministeriële regelingen houdende nadere regels met betrekking tot de uitvoering van deze wet (Wet consignatiekas).
Periode: 1940–
Grondslag: Wet van 27 maart 1936, Stb. 201, art. 11.
Waardering: b (5)
(59) HANDELING
Het – onder voorwaarden – verstrekken van voorschotten aan het fonds dat voor rekening en risico van de staat door aan- en verkoop van schriftelijke en telegrafische uitbetalingen, cheques en ander papier (buitenlands betaalbaar), alsmede van goud, de wisselkoersen op het buitenland tracht te beïnvloeden.
Periode: 1940–
Grondslag: Wet van 30 september 1936, Stb. 403, art. 2.
Waardering: v Termijn: 10 jaar na terugbetaling
(60) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van wettelijke bepalingen inzake de uitgifte of verpanding van bewijzen van vlottende schuld, waarmee in de voorschotten aan het fonds dat voor rekening en risico van de staat door aan- en verkoop van schriftelijke en telegrafische uitbetalingen, cheques en ander papier (buitenlands betaalbaar), alsmede van goud, de wisselkoersen op het buitenland tracht te beïnvloeden, mag worden voorzien.
Periode: 1940–
Grondslag: Wet van 30 september 1936, Stb. 403, art. 2.2.
Waardering: b (5)
(63) HANDELING
Het uitoefenen van toezicht op het beheer door De Nederlandsche Bank van het fonds dat voor rekening en risico van de staat door aan- en verkoop van schriftelijke en telegrafische uitbetalingen, cheques en ander papier (buitenlands betaalbaar), alsmede van goud, de wisselkoersen op het buitenland tracht te beïnvloeden.
Periode: 1940–
Grondslag: Wet van 30 september 1936, Stb. 403, art. 4.1.
Waardering: b (5)
(64) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van wetten houdende bepalingen omtrent het tijdstip en de wijze van verantwoording van in het fonds dat voor rekening en risico van de staat door aan- en verkoop van schriftelijke en telegrafische uitbetalingen, cheques en ander papier (buitenlands betaalbaar), alsmede van goud, de wisselkoersen op het buitenland tracht te beïnvloeden gestorte gelden.
Periode: 1940–(
Grondslag: Wet van 30 september 1936, Stb. 403, art. 4.3.
Waardering: b (1)
(66) HANDELING
Het vaststellen van Ministeriële regelingen tot aanwijzing van De Nederlandsche Bank als kassier van de Rijkspostspaarbank en/of van andere bij wet of door Ons in het leven geroepen instellingen en tot aanwijzing van De Nederlandsche Bank als bewaarder van alle geldswaarden van het Rijk en van die instellingen en van de door het Rijk en die instellingen in pand genomen waarden.
Periode: 1940–....
Grondslag: Bankwet 1937, art. 14.4.; Bankwet 1948, art. 19.4.
Waardering: b (1)
(68) HANDELING
Het geven van opdrachten aan De Nederlandsche Bank tot het verstrekken van renteloze voorschotten in rekening-courant aan de Staat tot tijdelijke versterking van ’s Rijks schatkist.
Periode: 1940–1993
Grondslag: Bankwet 1937, art. 16.; Bankwet 1948, art. 20.
Waardering: b (5)
(70) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten houdende nadere regels omtrent de begrenzing van het gezamenlijk bedrag der in omloop zijnde bankbiljetten, bankassignatiën en credit-saldi in rekening courant bij De Nederlandsche Bank.
Periode: 1940–1956
Grondslag: Bankwet 1937, art. 23.; Besluit 1 okt. 1945, Stb. F 204, art. 3.2.; Bankwet 1948, art. 17.
Wet van 11 jan. 1956, art. 3.
Waardering: b (5)
(76) HANDELING
Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van Koninklijke Besluiten tot benoeming, schorsing en ontslag van de president en de secretaris, respectievelijk de president, de secretaris en de directeuren (de directie) van De Nederlandsche Bank, alsmede tot ontslag van directieleden die weigeren of nalaten aanwijzingen als bedoeld in art. 26 van de Bankwet 1948 op te volgen.
Periode: 1940–....
Grondslag: Bankwet 1937, art. 25.; Bankwet 1948, art. 23.
Waardering: b (4)
(82) HANDELING
Het vaststellen van beschikkingen tot aanwijzing van één of meer personen, die de bevoegdheden, welke ingevolge de Verordening 58/1943 zijn toegekend aan de president van De Nederlandsche Bank en de overige leden van haar directie en die op grond van het Besluit van 17 september 1944, Stb. E 93, tijdelijk door de Minister van Financiën worden uitgeoefend, namens hem kunnen waarnemen.
Periode: 1945
Grondslag: Besluit 26 april 1945, Stb. F 61, art. 2.
Waardering: b (4, 6)
(83) HANDELING
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 28-11-2007
- BWB-id
- BWBR0022898
- Versie
- 2007-11-28_0