wetzoeker

4.1 — Toepassing verlegging algemeen Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer

Toepassing verlegging algemeen

De wet bevat een bepaling over de verlegging van de omzetbelasting die bij invoer is verschuldigd (zie artikel 23 van de wet). Deze verlegging houdt in dat bepaalde in de wet of door middel van een vergunning aangewezen personen de omzetbelasting voldoen op de binnenlandse periodieke aangifte als de in te voeren goederen voor hen zijn bestemd. De specifiek hiervoor geldende regels en voorwaarden zijn opgenomen in de uitvoeringsbeschikking (zie de artikelen 17 t/m 18b van de uitvoeringsbeschikking). Er kunnen drie categorieën worden onderscheiden:

1) Alle ondernemers en lichamen zijn aangewezen voor de invoer van bepaalde aangewezen goederen (zie artikel 17 en bijlage A van de uitvoeringsbeschikking);

2) Alle ondernemers en lichamen zijn aangewezen voor bepaalde goederen bij bevoorrading van vervoermiddelen (zie artikel 17a uitvoeringsbeschikking);

3) Individuele ondernemers met vergunning van de inspecteur voor andere goederen dan hiervoor bedoeld (zie artikel 18 en 18a van de uitvoeringsbeschikking).

Op het moment dat goederen worden binnengebracht (d.w.z. fysiek de grens van de Gemeenschap overschrijden) moet worden bepaald of de goederen zijn bestemd voor de aangewezen ondernemers, die beschikken over een artikel 23 vergunning. Daarbij kan zich bijvoorbeeld de situatie voordoen dat de ondernemer al als eigenaar over de goederen beschikt op het moment van invoer en de goederen voor hem bestemd zijn om te gebruiken in het kader van zijn eigen bedrijf. In gevallen waarbij goederen door een buitenlandse leverancier aan een aangewezen Nederlandse ondernemer worden geleverd onder de conditie dat de invoer plaatsvindt door de aangewezen ondernemer en daarvoor bestemd zijn, is de verleggingsregeling van artikel 23 van de wet van toepassing op die aangewezen ondernemer. Als goederen die bij het binnenbrengen bestemd waren voor een aangewezen ondernemer en na het binnenbrengen in de Gemeenschap onder een douaneregime zijn gebracht, is de verleggingsregeling van toepassing op die aangewezen ondernemer. Dat geldt ook als de goederen worden gestolen nadat de goederen onder een douaneregime zijn gebracht en de desbetreffende aangewezen ondernemer de goederen wilde leveren aan een andere aangewezen ondernemer. De bestemming in de zin van artikel 23 wijzigt pas als de goederen in de zin van de wet zijn geleverd aan een andere aangewezen ondernemer (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2003, BNB 2003/210). Ik licht de werking van artikel 23 toe aan de hand van de volgende voorbeelden.

Voorbeeld 1:

Een in Utrecht gevestigde handelaar is individueel aangewezen op grond van artikel 23 van de wet. Om zijn voorraad handelswaar op peil te houden koopt deze handelaar goederen bij een onderneming buiten de EU. Partijen komen overeen dat de goederen uit een land buiten de Gemeenschap in opdracht van de verkoper worden vervoerd en franco huis worden afgeleverd. De handelaar verstrekt aan de buitenlandse leverancier een afschrift van zijn artikel 23 vergunning. Onder deze omstandigheden staat vast dat de goederen zijn bestemd voor de Nederlandse koper. Om die reden dient de omzetbelasting bij invoer van de in Utrecht gevestigde ondernemer te worden geheven met toepassing van artikel 23.

Voorbeeld 2:

Een in Utrecht gevestigde handelaar in auto-onderdelen is individueel aangewezen op grond van artikel 23 van de wet. Deze ondernemer koopt goederen bij een onderneming die is gevestigd buiten de EU. De goederen uit een land buiten de Gemeenschap zullen in opdracht van de verkoper f.o.b. Rotterdam worden afgeleverd. In Rotterdam worden de goederen door een douane-expediteur in opdracht van de koper geplaatst onder de regeling extern communautair douanevervoer voor transport naar Utrecht. De koper heeft op dat moment de beschikkingsmacht over de goederen gekregen. Tijdens dit transport worden de goederen aan het douanetoezicht onttrokken. Het onderzoek door de Douane naar deze gebeurtenis blijft zonder resultaat. Onder deze omstandigheden staat vast dat de goederen bij het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn bestemd voor de Nederlandse koper. Om die reden dient de omzetbelasting bij invoer van de in Utrecht gevestigde ondernemer te worden geheven met toepassing van artikel 23.

Regeling
Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
24-11-2007
BWB-id
BWBR0022881
Versie
2007-11-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl