wetzoeker

3.1 — Algemeen Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer

Algemeen

De inspecteur heeft de mogelijkheid om de bij invoer verschuldigde omzetbelasting kwijt te schelden of daarvan teruggaaf te verlenen (zie artikel 22, lid 2, van de wet, juncto artikel 110a, van de Regeling verband houdende met de herziening van de douanewetgeving van 10 mei 1996/WD96/402). Aan deze mogelijkheid van kwijtschelding of teruggaaf komt beperkte betekenis toe. Alleen bij toepassing van artikel 22, eerste lid, van de Wet en wanneer geen aftrek van de omzetbelasting bij invoer mogelijk is, is de kwijtschelding of teruggaaf van feitelijk belang. Bijvoorbeeld bij de invoer van goederen door particulieren of ondernemers die geen belasting bij invoer in aftrek kunnen brengen. Het gaat om de gevallen waarin op grond van het CDW aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan (zie de artikelen 236 tot en met 241, van het CDW). De Douane verleent de kwijtschelding of teruggaaf. In beginsel houdt de Douane geen rekening met de mogelijke aftrek op de binnenlandse aangifte door de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd. Deze aangifte komt immers niet ter kennis van de Douane. Als de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend, komt deze belasting niet in aanmerking voor aftrek op de voet van artikel 15 (zie artikel 22, lid 3, van de wet). Om te voorkomen dat teveel omzetbelasting in aftrek wordt gebracht moet de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd daarvoor aan de Douane een ondertekende en gedateerde verklaring afgeven. In deze verklaring neemt de ondernemer uitdrukkelijk op dat hij de kwijt te schelden of terug te geven omzetbelasting niet in aftrek brengt of zal brengen. Als de ondernemer de omzetbelasting al in aftrek heeft gebracht, neemt hij in de verklaring op dat hij de omzetbelasting terugbetaalt over het aangiftetijdvak waarin de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend.

Ondernemers maken voor het vervullen van de douaneformaliteiten vaak gebruik van een douane-expediteur of een vertegenwoordiger als bedoeld in het CDW (zie artikel 5, van het CDW) en/of de fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in art. 33a van de wet. Die douane-expediteur of vertegenwoordiger neemt de verschuldigde omzetbelasting op in een afrekening. De ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd, gebruikt deze afrekening normaliter om zijn recht op aftrek van omzetbelasting aan te tonen. Om te voorkomen dat teveel omzetbelasting in aftrek wordt gebracht, moet de Douane naast de hiervoor bedoelde verklaring van de ondernemer beschikken over een ondertekende en gedateerde verklaring van de douane-expediteur of de vertegenwoordiger voordat de kwijtschelding of teruggaaf wordt verleend. In die verklaring geeft de douane-expediteur of de vertegenwoordiger aan dat de kwijt te schelden of terug te geven omzetbelasting niet in een afrekening is of wordt opgenomen. Als de omzetbelasting al in een afrekening is opgenomen, dan neemt de douane-expediteur of de vertegenwoordiger in de verklaring op dat hij een gecorrigeerde afrekening uitreikt.

Regeling
Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
24-11-2007
BWB-id
BWBR0022881
Versie
2007-11-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl