wetzoeker

Artikel 7 Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis

Instellingssubsidie

1 De instellingssubsidie wordt berekend door het totaal beschikbare subsidieplafond, zoals opgenomen in de hiernavolgende tabel, zodanig te verdelen onder de instellingen waaraan de instellingssubsidie wordt verstrekt dat elke instelling per cliënt hetzelfde percentage ontvangt van het desbetreffende maximumbedrag, genoemd in artikel 6.

Kalenderjaar | Totaal beschikbare subsidieplafond

2026 | € 38.249.000

2027 | € 39.749.000

2 Bij de berekening van de instellingssubsidie wordt het aantal cliënten van de instelling bepaald door het gemiddeld aantal cliënten per jaar in de referentieperiode. Indien meerdere malen dezelfde palliatieve terminale zorg, bedoeld in artikel 6, is verleend aan een cliënt, wordt deze voor de bepaling van het aantal cliënten voor één cliënt gerekend.

3 In afwijking van het tweede lid telt een cliënt aan wie meerdere vormen van palliatieve terminale zorg, als bedoeld in artikel 6, is verleend, voor de bepaling van het aantal cliënten mee als één cliënt per vorm van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers.

Regeling
Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0022841
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl