wetzoeker

De Wet tarieven gezondheidszorg Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vaststelling tarieven gezondheidszorg vanaf 1945 (College van beroep voor het bedrijfsleven)

In de Structuurnota Gezondheidszorg 1974 werd de wens uitgesproken om te komen tot een stroomlijning, uniformering en onderlinge afstemming van de tarief- en honoreringssystemen in de gezondheidszorg. In de Structuurnota werd geopperd om het probleem aan te pakken door middel van één volksverzekering voor ziektekosten. Zover is het echter niet gekomen. Eind 1980 is de Wet tarieven gezondheidszorg in werking getreden.

De wezenlijke elementen van de wet kunnen als volgt worden weergegeven:

1. De Wet tarieven gezondheidszorg regelt de totstandkoming van de tarieven van de inrichtingen, instellingen en individuele beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg (de zgn. organen voor gezondheidszorg). Onder tarieven wordt verstaan alle prijzen die in enigerlei vorm voor verleende diensten in de gezondheidszorg in rekening worden gebracht in het kader van de Ziekenfondswet en de AWBZ of van particuliere ziektekostenverzekeringen (MvT, blz. 18). De werkingssfeer van de Wet tarieven gezondheidszorg is dus beduidend breder dan die van de Wet ziekenhuistarieven die slechts van toepassing was op ziekenhuistarieven met uitsluiting van de tarieven die betrekking hadden op aan de ziekenfondsen door te berekenen kosten, die goedgekeurd dienden te worden door de ziekenfondsraad.

2. Met de uitvoering van de wet is een publiekrechtelijke rechtspersoon, het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG), belast. Het CTG heeft Kamers per categorie van orgaan voor gezondheidszorg.

3. De tarieven komen bij voorkeur tot stand in onderhandelingen tussen ziektekostenverzekeraars en organen voor gezondheidszorg. Een overeenkomst wordt pas rechtsgeldig als deze door het CTG is goedgekeurd. Indien binnen het overleg tussen de verzekeraars en de organen voor gezondheidszorg geen overeenstemming wordt bereikt, of indien het CTG het tarief niet kan goedkeuren, kan het CTG een tarief vaststellen.

4. Het CTG stelt richtlijnen vast inzake de hoogte, opbouw en wijze van berekening van de tarieven.

5. De rijksoverheid kan aan het CTG aanwijzingen geven met betrekking tot de inhoud van richtlijnen.

6. De beroepsinstantie is het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Uit voorgaande omschrijving blijkt dat de overheidsbemoeienis minimaal is gehouden. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werden de richtlijnen nog door de Minister vastgesteld, in de parlementaire behandeling is ook deze taak bij het CTG gelegd.

De wet bepaalde niet voor welke prestaties de mogelijkheid bestond om het door het CTG goedgekeurde of vastgestelde tarief aan te wijzen als maximumtarief. Het kabinet achtte een gedifferentieerde prijsvorming van groot belang. Het wordt voor alle categorieën van organen voor gezondheidszorg wenselijk geacht dat er zoveel mogelijk op het individuele geval toegesneden overeenkomsten met ziektekostenverzekeraars over zowel de kwaliteit en het volume, als de prijs van de zorg tot stand kwamen. In het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG van 1991 worden de organen voor gezondheidszorg meer in algemene zin aangeduid, waardoor meer aanbieders van zorg onder de werkingssfeer van de WTG vallen. Voor de toepassing van het regime van maximumtarieven worden dan ook de prestaties van de individuele beroepsbeoefenaren en van enkele daarmee nauw verwante instellingen aangewezen. Het gaat om instellingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak de hiervoor bedoelde beroepsbeoefenaren werkzaam zijn en welke dezelfde of vergelijkbare tarieven/tariefstructuren kennen als die van die beroepbeoefenaren. Zo wordt tegengegaan dat beroepsbeoefenaren de instellingen gaan beconcurreren op prijs in relatie tot kwaliteit, zonder dat deze laatste buiten het CTG om hun prijzen kunnen verlagen. Bovendien wordt op die manier voorkomen dat individuele beroepsbeoefenaren zich eventueel aan de werking van de regeling van maximumtarieven zouden kunnen ontrekken door hun werkzaamheden onder te brengen in een zodanige instelling.

Niet onder de werking van dit besluit vallen het zittend ziekenvervoer en de extramurale genees- en hulpmiddelen, waarvan de prijsvorming wordt overgelaten aan de markt c.q. een andere wet (o.a. Wet Geneesmiddelen Prijzen (WGP).

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vaststelling tarieven gezondheidszorg vanaf 1945 (College van beroep voor het bedrijfsleven)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
19-01-2011
BWB-id
BWBR0022819
Versie
2011-01-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl