wetzoeker

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 (ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken)

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 29 oktober 2007, nr. WJZ 7124476, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging aan de Minister van Buitenlandse Zaken betreffende besluiten en overige handelingen die verband houden met het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 ten aanzien van ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
09-11-2007
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0022787
Versie
2007-11-09_0
SHA-256 bron
f7f4d661caedf795ac0985353d02830c95284ac2662e050fd180f7ea04210bca

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (2)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2

Artikel 1

1 Aan de Minister van Buitenlandse Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007, met uitzondering van de artikelen 28 en 29, ten aanzien van ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken op wie het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 van toepassing is of van toepassing is verklaard.

2 Aan de Minister van Buitenlandse Zaken wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van hoger beroep.

3 De Minister van Buitenlandse Zaken kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

4 Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)(naam functionaris)

(functie)

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin het wordt geplaatst.