wetzoeker

8.1.4 Gezag over de Politie Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

(art. 35-43 PW)

514.

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB aanwijzen van wettelijke voorschriften waarvan de uitvoering ligt op het terrein van de handhaving van de openbare orde en rust en waarmee de burgemeester niet is belast.

Grondslag: art. 15.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: B1

515.

Handeling: het in overeenstemming met de Minister van Justitie vaststellen van de instructie voor het optreden van gemeentepolitie wanneer zij ingevolge de bepalingen van Hoofdstuk IV van de Politiewet bijstand verleent

Grondslag: art. 38 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), opnieuw vastgesteld bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 223)

Periode: 1958–1988

Product: Beschikking Bijstandsinstructie Gemeentepolitie (Stcrt. 1966, 51)

Waardering: B1

519.

Handeling: het overeenstemmen met de door de Minister van Justitie vast te stellen instructie voor het korps rijkspolitie waar het bepalingen betreft die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde

Grondslag: art. 39.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), vervallen bij wet van 14 december 1988 (Stb. 223)

Periode: 1958–1988

Waardering: B5

521.

Handeling: het overleggen met en geven van aanwijzingen en inlichtingen aan de Commissaris van de Koningin en de burgemeester met betrekking tot het door hen te voeren beleid ter handhaving van de openbare orde in bijzondere gevallen

Grondslag: art. 42.2 en 43.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B6

522.

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de burgemeesters, Commissarissen van de Koningin en de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de handhaving van de openbare orde in bijzondere gevallen

Grondslag: art. 43.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B6

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
05-04-2012
BWB-id
BWBR0022767
Versie
2012-04-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl