8.1.2.4 Rijkspolitie Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
71.
Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke bij het korps rijkspolitie vrijwilligers voor de reserve-rijkspolitie worden aangenomen
Grondslag: art. 10.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking
74.
Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing of ontslag van de Algemeen Inspecteur van het korps rijkspolitie
Grondslag: – art. 2.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 12.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij wet van 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1945–1993
Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag
76.
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling van de instructie voor de Algemeen Inspecteur van het korps rijkspolitie
Grondslag: – art. 39.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
– art. 12.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244) zoals bijgevoegd bij Wet 14 december 1988 (Stb. 576)
Periode: 1958–1993
Waardering: B5
94.
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de bepaling van de gezamenlijke sterkte van de groepen die meer dan een gemeente omvatten, van de reserve-rijkspolitie, van de verkeersgroepen, van de algemene verkeersdienst rijkspolitie en de Rijkspolitie te water
Grondslag: art. 15 en art. 18.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Waardering: B5
95.
Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels terzake van de bepaling van een minimumsterkte voor groepen van de rijkspolitie
Grondslag: art. 19.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: B5
98.
Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie t.a.v. de voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing en ontslag van de officieren van het korps Rijkspolitie
Grondslag: – art. 2.3a Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)
– art. 20a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1945–1993
Waardering: V, 10 jaar
100.
Handeling: het aanwijzen van een officier als districtscommandant, als commandant van de Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie of als districtscommandant van de Rijkspolitie te water
Grondslag: art. 21.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
105.
Handeling: het beslissen omtrent de aanwijzing van een groeps- of postcommandant als bedoeld in artikel 13 Politiewet 1957 bij gebrek aan overeenstemming tussen de Algemeen Inspecteur van het korps Rijkspolitie en de Procureur-Generaal, fungerend directeur van politie
Grondslag: art. 21.5 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar
107.
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor het korps rijkspolitie ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingseisen
Grondslag: art. 22.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Product: – Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stcrt. 1957, 553).
– Rangenbesluit politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 549)
– Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)
– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1957, 552)
Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1
– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragrafen 3.2.5 e.v.
Waardering: B1
108.
Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie en de reserve-rijkspolitie, ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingsvereisten
Grondslag: art. 22.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Product: – Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)
– Beloningsreglement reservepolitie (Stb. 1964, 474)
– Rechtspositieregeling onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie (Stb. 1957, 557)
Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1
– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragraaf 3.2.6
Waardering: B1
110.
Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie over regels voor (reserve-) rijkspolitie ten aanzien van werving, opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid
Grondslag: art. 23.2 Wet Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V, 10 jaar
111.
Handeling: het verplichten van rijkspolitie-ambtenaar, door de Minister van Justitie benoemd, over te gaan naar een gemeentelijk politiekorps
Grondslag: art. 24.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)
Periode: 1958–1993
Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 05-04-2012
- BWB-id
- BWBR0022767
- Versie
- 2012-04-05_0