wetzoeker

Belastingheffing Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldzuivering, over de periode 1942–1986 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Vanaf juni 1945 werd een aanvang gemaakt met het innen van achterstallige belastingen over de oorlogsjaren. Er werd de mogelijkheid geboden om zekerheidstellingen te doen voor eventueel verschuldigde belastingen. De geldzuivering werd ook aangegrepen voor vermogensregistratie. Instellingen dienden opgaven te verstrekken aan de Belastingdienst van (geblokkeerde) saldi. De Belastingdienst kreeg een stem bij verzoeken tot deblokkering en oefende toezicht uit op deblokkering als gevolg van algemene vergunningen van De Nederlandsche Bank.

Bij de Wet van 11 juli 1947, Stb. H 238, werd een eenmalige buitengewone belastingheffing ingevoerd. Deze voor eenmaal te heffen belasting kreeg de naam van ‘vermogensheffing ineens’. Het betrof een directe belasting van natuurlijke personen. De grondslag was het zuivere vermogen dat vast te stellen viel middels bepalingen in de Wet vermogensbelasting 1892 en de Wet vermogensaanwasbelasting. De belasting werd bij aanslag geheven.

Net als de vermogensaanwasbelasting was ook de vermogensheffing ineens een eenmalige heffing bestemd om de tijdens de bezettingsperiode opgeblazen geldvoorraad weg te zuiveren. Ook werden de vermogens van zwarthandelaren en collaborateurs door de eenmalige heffingen aangepakt.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldzuivering, over de periode 1942–1986 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
27-10-2007
BWB-id
BWBR0022698
Versie
2007-10-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl