wetzoeker

4. Actorenoverzicht Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

In deze paragraaf worden de actoren beschreven die in dit BSD zijn opgenomen.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de actoren en de besluitvormingsprocessen wordt verwezen naar het rapport institutioneel onderzoek Prijsbeleid en Economische Controle verschenen in de PIVOT-reeks onder nummer 108.

Actoren ressorterend onder de zorg van de Minister van Economische Zaken (1945–):

Het directoraat-generaal van de Prijzen, 1945–1956 (formeel)

Dit directoraat is vanaf 1945 de rechtsopvolger van de Gemachtigde voor de Prijzen, die in 1941 is ingesteld. Zij heeft tot 1950 adviserende bevoegdheden met betrekking tot de vaststelling van alle prijzen op het gebied van goederen en diensten, ook door ministeries van Verkeer en Waterstaat (transport) en Landbouw. Deze adviezen waren de facto bindend.

Bij Koninklijk Besluit van 1946, Stb. G 186 kwam het DG onder het Ministerie van Economische Zaken te ressorteren. De adviserende taken van het directoraat-generaal gaan na de intrekking van de prijsbeschikkingen in 1950 over naar de directoraten van de desbetreffende vakministers. Ook bij het Ministerie van Economische Zaken worden de prijzen van de groothandel geregeld door een directoraat dat met industrialisatie is belast. Hiermee beperkt zijn taak zich tot

– Afdoening van zaken voor het Tuchtgerecht van de Prijzen (tot de invoering van de Wet Economische Delicten, waarbij de bevoegdheden van het tuchtgerecht overgaan naar de economische politierechter),

– Beheer van het Fonds voor de Prijspolitiek.

Het directoraat-generaal voor Handel & Nijverheid

Dit overkoepelende directoraat was de belangrijkste speler met betrekking tot wetgeving binnen het ministerie.

De Minister van Economische Zaken (1945–)

In 1953 gaan alle bevoegdheden over naar het Ministerie van Economische Zaken, directoraat Ordeningszaken, afdeling Prijspolitiek. Het directoraat-generaal blijft om juridische redenen tot 1956 op persoonlijke titel voortbestaan.

Nadien was prijsbeleid of prijspolitiek de benaming van een afdeling van het Ministerie van Economische Zaken, die bleef voortbestaan onder de volgende benamingen

Hoofdafdeling Prijzen van de directie Ordeningsvraagstukken (1953–1965),

Directoraat Prijzen en Mededinging, van het directoraat-generaal van Industrie en Handel 1965–1973 (het kabinet-Den Uyl),

Directoraat-generaal voor de Prijzen, Ordeningsvraagstukken en Regionaal Beleid, 1974–1985, met een aantal afdelingen, belast met het prijsbeleid.

Met ingang van 1986 werd de afdeling, belast met prijsbeleid, als zodanig opgeheven, omdat er geen uitvoerende taken meer aan de ambtenaren werden opgedragen.

De Centrale Adviescommissie voor de Prijspolitiek (1946–1964)

De commissie is ingesteld in 1946 en adviseerde de Minister van Economische Zaken over het prijsbeleid.

Actor onder de zorg van de vakminister:

De Minister van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (1945–)

Ook na 1950 werden de bevoegdheden tot vaststelling van prijzen van agrarische producten nog doorgedelegeerd naar publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties op dat terrein. De minister moest echter bij deze prijsvaststelling betrokken blijven om te voorkomen dat zij een concurrentiebeperking inhielden voor industriële of handelsondernemingen. Per bedrijfstak wordt bekeken onder welke minister de pbo valt. In de wet (die door de Minister van Justitie is opgesteld) staat dat dan ook steeds ‘Onze Ministers’.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
25-10-2007
BWB-id
BWBR0022684
Versie
2007-10-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl