wetzoeker

1.3.4. Naar de afschaffing van prijsvoorschriften Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

In het kader van de deregulering werd vanaf 1982 nader overleg gevoerd over de vraag of de regering nog door middel van prijsmaatregelen mocht ingrijpen. Als redenen werden opgegeven de dalende inflatie en het feit dat het vaststellen van toegelaten maximumprijzen kon leiden tot hogere prijsstellingen dan feitelijk nodig was. Vanaf dat jaar werd er in ieder geval geen algemene prijsbeschikking meer vastgesteld.

De SER stelde in 1983 dat prijsmaatregelen in het bestaande economische bestel niet tot het gewenste prijsverlagende effect konden leiden toepassing van de Prijzenwet zou alleen effectief zijn ‘in combinatie met of eventueel als aanloop tot (een pakket) andere maatregelen’ tot bestrijding van de inflatie. Deze samenhang met andere maatregelen werd vanaf 1993 als een bindende verplichting in de wet voorgeschreven. Deze wet stelde voor de afkondiging van elke prijsregeling een advies van de SER verplicht.

6 Art. 2, lid 4.

In de praktijk werden reeds in 1983 de prijsvoorschriften beperkt en sedert het begin van 1985 werd geen enkel prijsvoorschrift meer gegeven.

7 M.R. Mok, ‘Prijsbeleid 1983’, in TVVS 1983, p. 15–17; ‘Prijsbeleid 1985’, in TVVS, 1985, p. 48–49.

De ‘prijsbewakingssystemen’ die in dat jaar door het ministerie worden gehanteerd, zijn gebaseerd op regels met betrekking tot economische mededinging (prijsbindingafspraken). Zo bleef de suikerprijs nog vast, omdat er afspraken met betrekking tot de minimumprijs voor suiker verbindend waren verklaard. Over 1983 beperkte de verslaglegging over de prijsmaatregelen zich tot aankondiging van opheffing van de regelgeving, daarna werd er feitelijk geen verslag meer afgelegd. Per ingang van 1 januari 1986 werd het ministerie ingrijpend gereorganiseerd, omdat er geen aanvragen voor ontheffing van prijsvoorschriften meer hoefden te worden ingediend. Het is duidelijk dat het rechtstreeks ingrijpen in prijzen door het ministerie slechts in uitzonderlijke situaties dient te geschieden. Ambtenaren pleitten dan ook voor een striktere toepassing van de kartelwet, met name wanneer prijzen hoog worden gehouden door regionale monopolievorming.

In deze dereguleringsperiode kwam ook de Prijzennoodwet, Stb. 1984, 75 tot stand, die voorschrijft dat in situaties waarin de minister in noodgebieden of in bijzondere regio’s niet in staat is de prijzen van goederen vast te stellen, dit door een economische commissaris dient te geschieden, die daarvoor in de wet is aangewezen. Als zodanig functioneert de secretaris van de regionale Kamer van Koophandel aldaar.

Prijsvoorschriften zijn sedert 1985 slechts in bijzondere gevallen tot stand gekomen. Voor de bevoegdheid van de regering om regels te stellen voor geneesmiddelenprijzen in het belang van de gezondheidszorg is in 1991 een tijdelijke wet opgesteld, waarbij regels voor de inwerkingtreding en regels voor de handhaving nog moesten worden vastgesteld.

8 Tijdelijke wet geneesmiddelenvoorziening, Stb. 1991, 55.

Een poging om ze van toepassing te verklaren voor vrije beroepsbeoefenaren mislukte, omdat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven bepaalde dat prijsregelingen niet als instrument konden worden gehanteerd voor het inkomensbeleid. Reguliere prijsregelingen – de term ‘prijsbeschikking’ is voor dit instrument sedert de totstandkoming van de Algemene Wet Bestuursrecht definitief komen te vervallen – hebben sedertdien slechts betrekking op de prijsaanduiding. Dit zijn ministeriële voorschriften op grond van bij AMVB vastgestelde bevoegdheden, waarbij wordt aangegeven hoe de klant tot een juiste prijsvaststelling van een product moet kunnen komen. Zij worden uitgevaardigd in het belang van de consument, waardoor het prijsbeleid tegenwoordig volledig deel uitmaakt van het consumentenbeschermingsbeleid. De vaststelling van maximumprijzen is in de laatste prijzenwet slechts bij door strenge voorwaarden bepaalde uitzonderingen toegestaan. Hierbij is het prijsbeleid in overeenstemming gebracht met de vrije markt binnen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Economische Ruimte, waarbinnen grenzen aan de prijsvorming nagenoeg niet is toegestaan.

Feitelijk wordt er heden geen prijsbeleid in de zin van dit rapport meer gevoerd.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
25-10-2007
BWB-id
BWBR0022684
Versie
2007-10-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl