1.3.2. Regelingen ontstaan na de bevrijding Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
De Verordening Prijzen, van kracht voor geheel Nederland sedert 5 mei 1945 verklaarde dat alle besluiten, regelingen en voorschriften met betrekking tot de prijzen werden beschouwd als regelingen, die tot stand waren gekomen krachtens art. 3 en 4 van de Prijsopdrijvings- en Hamsterwet 1939, die immers aan de minister de bevoegdheid toekende om prijzen vast te stellen en regels daarvoor op te stellen. Hieronder vielen
de Prijzenbeschikking 1940,
de Detailprijzenbeschikking,
het Landbouwprijzenbesluit 1940,
het Huurprijsbesluit 1940, in 1950 vervangen door de Huurwet
2 Zie voor de uitwerking van prijsregelingen met betrekking tot de huur ook het rapport Volkshuisvesting (In Holland staat een huis), dat in voorbereiding is.
,
het Vervoerprijsbesluit 1940,
het Besluit inzake de benoeming van een Gemachtigde voor de prijzen en de Organisatiebeschikking Prijsbeheersing, met dien verstande dat de Gemachtigde geen straf- of tuchtrechtelijke bevoegdheden meer worden toegekend,
het Besluit Doorberekening van omzet en invoerbelasting van 30 april 1941,
het Prijsvormingsbesluit 1941, met uitzondering van enkele voor de bezetter karakteristieke strafbepalingen,
de Eerste Uitvoeringsbeschikking van het Prijsvormingsbesluit, met uitzondering van enkele organisatorische bepalingen,
het Prijsaanduidingsbesluit 1941,
de Prijzenbeschikking gebruikte goederen no. 1,
het Prijsvoorschrift overdracht van goederen door stilgelegde bedrijven 1943 no. 1,
het Uitvoeringsvoorschrift van het Prijsvormingsbesluit.
Het tijdens de bezetting ontstane stelsel werd geleidelijk vervangen door nieuwe regels van het Ministerie van Economische Zaken, die in de periode 1946–1947 werden opgesteld. De daarbij behorende bevoegdheden werden nader geregeld in de Beschikking Geldende Prijzenbeschikkingen van 8 november 1944 en later bekrachtigd bij de Wet betreffende wettelijke maatregelen op het gebied van prijzen voor goederen of diensten, Stb. 1946, G 116, die van kracht was op de datum waarop de staat van oorlog in Nederland werd opgeheven. De prijzen met betrekking tot landbouwproducten en voedingsmiddelen werden vastgesteld door de productschappen, die daarvoor krachtens het Organisatiebesluit Voedselvoorziening de bevoegdheid hadden gekregen. Dit besluit – waarop in een volgende paragraaf nader wordt ingegaan – is ingetrokken toen de Landbouwwet 1958 van kracht werd, waarbij ook aan de Minister van Landbouw een rol in het prijsbeleid werd toegekend.
Inmiddels kwam in 1948 de door het Marshallplan geïnitieerde hulpverlening op gang die ook zijn uitwerking had op het prijsbeleid. Vanaf 1949 werden als gevolg van de afneming van de schaarste op de goederenmarkt tal van prijsvoorschriften vervangen door z.g. vrijlatingsbeschikkingen. Deze besluiten waren noodzakelijk omdat intrekking van specifieke prijsvoorschriften niet tot de gewenste liberalisatie zou leiden de goederen zouden automatisch onder de algemene prijsbeschikkingen komen te vallen. Een belangrijk voorschrift is de Prijzenbeschikking voedselvoorziening van 22 maart 1949, waarin alle prijsvoorschriften met betrekking tot de voedselvoorziening kwamen te vervallen. Hierbij was echter wel ‘prijsopdrijving’ verboden, de Prijsopdrijving- en Hamsterwet 1939 was immers nog van kracht! Wat dit inhield was voortaan een zaak voor de Tuchtrechter voor de prijzen, en vanaf 1952 voor de economische politierechter dergelijke kwesties kwamen pas aan de orde wanneer belanghebbenden dermate serieuze klachten hadden ingediend, dat opsporingsambtenaren als van de – pas opgerichte – Economische Controledienst het nodig achtten om in te grijpen.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Prijsbeleid, vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 25-10-2007
- BWB-id
- BWBR0022684
- Versie
- 2007-10-25_0