wetzoeker

5 Bezoldiging en spaar(loon)regeling (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel vanaf 1945 (Minister van Buitenlandse Zaken)

(84.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken stellen van nadere regels ter uitvoering of afwijking van de bepalingen van het BBRA 1948

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 6, 8.2, 22a.3. 22b.3. 23, 25.4 en 41

Waardering: B (5)

(86.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een amvb over bezoldigingsregelingen voor leerling-verplegenden en andere groepen van ambtenaren in tijdelijke of zijdelingse dienst van het Rijk

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 28.1

Product: Bezoldigingsregeling leerling-verplegenden 1954

Waardering: B (5)

(89.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister-president, minister van Algemene Zaken, en de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een amvb waarbij een bijzondere regeling wordt getroffen voor gevallen waarin het BBRA 1948 niet of niet naar billijkheid voorziet

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 42

Waardering: B (1)

(92.)

Handeling: Het afwijken van de bepalingen van het Herzieningsbesluit 1957 in gevallen waarin de toepassing daarvan op overwegende bezwaren zou stuiten

Periode: 1957–1983

Grondslag: Herzieningsbesluit 1957, 8 augustus 1957, Stb. 1957/335, art. 15.1

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(96.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een amvb waarin bepaalde ambtenaren of groepen van ambtenaren worden uitgezonderd van de toepassing van het BBRA 1984

Periode: 1984–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 1.3

Waardering: B (1)

(97.)

Handeling: Het aanwijzen van autoriteiten of colleges die bevoegd zijn om het salaris, de toelages, vergoedingen en uitkeringen toe te kennen

Periode: 1984–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 24.3b

Waardering: B (4)

(100.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken treffen van een regeling die het BBRA 1984 aanvult of daarvan afwijkt

Periode: 1984–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 25.1b juncto 12, 17.4, 17b.6, 18a.4 en 23.12

Waardering: B (5)

(103.)

Handeling: Met gezamenlijk met de minister-president, minister van Algemene Zaken, en de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een amvb waarin een regeling wordt getroffen voor gevallen waarin het BBRA 1984 niet of niet naar billijkheid voorziet

Periode: 1984–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 26

Waardering: B (5)

(107.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken vaststellen van de wedde naar een andere klasse dan die, waartoe de standplaats behoort

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J 261, art. 4.2 en 41

Opmerking Het betreft hier de vaststelling van de wedde in individuele gevallen.

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(109.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken treffen van een regeling voor het meetellen voor de vaststelling van de salarisanciënniteit van een tijdvak van langer dan een jaar, waarin in het algemeen belang verlof buiten genot van bezoldiging wordt genoten

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J 261, art. 13.3 en 41

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(111.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken treffen van een regeling om in geval van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver van de ambtenaar, af te wijken van de bepalingen van het Beloningsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J 261, art. 16 en 41

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(113.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken bepalen dat de overgang naar een ander ambt, waarvoor een hoger maximum-salaris geldt, niet als bevordering wordt aangemerkt

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 17.6 en 41

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(119.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een KB over de toekenning van een persoonlijke of een ambtstoelage

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 18, 19, 40 en 41

Opmerking Indien de toelage werd verstrekt aan een ambtenaar van de Tweede Kamer of indien ten gevolge van de toelage de wedde steeg boven een bepaald bedrag, was de toekenning ervan voorbehouden aan de Kroon. In overige gevallen werd de toelage toegekend door een gezamenlijke beschikking van de vakminister en de minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(121.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken toekennen van een persoonlijke of een ambtstoelage

Periode: 1948–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, art. 18, 19, 40 en 41

Waardering: V 75 jaar na geboorte

(123.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken aanwijzen van ambtenaren of groepen van ambtenaren die voor een toelage voor het verrichten van arbeid in ploegendiensten in aanmerking komen

Periode: 1956–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, zoals gewijzigd bij besluit van 8 maart 1956, Stb. 1956/134, art. 22a.3 en 41

Waardering: V 5 jaar

(125.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken aanwijzen van ambtenaren of groepen van ambtenaren die voor een toelage voor het verrichten van arbeid in onregelmatige diensten in aanmerking komen

Periode: 1956–1983

Grondslag: BBRA 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J261, zoals gewijzigd bij besluit van 8 maart 1956, Stb. 1956/134, art. 22b.3 en 41

Waardering: V 5 jaar na einde aanwijzing

(127.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een functielijst, die gebruikt wordt voor het beslissen over het toekennen van een toelage voor het werken in bezwarende omstandigheden

Periode: 1994–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, zoals gewijzigd bij besluit van 25 april 1994, Stb. 1994/346, art. 17b.3

Waardering: V 5 jaar

(131.)

Handeling: Het gezamenlijk met de Minister-president, minister van Algemene Zaken en de minister van Binnenlandse Zaken voordragen van een KB over de toekenning van een toelage aan een groep ambtenaren op andere gronden dan die vermeld in het BBRA 1984

Periode: 1984–

Grondslag: BBRA 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 19, 20 en 25.2

Product: Onder meer KB van 10 mei 1984, Stb. 1984/230

Waardering: B (5)

(136.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken afwijken van de bepalingen van het Besluit van 5 maart 1960 tot toekenning van een duurtetoeslag over de jaren 1958 en 1959 aan Rijkspersoneel, personeel van de gemeentepolitie, personeel van noodwachten en noodwachtstaven en personeel van onderwijsinrichtingen en -instellingen, in gevallen, waarin de toepassing daarvan op overwegende bezwaren zou stuiten

Periode: 1960

Grondslag: Besluit tot toekenning van een duurtetoeslag over de jaren 1958 en 1959 aan Rijkspersoneel, personeel van de gemeentepolitie, personeel van noodwachten en noodwachtstaven en personeel van onderwijsinrichtingen en -instellingen, 5 maart 1960, Stb. 1960/139, art. 8.1

Waardering: B (5)

(145.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken stellen van nadere regels met betrekking tot het toekennen van een vergoeding bij overwerk voor bepaalde categorieën van medewerkers

Periode: 1952–1983

Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, resp. art. 14a.7 en 14a.10; AOB, 3 augustus 1931, Stb. 1931/354, resp. art. 14a.7 en 14a.10, zoals gewijzigd bij besluiten van 15 september 1951, Stb. 1951/421 en 14 januari 1966, Stb. 1966/28

Waardering: B (5)

(147.)

Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken in afwachting van nadere regelgeving niet van toepassing verklaren van de bepalingen in het ARAR en AOB over de toekenning van een overwerkvergoeding

Periode: 1952–1983

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel vanaf 1945 (Minister van Buitenlandse Zaken)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
17-10-2007
BWB-id
BWBR0022620
Versie
2007-10-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl