15 Pensioenaangelegenheden Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel vanaf 1945 (Minister van Buitenlandse Zaken)
(500.)
Handeling: Het gezamenlijk met de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanwijzen van privaatrechtelijke rechtspersonen voor wiens personeel de ABP-wet van toepassing is
Periode: 1989–1992
Grondslag: Wet houdende tijdelijke regeling pensioenvoorziening na privatisering, 9 mei 1990, Stb. 1990/276, art. 1.1
Opmerking Het betreft privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan voorheen door het Rijk verrichte werkzaamheden zijn overgedragen.
Waardering: B (5)
(505.)
Handeling: Het aan hem die ambtenaar in de zin van de ABP-wet wordt ,verstrekken van een geschrift waaruit dat ambtenaarschap blijkt
Periode: 1966–1996
Grondslag: ABP-wet, art. B 10.2
Opmerking Dit is het zogenaamde intreebericht, waarin opgenomen gegevens over datum van ingang van het ambtenaarschap, bij welk orgaan de ambtenaar in dienst is, wat de pensioengrondslag is etc. De ambtenaar diende dit intreebericht bij de pensioenaanvraag te overleggen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(506.)
Handeling: Het in kennis stellen van de betrokkene wanneer aan het ambtenaarschap in de zin van de ABP-wet een drempeltijd voorafgaat
Periode: 1974–1980
Grondslag: ABP-wet, art. B 10.2
Opmerking De drempeltijd is de tijd waarna de ambtenaar na in dienst te zijn genomen recht krijgt op een pensioen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(507.)
Handeling: Het in kennis stellen van een persoon die ambtenaar is geworden dat hij een verzoek tot inkoop van diensttijd en van wachtgeldtijd tot de Pensioenraad kan richten
Periode: 1954–1965
Grondslag: Besluit houdende nadere regeling van de gelijkstelling van pleegkinderen met eigen kinderen ten opzichte van het recht op wezenpensioen, bedoeld in de Pensioenwet 1922, Stb. 1922/240, en de vaststelling van een plicht tot kennisgeving betreffende de mogelijkheid van inkoop van diensttijd voor pensioen, 30 juni 1954, Stb. 1954/304, art. 1.2
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(512.)
Handeling: Het laten uitvoeren van een geneeskundig onderzoek
Periode: 1945–1965
Grondslag: Pensioenwet 1922, art. 52.1
Opmerking Indien een ambtenaar voor ontslag in aanmerking komt, is er de mogelijkheid dat hij aan een geneeskundig onderzoek wordt onderworpen ten einde de aanspraak op pensioen te beoordelen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(513.)
Handeling: Het aanwijzen van een geneeskundige
Periode: 1966–
Grondslag: ABP-wet, art. P 11.1
Opmerking Indien een ambtenaar voor ontslag in aanmerking komt, is er de mogelijkheid dat hij aan een geneeskundig onderzoek wordt onderworpen ten einde de aanspraak op pensioen te beoordelen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ABP; de vakminister is bevoegd een geneeskundige aan te wijzen die het onderzoek bijwoont
Waardering: V 5 jaar
(534.)
Handeling: Het betalen aan het ABP van de pensioenbijdrage
Periode: 1945–1994
Grondslag: Pensioenwet 1922, art. 35.1, ABP-wet, art. C 4.1
Opmerking Met ingang van 1966 is het systeem van maandelijkse betalingen vervangen door voorschotbetalingen. Dit houdt in dat eens per jaar de werkelijke rekening wordt vereffend. Voor bepaalde organen kan een afwijkende regeling worden getroffen voor de voorschotbetaling. Dit omdat bijvoorbeeld kleine administraties moeilijk kunnen voldoen aan het systeem van maandelijkse voorschotbetalingen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(535.)
Handeling: Het doen van gespecificeerde opgaven van bijdragegrondslagen aan het bestuur van het ABP
Periode: 1966–1996
Grondslag: ABP-wet, art. C 2.2
Waardering: V 10 jaar
(536.)
Handeling: Het betalen van drempelbijdragen aan het ABP
Periode: 1966–1979
Grondslag: ABP-wet, art. C 5.4
Opmerking Het betalen van de drempelbijdrage is bedoeld om de financiële gevolgen van het automatisch meetellen van de drempeltijd bij de voor het pensioen geldige diensttijd te vereffenen.
Zie BSD Beheer van de Rijksbegroting, handeling nr. 10, 196.1, 296.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(538.)
Handeling: Het vaststellen van de pensioengrondslag van de ambtenaar
Periode: 1945–1965
Grondslag: Pensioenwet 1922, art. 34.1
Waardering: V 75 jaar na geboorte
(539.)
Handeling: Het inhouden op het ambtelijk inkomen van een bedrag voor de betaling van de pensioenbijdrage aan het ABP
Periode: 1966–1996
Grondslag: ABP-wet, art. C 7.1
Waardering: V 75 jaar na geboorte
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel vanaf 1945 (Minister van Buitenlandse Zaken)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 17-10-2007
- BWB-id
- BWBR0022620
- Versie
- 2007-10-17_0