wetzoeker

Artikel 23 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie

Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen tot confiscatie

1 In geval van samenloop van beslissingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel B beslist de officier van justitie aan welke beslissing tot confiscatie voorrang zal worden gegeven, daarbij rekening houdend met alle feiten en omstandigheden.

2 Indien de betrokkene bewijs levert van gehele of gedeeltelijke confiscatie in een andere staat, raadpleegt Onze Minister de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat. In geval van confiscatie van opbrengsten worden de delen van het bedrag die naar aanleiding van de beslissing tot confiscatie reeds in een andere staat zijn geconfisqueerd, volledig in mindering gebracht op het in Nederland te confisqueren geldbedrag.

Regeling
Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie
Afkortingen
WETSS 2008, WWETGC
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0022604
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl