wetzoeker

10.1.3. Bankbiljetten. (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldvoorziening vanaf 1940 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Zie ook paragraaf 10.1.1 Algemene handelingen

[100]

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving inzake bankbiljetten.

Periode: 1940–

Grondslag: Grondwet, art. 106 (sinds 1983)

Product: Wetten

Opmerking: Vóór 1983 bevatte de grondwet geen bepalingen die betrekking hadden op bankbiljetten.

Waardering: B (1)

[101]

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van beleidsnota’s inzake de uitgifte en circulatie van bankbiljetten.

Periode: 1940–

Product: Beleidsnota’s

Opmerking: Het opstellen van beleidsnota’s is als zodanig niet in de Grondwet opgenomen. Het maakt echter deel uit van de voorbereiding van de totstandkoming van wet- en regelgeving.

Waardering: B (1)

[104]

Handeling: Het opstellen van bijzondere wetten krachtens welke (een) circulatiebank(en) mag(mogen) worden opgericht en/of buitenlandse circulatiebanken hun bankbiljetten hier te lande in omloop mogen brengen.

Periode: 1940–1948

Grondslag: Bankwet 1937, art. 1

Waardering: B (1)

[105]

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van besluiten tot vaststelling van dagen waarop de kantoren van De Nederlandsche Bank niet zullen worden opengesteld voor het verwisselen van bankbiljetten.

Periode: 1965–

Grondslag: Bankwet 1948, artikel 11, lid 2 (zoals gewijzigd bij Wet van 9 december 1965, Stb. 566 – toevoeging artikel 11, lid 2)

Product: Ministeriële regelingen, o.a.

– Besluit van 13 maart 1968, Nr. 62, Stcrt. 28 maart 1968, Nr. 63 (… inzake aanwijzing van de Goede Vrijdag als dag, waarop de kantoren van De Nederlandsche Bank N.V., niet zullen worden opengesteld voor het verwisselen van bankbiljetten).

– Besluit van 24 april 1975, Nr. 38, Stcrt. 1 mei 1975, Nr. 83 (Sluitingsdagen kantoren Nederlandsche Bank voor het verwisselen van bankbiljetten).

Waardering: V, 10 jaar na vervallen

[106]

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur, waarbij in geval van oorlog of oorlogsgevaar de verplichting der Nederlandsche Bank tot betaling harer bankbiljetten wordt opgeschort, met vaststelling van de termijn voor welke die opschorting zal gelden.

Periode: 1940–1948

Grondslag: Bankwet 1937, artikel 19

Product: Ministeriële regelingen, algemene maatregelen van bestuur inzake de verlenging van de termijn

Opmerking: De in de AMvB gestelde termijn kan door de Minister worden verlengd zo dikwijls als dat naar zijn oordeel nodig is.

Waardering: B (6)

[107]

Handeling: Het verlenen van machtigingen aan de directie van De Nederlandsche Bank om houders van bankbiljetten op te roepen deze ter inwisseling aan te bieden en het vaststellen van de termijn waarbinnen die aanbieding moet geschieden.

Periode: 1940–

Grondslag: Bankwet 1937, art. 22, lid 1 en 2

Bankwet 1948, art. 14, lid 1 en 2

Product: Ministeriële regelingen, machtigingen

Waardering: B (5)

[108]

Handeling: Bw. 1937 – Het op voordracht van de directie der Bank bij Koninklijk Besluit vaststellen van de verhouding, waarin het gezamenlijk bedrag van bankbiljetten, bankassignatiën en rekening-courant saldo’s door munt of muntmateriaal (... dan wel door saldo’s bij banken in het buitenland of door buitenlands betaalbare cheques, wisselbrieven, ander handelspapier en schatkistpapier / Besluit 1942) moet zijn gedekt; het vaststellen, wijzigen en intrekken van Koninklijke Besluiten omtrent de dekking van het gezamenlijk bedrag der omloopende bankbiljetten, bankassignatiën en rekening-courant saldo’s bij de Nederlandsche Bank (artikel 3, lid 2, van het Besluit van 1 oktober 1945).

Bw. 1948 – Het bij wet vaststellen van regels inzake het geven van voorschriften omtrent de begrenzing van het gezamenlijk bedrag der omlopende bankbiljetten, bankassignatiën en credit-saldi bij De Nederlandsche Bank, mede ter bevordering van een stabiele Nederlandse geldeenheid.

Periode: 1940–

Grondslag: Bankwet 1937, art. 23, gewijzigd bij Besluit van de secretaris-generaal van het departement van Financiën van 26 maart 1942, Stcrt. Nr. 62. Het artikel werd opnieuw gewijzigd bij besluit van 1 oktober 1945, Stb. F 204;

Bankwet 1948, art. 17.

Wet van 11 januari 1956, Stb. 29, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 17 van de Bankwet 1948, art. 3

Product: K.B.’s, wetten o.a.

– Besluit van 26 maart 1940, Stb. 482, tot nadere vaststelling van de verhouding bedoeld bij artikel 23 van de Bankwet 1937.

– Wet van 11 januari 1956, Stb. 29, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 17 van de bankwet 1948.

Ministeriële regelingen, o.a.

Besluit van 27 juni 1956, Stb. 357, houdende voorschriften omtrent de begrenzing van het gezamenlijk bedrag der omlopende bankbiljetten… etc.

Opmerking: Artikel 16 van de Noodwet financieel verkeer bepaalt dat de voorschriften uit hoofde van artikel 17 van de Bankwet 1948 in geval van bijzondere omstandigheden buiten toepassing blijven.

De handeling betreft de beheersing van de geldcirculatie.

Waardering: B (5)

[117]

Handeling: Het uitvaardigen van de ter uitvoering en aanvulling van deze Verordening noodzakelijke bepalingen.

Periode: 1943–1945

Grondslag: Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied van 13 maart 1943, Verordeningenblad Nr. 29/1943, betreffende de waardeloosverklaring der bankbiljetten van 500 en 1000 gulden, art. 6

Product; Regelingen, o.a.

– Besluit van den secretaris-generaal van het departement van Financiën van 21 juli 1943, Stcrt. Nr. 147, tot aanvulling van de Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende waardeloosverklaring der bankbiljetten van 500 en van 1000 gulden (Eerste aanvullingsbesluit waardeloosverklaring bankbiljetten)

– Besluit van den secretaris-generaal van het departement van Financiën van 21 juli 1943, Stcrt. Nr. 147, tot aanvulling van de Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende waardeloosverklaring der bankbiljetten van 500 en van 1000 gulden (Tweede aanvullingsbesluit waardeloosverklaring bankbiljetten)

Opmerking: Beide besluiten traden met terugwerkende kracht in werking op 14 maart 1943.

Waardering: B (5)

[124]

Handeling: Het in uitzonderingsgevallen, volgens eigen oordeel, na 31 maart 1943 doen aannemen en na 15 april 1943 ter inwisseling aan De Nederlandsche Bank doen overleggen van bankbiljetten van 500 en van 1000 gulden van in het binnenland gevestigde eigenaren.

Periode: 1943–(…)

Grondslag: Besluit van den secretaris-generaal van het departement van Financiën van 21 juli 1943, Stcrt. Nr. 147, tot aanvulling van de Verordening van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende de waardeloosverklaring der bankbiljetten van 500 en 1000 gulden (Eerste aanvullingsbesluit waardeloosverklaring bankbiljetten), art. 1

Product; Beschikkingen

Waardering: B (6)

[127]

Handeling: Het beslissen omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop verrekening van de in artikel 3, derde lid, der Verordening Nr. 29/1943 bedoelde andere schulden aan de staat van de persoon, die de biljetten heeft ingeleverd, dient te geschieden.

Periode: 1943–1945

Grondslag: Besluit van den secretaris-generaal van het departement van Financiën, Stcrt. Nr. 147, ter uitvoering en aanvulling van de Verordening van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende waardeloosverklaring der bankbiljetten van 500 en van 1000 gulden (Tweede aanvullingsbesluit waardeloosverklaring bankbiljetten), artikel 7, lid 3

Product; Beschikkingen

Waardering: B (6)

[128]

Handeling: Het in bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de uitvoering van hetgeen bij of krachtens de Verordening Nr. 29/1943 is bepaald, mochten voordoen.

Periode: 1943–1945

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldvoorziening vanaf 1940 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
10-10-2007
BWB-id
BWBR0022581
Versie
2007-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl