wetzoeker

10.11. Actor: ’s Rijks Muntmeester / ’s Rijks Munt (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldvoorziening vanaf 1940 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

[14]

Handeling: Mw. 1901 – Het slaan van gouden munten ten behoeve van een ieder die dat wenst, alsmede het slaan van pasmunt uitsluitend voor rekening van het Rijk.

Mw. 1948 – Het slaan van munten met de status van wettig betaalmiddel ten behoeve van de overheid, het slaan van gouden dukaten ten behoeve van de overheid en anderen dan de overheid.

Mw. 1987 – Het vervaardigen en controleren van munten, de stempels en de ontwerpen van stempels voor munten van het Rijk.

Periode: 1940–

Grondslag: Muntwet 1901, art. 3

Muntwet 1948, art. 5, lid 1 en 3

Muntwet 1987, art. 6, lid 2

Produkt: Munten met de status van wettig betaalmiddel, andere munten

Opmerking: De mogelijkheid van het slaan van gouden munten ten behoeve van anderen dan de overheid is vervallen bij Wet van 14 oktober 1982, Stb. 593.

Waardering: B (5)

[15]

Handeling: Mw. 1901 – Het onderzoeken en beoordelen van door particulieren danwel ambtenaren, met ontvangsten voor de kassen van openbare lichamen of instellingen belast, ingestuurde munten die vermoed worden vals, vervalst of opzettelijk geschonden te zijn.

Mw. 1948 – Het beoordelen, in beslag nemen, aan de omloop onttrekken of weder in omloop brengen van munten, welke vermoed worden vals, vervalst of geschonden te zijn.

Periode: 1940–1987

Grondslag: Muntwet 1901, art. 17

Muntwet 1948, art. 9; gewijzigd bij Wet van 22 mei 1958, Stb. 296

Produkt: Processen-verbaal inzake de beoordeling van munten

Waardering: B (5)

[16]

Handeling: Het vaststellen van een vergoeding voor munten die naar het oordeel van ’s Rijks Muntmeester vals, vervalst of geschonden zijn.

Periode: 1987–

Grondslag: Muntwet 1987, art. 9, lid 2; art. 9, lid 3

Produkt: Processen-verbaal inzake de beoordeling van munten

Waardering: V, 10 jaar na vaststelling van de vergoeding

[17]

Handeling: Het opmaken van jaarlijkse verslagen omtrent de werkzaamheden aan ’s Rijks Munt en de toestand van het Nederlandse muntwezen ten behoeve van de Minister.

Periode: 1987–

Grondslag: Muntwet 1987, art. 12

Produkt: Jaarverslagen

Waardering: B (3)

[32]

Handeling: Het innemen van munten, waarvan de Minister van Financiën heeft bepaald dat zij aan de omloop dienen te worden onttrokken en welke hem door de comptabelen van ’s Rijks belastingen en domeinen, de directeuren der kantoren van de PTT of de directie van De Nederlandsche Bank zijn toegezonden, danwel het innemen, vergoeden of weder in omloop brengen van munten welke hem op basis van artikel 10 zijn toegezonden.

Periode: 1948–1987

Grondslag: Besluit van 31 juli 1948, Stb. I 349, art. 2 en 3, tot uitvoering van artikel 10, lid 2, der Muntwet van 1948

Waardering: B (5)

[42]

Handeling: Wet 1909 – Het vervaardigen, controleren en goedkeuren van alle munten en stempels voor de munten van het Rijk en van zijn Koloniën en bezittingen.

N.B. In bijzondere gevallen kan voor wat betreft de muntstempels van deze bepaling worden afgeweken

Wet 1955 – Het vervaardigen en controleren van alle munten van Nederland; het vervaardigen en controleren van stempels en ontwerpen van stempels voor munten van Nederland.

N.B. In bijzondere gevallen kunnen met ‘onze goedkeuring munten elders worden vervaardigd’ (art. 5, lid 3)

Periode: 1940–1987

Grondslag: Wet toezicht 1909, art. 2; art. 3; art. 7

Produkt: Munten/stempels voor munten; processen-verbaal van goedkeuring (wet 1909)

Wet toezicht 1955, art. 5, lid 1–2

Waardering: B (5)

[43]

Handeling: Het onderzoeken van alle munten die als verdacht van valschheid, vervalsching of schennis aan hem zijn opgezonden, alsmede het doen van uitspraak in geschillen van allooi en essai, wanneer die geschillen aan ’s Rijks Munt geleverd muntmateriaal betreffen.

Periode: 1940–1957

Grondslag: Wet toezicht 1909, art. 8

Produkt: Processen-verbaal inzake de beoordeling van munten

Waardering: B (5)

[44]

Handeling: Wet 1909 – Het opstellen van verslagen omtrent de werkzaamheden aan ’s Rijks Munt in het afgelopen kalenderjaar aan de Minister van Financiën (ter overlegging door ‘Ons’ aan de Staten-Generaal).

1955 – Het ten behoeve van de Minister van Financiën opstellen van jaarlijkse verslagen omtrent de werkzaamheden aan ’s Rijks Munt.

Periode: 1940–1987

Grondslag: Wet toezicht 1909, art. 9

Wet toezicht 1955, art. 10

Produkt: Jaarverslagen

Waardering: B (3)

[45]

Handeling: Het optreden als (getuige) deskundige in alle burgerlijke en strafgedingen, waarvan de beslissing afhangt van die van een geschilpunt omtrent valschheid, vervalsching of schennis van munten of omtrent allooi of essai.

Periode: 1940–1987

Grondslag: Wet 1909, art. 13

Wet 1955, art. 12; vgl. art. 13

Produkt: ‘Berichten’ van de muntmeester

Waardering: B (5)

[58]

Handeling: Het voorlichten van de Minister van Financiën omtrent alle punten het muntwezen betreffende; het doen van voorstellen aan de Minister van Financiën ter bevordering van de belangen van het muntwezen.

Periode: 1940–1987

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 5;

Besluit van 24 december 1957, Stb. 560, houdende nadere regelen omtrent de inrichting van de dienst van ’s Rijks Munt, art. 4, lid 1–2

Produkt: Adviezen, voorstellen

Waardering: B (5)

[59]

Handeling: Het opstellen van processen-verbaal inzake het onderzoek en het goedbevinden van nieuw vervaardigde van ’s Rijks Munt afgeleverde munten.

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 12

Produkt: Processen-verbaal van goedkeuring

Opmerking; Zie ook handeling 42, art. 7 van de Wet Toezicht 1909.

Waardering: B (5)

[60]

Handeling: Het opstellen van maandelijkse opgaven ten behoeve van de Minister van Financiën van de soorten en hoeveelheden der in de afgelopen maand opgebrachte en goedgekeurde munten en medailles, onder toevoeging van de door de ambtenaren der controle met betrekking tot die munten uitgebrachte rapporten.

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 13

Produkt: Maandopgaven

Waardering: B (3)

[61]

Handeling: Het in ontvangst nemen, verifiëren en beoordelen van alle munten, die hem zijn toegezonden, omdat zij op grond van het bepaalde bij art. 18 der Muntwet 1901 moeten worden ingetrokken en vermunt (betreft gebrekkig bewerkte munten, afgesleten munten, tienguldenstukken en vijfguldenstukken die door slijting in gewicht zijn gedaald).

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 14

Produkt: Rapporten/processen-verbaal van beoordeling

Waardering: B (5)

[62]

Handeling: Het beoordelen van alle munten, die als verdacht van valschheid, vervalsching of opzettelijke schennis zijn aangehouden en aan zijn onderzoek onderworpen; het doen van uitspraak in geschillen van allooi en essaai.

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 15 en art. 16

Produkt: Rapporten/processen-verbaal

Waardering: B (5)

[63]

HANDELING Het doen van mededeling aan de Minister van Financiën van alles wat ter kennis van het Ministerie van Justitie moet worden gebracht.

Periode: 1940–1957

Grondslag: Besluit van 23 september 1909, Stb. 318, houdende regeling van de inrichting van den dienst van ’s Rijks Munt, art. 20 (nader vastgesteld bij Besluit van 14 september 1935, Stb. 573)

Produkt: Mededelingen, rapporten

Waardering: V, 5 jaar na mededeling

[64]

Handeling: Het op gewicht en zo nodig gehalte doen onderzoeken (door de afdeling controle) van alle ter versmelting aan ’s Rijks Munt voor rekening van het Rijk of zijne koloniën en bezittingen aangevoerde of vandaar te verzenden munt- of medaillemetalen, munten en medailles, alsmede van alle ter versmelting inkomende munten en muntmaterialen, die door anderen zijn ingezonden; het doen van uitspraak in geval van geschillen met particulieren.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Geldvoorziening vanaf 1940 (Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
10-10-2007
BWB-id
BWBR0022581
Versie
2007-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl