wetzoeker

B Selectielijst voor de Minister van Binnenlandse Zaken Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Regionaal en Ruimtelijk Economisch Beleid 1945– (Minister van Verkeer & Waterstaat)

(37.)

Handeling: Het participeren in projectgroepen voor bijzondere voorzieningen van landelijk belang op regionaal economisch terrein.

Periode: 1985–

Grondslag: Nota’s Regionaal Economisch Beleid, werkplannen van het Ministerie

Product: Nota Project Mainport Rotterdam (PMR); Nota Project Ontwikkeling Nationale Luchthaven (ONL).

Waardering: B 5

(38.)

Handeling: Het voeren van overleg met regionale actoren naar aanleiding van de onverwachte opheffing of staking van werkzaamheden van economisch belangrijke ondernemingen.

Periode: 1945–

Product: Agenda’s, verslagen, nota’s, rapporten (met de eventueel daarbij vast te stellen regelingen)

Waardering: B 5

(62.)

Handeling: Het leveren van bijdragen bij de vaststelling van integrale structuurplannen voor daartoe aangewezen economische achterstandsgebieden

Periode: 1965–

Opmerking: Deze bijdragen, door de Ministeries belast met Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Sociale Zaken en Welzijn, gelden in ieder geval: Het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands; De Perspectievennota Zuid-Limburg.

Waardering: B 5

(65.)

Handeling: Het instellen van commissies voor sociaal-economisch onderzoek naar regiospecifieke problemen.

Periode: 1945–

Product: Instelling commissie onderzoek industriële ontwikkelingsmogelijkheden linker Maas- en Waaloever, ca. 1950; Structuurcommissie Midden- en Kleinbedrijf Noorden des Lands, 12 juli 1968; Werkgroep ontwikkelings- en welvaartspeil Hoge Land provincie Groningen.

Opmerking: Rond 1950 is geprobeerd te komen tot een regionaal welvaartsplan met een daarbij behorend fonds. Het doel was aan de hand van concrete projecten op gebied van industrialisatie maar ook op agrarisch en infrastructureel terrein een regionale ontwikkeling tot stand te brengen. De planning ging echter niet verder dan het stadium van voorstellen. De commissies konden bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende Ministeries onder voorzitterschap van ambtenaren van deze Ministeries.

Waardering: B 4

(66.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van EZ inzake het te voeren beleid ten aanzien van een specifieke regio.

Periode: 1945–

Product: Adviesrapporten

Waardering: B 1

(71.)

Handeling: Het maken van financieringsafspraken inzake de toekenning van gelden voor projecten van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.

Periode: 1978–1990

Grondslag: ISP-1, ISP-2, ISP-3.

Product: Convenant, budgetafspraak.

Opmerking: Het gaat bijvoorbeeld over instellingen van (Hoger) Beroepsonderwijs, infrastructuur en werkverschaffing.

Waardering: B 5

(121.)

Handeling: Het leveren van bijdragen in het overleg met samenwerkingsorganen van andere overheden (Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten).

Periode: 1965–

Product: Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Ruimte voor Economische Activiteit, 1995; Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Samenwerking in de regio, 1999; Bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 1990.

Opmerking: De bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is voorlopig als onderzoeksconvenant opgevoerd ter wille van een concreet inventarisatieonderzoek.

Waardering: B 1

(122.)

Handeling: Het al dan niet in samenwerking met andere Ministeries leveren van bijdragen aan de totstandkoming van regionale economische samenwerkingsverbanden met betrekking tot economische voorzieningen door het rijk.

Periode: 1979–

Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999

Product: Regio-convenanten

Opmerking: Voorbeelden van deze resultaten zijn: Kerngroep Meerjarenperspectief Noord-Nederland; De Zuidelijke Alliantie; Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).

Waardering: B 1

(133.)

Handeling: Het op aanvraag uitkeren van subsidies voor ruimtelijke economische projecten in de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.

Periode: 1996–2000

Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996,161) art. 27

Opmerking: Als criteria gelden actieplannen die volgens procedures van het Convenant Grote Stedenbeleid zijn vastgesteld. Na 1995 vinden ook uitkeringen aan de grote gemeenten plaats op basis van een apart budget voor grote steden.

Waardering: V 15 jaar na aflopen subsidie

(167.)

Handeling: Het verlenen en vaststellen van subsidies aan Gedeputeerde Staten in het kader van het co-financieren van EFRO-projecten.

Periode: 1990–

Grondslag: Nota Ruimte voor Regio, bijlage 1; Regeling co-financiering doelstelling 1-, 2- en 5b-programma’s. (Stcrt. 1995, 166), (Stcrt. 1997, 153); Regeling co-financiering RESIDER, RESIDER II (Stcrt 1995, 244)

Product: Beschikkingen en verantwoordingen

Opmerking: EFRO-projecten: RETEX-projecten in Twente; RESIDER-projecten in het IJmond-gebied; URBAN-projecten voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht; CONVER-projecten van defensieterreinen; MKB-projecten in regio’s.

Handeling wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken alleen uitgevoerd in het kader van het Grotestedenbeleid.

Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie

(171.)

Handeling: Het deelnemen aan bijeenkomsten van landelijke en internationale overlegorganen op Euregio-gebied.

Periode: 1990–

Product: Verslagen, instructies

Opmerking: Het betreft tot op heden het zogenaamde Arnhem-overleg en het Arnhem-Dusseldorf-overleg.

Waardering: B 1

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Regionaal en Ruimtelijk Economisch Beleid 1945– (Minister van Verkeer & Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
07-10-2007
BWB-id
BWBR0022560
Versie
2007-10-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl