1.7 Wijzigingen ten opzichte van het RIO Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Regionaal en Ruimtelijk Economisch Beleid 1945– (Minister van Verkeer & Waterstaat)
Het Ministerie van VROM achtte de oorspronkelijke handelingen te gedetailleerd en daardoor weinig geschikt voor praktische toepassing. Met behoud van contextinformatie en waardering zijn daarom een aantal handelingen samengevoegd zoals het Ministerie van VROM deze als zorgdrager wil vaststellen. De oorspronkelijke handelingen vervallen; voor de nieuwe handelingen is doorgenummerd vanuit het RIO. Enkele kleine afwijkingen ten opzichte de van in het RIO voorgestelde waardering zijn: de Vergunninghandeling (nr. 57 + nr. 61) heeft de termijn van V 7 jaar gekregen. De handeling inzake het vaststellen van AMVB en nadere regelingen (nr. 58 + nr. 59) heeft een B waardering gekregen.
Omdat het Ministerie van VROM hiernaast eenzelfde handeling in het BSD Milieubeheer heeft staan, worden handeling 47 en de actor Minister belast met het Milieubeheer niet in het onderhavige BSD opgenomen.
Wat V&W betreft: de zogenaamde tegenhandeling van handeling 67 is al in het RIO Waterstaat opgenomen. Handeling 176 van V&W betreffende het overleg met de Kamers van Koophandel is in de organisatie uitgezet, waarna V&W concludeerde dat meeliften geen zin heeft. Beide handelingen vervallen.
Omdat niet alle Ministeries neerslag bleken te hebben van de vakMinistershandelingen, worden ze uitgesplitst in afzonderlijke selectielijsten voor de actoren die de handelingen wel verrichten. BZK en FIN, die een eigen lijst hebben, wilden ook meeliften met de vakMinistershandelingen. Hier is geen aparte lijst voor gemaakt: de handelingen zijn aan de bestaande lijsten toegevoegd. Het Ministerie van Justitie gaf aan alleen neerslag te hebben van handelingen 121 en 122.
Ook van de Werkgroep Hoge Land Provincie Groningen, die in het RIO als actor wordt genoemd, zijn in dit BSD geen handelingen opgenomen. Deze werkgroep kan niet worden getraceerd. Bij het Ministerie van Economische Zaken is er geen archiefmateriaal van gevonden.
In de praktijk gebeurt het vaak dat selecteurs de dossiers van een commissie niet kwijt kunnen, omdat er alleen specifieke handelingen per commissie zijn opgenomen en de betreffende commissie tijdens het opstellen van het BSD over het hoofd is gezien. De neerslag van dergelijke commissies is daarom ondergebracht onder een algemene handeling betreffende advisering (220) voor de actor adviescommissies.
De foutieve naam van de Ministeriële Contactcommissie Regionaal beleid is gecorrigeerd. Ook is de actor gesplitst in drie actoren, met de correcte benamingen, namelijk Ministeriële Contactcommissie Regionaal Economisch beleid (1974–1983), diens opvolger Ministeriële Commissie Regionaal beleid (MCRB) (1983–) en de Interdepartementale Commissie Regionaal beleid (ICRB). Bij elke actor zijn nieuwe handelingen geformuleerd, inclusief een overleghandeling, om de taken goed te dekken.
Aan dit BSD zijn ook handelingen toegevoegd die abusievelijk in het BSD betreffende kamers van koophandel (Stcrt. 2006, 71) zijn opgenomen onder de actor economische commissarissen. Na vaststelling van het BSD van de Kamers van Koophandel is gebleken dat de ‘actor’ economische comissarissen al zijn wettelijke taken en bevoegdheden (waarop de genoemde handelingen zijn gebaseerd), uitoefent als gemandateerde van de Minister van EZ. De Minister van EZ is als mandataris de zorgdrager voor de door economische commissarissen gevormde of te vormen archiefbescheiden, niet de kamers van koophandel. Deze conclusie wordt gedeeld door het Ministerie van EZ, het Nationaal Archief en de Erfgoedinspectie.
Omdat bij mandatering per definitie namens een overheidsorgaan wordt gehandeld, behoudt de Minister van EZ zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. De handelingen van de economische commissarissen worden dus uitgevoerd namens, oftewel onder verantwoordelijkheid van de Minister van EZ: deze is dus de formele actor.
De handelingen uit het BSD van de KvK (124 t/m 143) zijn overgenomen en omgenummerd (224 t/m 243).
Handeling 66 is aan de lijsten van de Ministeries van Binnenlandse Zaken, Defensie en Justitie toegevoegd: gezien de rol van deze actoren is de kans groot dat zij de Minister ook adviseren over regionaal economisch beleid of dat zij dit in de toekomst zullen doen.
Omdat een handeling over de deelname aan het bestuur van de ROM’s ontbrak, is handeling 244 aan de lijst van het Ministerie van Economische Zaken toegevoegd.
Tot slot zijn er een aantal algemene handelingen betreffende overleg opgenomen (216, 217, 218, 219).
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Regionaal en Ruimtelijk Economisch Beleid 1945– (Minister van Verkeer & Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 07-10-2007
- BWB-id
- BWBR0022560
- Versie
- 2007-10-07_0