wetzoeker

5.2 — Proces Richtlijn decontaminatie apparatuur ziekenhuisafval

Proces

a. Voor desinfectie dient de desinfectietijd tenminste 15 minuten bij 100ºC te bedragen. Bij een microbiologische kwalificatie is het organisme om dit te testen Bacillus athropheus (oude naam: Bacillus subtilis var. globigii), conform DIN 58949-4.

b. Voor sterilisatie dient de sterilisatietijd tenminste 30 minuten bij 121ºC te bedragen of gelijkwaardig, bijv. 7 minuten bij 134ºC, 20 minuten bij 126°C, 2 minuten 143°C.

Nota bene:

Wanneer gebruik wordt gemaakt van microbiologische testen om de effectiviteit van het proces te bepalen dient de sterilisatietijd afgestemd te worden op de resistentie van de gebruikte biologische indicator (NEN EN ISO 11138).

c. Het decontaminatieproces moet reproduceerbaar kunnen worden uitgevoerd.

d. Het decontaminatieprogramma moet eenduidig zijn beschreven. Het heeft de voorkeur om het apparaat te voorzien van slechts één decontaminatieprogramma. Indien meerdere programma’s beschikbaar zijn dient het voor de bediener van het apparaat duidelijk te zijn wat de verschillen zijn tussen de programma’s en wat de specifieke gebruiksdoeleinden zijn.

e. De installatie moet voorzien zijn van een zelfdecontaminatiecyclus waarmee alle inwendige delen van de installatie die bij normaal gebruik met het afval in aanraking komen gedecontamineerd kunnen worden. Behalve een geautomatiseerde zelfdecontaminatiecyclus treft de fabrikant ook voorzieningen waarmee een handmatige zelfdecontaminatie kan worden uitgevoerd (bijv. in het geval van storingen in de machine) en verstrekt de nodige instructies daartoe. Indien de apparatuur is uitgerust met een shredder dient deze ook gedecontamineerd te kunnen worden. De effectiviteit van de zelfdecontaminatiecyclus moet minimaal gelijkwaardig zijn aan een desinfectieproces van 15 minuten bij 100°C verzadigde vochtige hitte.

f. Met de hand uit te voeren in- of afstelmogelijkheden moeten worden vermeden. Indien toch een vrije instelling wordt toegepast, moet de afstelling door middel van een sleutelcontact of pincode worden vergrendeld, zodat wijzigingen van de instellingen alleen door geautoriseerd personeel uitgevoerd kunnen worden.

g. Wanneer de afnemer hierom verzoekt, moeten de broncode van de software en eventuele toegangscodes gedeponeerd worden bij een derde partij (bijv. bank, notaris) zodat de gebruiker bij faillissement van de fabrikant hierover de beschikking kan krijgen. De details van deze derde partij moeten bij afname aan de gebruiker bekend worden gemaakt.

h. Apparatuur waarin de stoompenetratie in slangen, naalden, textielpakketten etc. door middel van een vacuüm wordt gewaarborgd, moet voorzien zijn van mogelijkheden om een vacuümlektest, een helixtest conform EN867-5 en een Bowie en Dick test conform D6102 uit te voeren.

i. Inspectieluiken, -mangaten e.d. die toegang bieden tot het inwendige van het decontaminatie-apparaat moeten voorzien zijn van een bewaking, waardoor het proces niet zal starten of afgebroken zal worden wanneer deze resp. open zijn of tijdens het proces open worden gemaakt.

Regeling
Richtlijn decontaminatie apparatuur ziekenhuisafval
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-10-2007
BWB-id
BWBR0022549
Versie
2007-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl