wetzoeker

D — Voorwaarden vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid inzake een houder van een starterlicentie als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Voorwaarden vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid inzake een houder van een starterlicentie als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b

De houder van een starterlicentie, als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b, voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. de houder neemt deel aan een opleiding voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen, als bedoeld in artikel 71, tweede lid, onderdeel a, van de wet, of is daarvoor aangemeld en vangt daar uiterlijk 6 maanden na aanvang van het toepassen van biociden, bedoeld in artikel 71 van de wet;

b. de houder legt zijn werkzaamheden met betrekking tot het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen vast in een logboek waarin ten minste aantekening wordt gemaakt van de plaats, de periode, de hoeveelheden gebruikte biociden en de toegepaste werkwijze of techniek;

c. de houder staat gedurende zijn werkzaamheden onder leiding van een plaagdierbeheerser die minimaal vijf jaar beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van dierplagen en houtaantastende organismen, die:

– de betrokkene dagelijks spreekt;

– de betrokkene minimaal een keer per twee weken, gedurende minimaal twee uren begeleidt; en

– verslag daarover doet in het logboek.

Regeling
Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0022545
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl