A — Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:
a. de meest relevante plaagdieren en houtaantastende organismen, voorkomend in en om gebouwen, herkennen en benoemen en kent de belangrijkste biologische kenmerken ervan;
b. de voorschriften en richtlijnen op het etiket van een biocide lezen, de beeldtaal interpreteren en systematisch zaken over biociden in naslagwerken opzoeken, daarnaast beschikt de kandidaat over kennis betreffende het werkingsmechanisme van de meest toegepaste toxicologische groepen;
c. blijk geven van voldoende kennis betreffende de benodigde apparatuur en hulpmiddelen en daar op de juiste wijze een optimale bestrijding mee uitvoeren;
d. per plaagdier of houtaantastend organisme de belangrijkste werings- en bestrijdingsmethoden aangeven alsmede de methoden om het gebruik en de emissie van biociden daarbij te beperken;
e. de benodigde hoeveelheid biocide berekenen en de spuitvloeistof of het lokaas gebruiksklaar maken;
f. blijk geven van voldoende kennis van geïntegreerde plaagdierbeheersing en in staat zijn een beheersingsplan op te stellen en een beheersing uit te voeren geheel gebaseerd op geïntegreerde plaagdierbeheersing;
g. de risico’s voor veiligheid, gezondheid, voedselveiligheid en milieu van toe te passen biociden en beheersingsmethoden herkennen, beoordelen en beheersen;
h. omgaan met de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen zoals adembescherming en beschermende kleding, teneinde op een veilige en verantwoorde wijze een bestrijding uit te voeren;
i. een bestrijding van plaagdieren en houtaantastende organismen in en om gebouwen of daarvoor geschikte containers uitvoeren met behulp van de daarvoor geschikte apparatuur en hulpmiddelen die gebaseerd is op geïntegreerde plaagdierbeheersing; de kandidaat kan het beheersingsplan uitvoeren inclusief de daarmee verbonden vastlegging en rapportages; de kandidaat kan omgaan met lege verpakkingen van biociden, kan resten van biociden veilig (doen) afvoeren met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en kan de gebruikte spuitapparatuur dagelijks onderhouden;
j. blijk geven van voldoende kennis betreffende de belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen, betreffende de toelating van biociden in Nederland en betreffende hetgeen bij of krachtens de Woningwet is bepaald met betrekking tot plaagdieren en de taken van de gemeenten daarin;
k. voorlichting geven over beheersingsmethoden en hoe deze passen binnen de geïntegreerde plaagdierbeheersing;
l. de opdrachtgever adviseren over de door de hem te nemen voorzorgsmaatregelen ten behoeve van geïntegreerde plaagdierbeheersing voorafgaand aan een bestrijding;
m. een preventie- en beheersingsplan opstellen dan wel beoordelen op de risico’s ten aanzien van volksgezondheid, voedselveiligheid en milieu;
n. advies geven met betrekking tot preventieve maatregelen bij de verbouwing van gebouwen;
o. mondeling, schriftelijk of digitaal rapporteren over uitgevoerde en uit te voeren werkzaamheden;
p. houtaantastingen op de juiste wijze interpreteren en daar naar te handelen;
q. adviseren over de juiste preventieve en curatieve maatregelen ten aanzien van plaagdieren en houtaantastende organismen;
r. zijn communicatie aanpassen aan het kennis- en denkniveau van de opdrachtgever en zijn medewerkers;
s. effectieve communicatievaardigheden toepassen; en
t. de effectiviteit van eigen handelen en adviezen beoordelen en zo nodig bijsturen.
- Regeling
- Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2025
- BWB-id
- BWBR0022545
- Versie
- 2025-07-01_0