wetzoeker

Besluit vaststelling onderzoekscommissie financiering e-overheid voor wat betreft gemeenten

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-08-2007
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0022440
Versie
2007-08-31_0
SHA-256 bron
63852f08c0bf450efbeab89c80074a1d382fc9471acd1b1f7b720be0bb70c9ee

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. commissie: de commissie die onderzoek doet naar de financiering van betere dienstverlening door de e-overheid aan gemeentezijde;

b. de staatssecretaris: de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

Er is een commissie die onderzoek doet naar de financieringsmogelijkheden van de e-overheid aan gemeentezijde in het licht van de ambities om overheidsbreed de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak:

a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om op termijn de baten te kunnen benutten voor het doen van de gewenste investeringen in het heden;

b. onderzoek te doen naar de wijze waarop door gerichte sturing op investeringen de beoogde betere dienstverlening en vermindering van administratieve lasten kan worden gerealiseerd;

c. voorstellen te doen voor de wijze waarop de financiering aan gemeentezijde kan worden georganiseerd om de overheidsbrede ambities in het gewenste tempo te realiseren.

Artikel 4

1 De commissie bestaat uit twee leden: drs. J. Wallage en drs. J.K.T. Postma.

2 De commissie wordt bijgestaan door het secretariaat van de Regiegroep Dienstverlening en e-overheid.

Artikel 5

1 De commissie start op 1 juni met het onderzoek en brengt uiterlijk op 30 oktober 2007 haar rapport uit aan de staatssecretaris.

2 De Minister van Financiën en de voorzitter van de VNG ontvangen een afschrift van het rapport.

3 Na het uitbrengen van het rapport door de commissie, wordt zij opgeheven.

Artikel 6

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt maar uitsluitend aan de staatsecretaris uitgebracht.

Artikel 7

De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.