wetzoeker

Wijzigingswet Gemeentewet, enz. (verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken)

Wet van 28 juni 2007 tot wijziging van de Gemeentewet, de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer in verband met de introductie van zorgplichten van gemeenten voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater, alsmede verduidelijking van de zorgplicht voor het afvalwater, en aanpassing van het bijbehorende bekostigingsinstrument (verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2010
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0022391
Versie
2010-01-01_0
SHA-256 bron
92831ed5291b62d69af66380a7133691cfe618bcc217d3846657ba40ad21b299

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V

Artikel I

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel II

Wijzigt de Wet op de waterhuishouding.

Artikel III

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel IV

1 Uiterlijk binnen vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel B, van deze wet stelt de gemeenteraad een gemeentelijk rioleringsplan vast dat voldoet aan artikel 4.22, tweede lid, van de Wet milieubeheer zoals gewijzigd door deze wet.

2 Artikel 4.22, tweede lid, onderdeel a, van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, blijft, zolang de in het eerste lid genoemde termijn niet is verstreken, van toepassing op een gemeentelijk rioleringsplan, als bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, van de Wet milieubeheer, dat uiterlijk binnen die termijn is vastgesteld en niet voldoet aan artikel 4.22, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals gewijzigd door deze wet.

Artikel V

1 De onderdelen A tot en met D van artikel II treden in werking met ingang van 22 december 2006. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 21 december 2006, treden genoemde onderdelen in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst.

2 De overige bepalingen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.