Consumentenkrediet (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Consumentenbeleid vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
53
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het consumentenkrediet, het afbetalingsstelsel, de colportage en daarmee in verband staande handelspraktijken.
Periode: 1946–
Waardering: B1
55.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het consumentenkrediet, het afbetalingsstelsel, de colportage en daarmee in verband staande handelspraktijken.
Periode: 1984–
Waardering: B3
66.
Handeling: Het voorbereiden van vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s inzake de werkzaamheden van de Commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1984–1990.
Product: Besluit commissie Wet op het consumptief geldkrediet, Stb. 1982, 643.
Grondslag: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 12.
Waardering: B4
67.
Handeling: Het voorbereiden van KB’s tot benoeming van de voorzitter van de commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1984–1990.
Grondslag: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na pensioen
68.
Handeling: Het benoemen van leden, adviserende leden en secretarissen van de commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1984–1990.
Opmerkingen: De commissie bestaat uit zeven leden; drie daarvan zijn vergunninghouder als kredietverlener. Twee andere leden worden door representatieve consumentenorganisaties voorgedragen.
Grondslag: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 5.
Waardering: V 10 jaar
69.
Handeling: Het bij AMVB instellen van adviesorganen op het gebied van consumentenkrediet.
Periode: 1980–1997
Product: Besluit van 29 maart 1980, Stb. 139 houdende instelling van een voorlopige Adviescommissie consumentenkrediet.
Besluit van 7 maart 1990, Stb. 139, houdende instelling van een voorlopige Adviescommissie cunsumentenkrediet;
Besluit Adviescommissie consumentenkrediet, 25 november 1991, Stb. 651.
Grondslag: WCK , art. 56.
Waardering: B4
70.
Handeling: Het voorbereiden van een KB tot benoeming voorzitters van de adviescommissie .
Periode: 1980–1991
Grondslag: Besluit voorlopige Adviescommissie consumentenkrediet, art. 4, lid 2; WCK, art. 51, lid 2.
Waardering:: V 10 jaar na pensioen
71.
Handeling: Het benoemen van leden, plaatsvervangende leden en secretarissen van de adviescommissie.
Periode: 1980–1997
Grondslag: WCK, art. 51, lid 3, art. 52; besluit Adviescommissie consumentenkrediet, art. 6.
Waardering: V 10 jaar
75.
Handeling: Het evalueren van werkzaamheden van de commissie.
Periode: 1996–1997
Opmerkingen: Telkens binnen een periode van zes jaar stelt de commissie een rapport op van zijn werkzaamheden over de afgelopen tijd, waarna de Minister een onderzoek kan doen naar zijn taakvervulling en de gewenste verandering. Het eerste evaluatierapport heeft vermoedelijk tot zijn opheffing geleid..
Grondslag: Besluit adviescommissie consumentenkrediet, art. 19.
Waardering: B2
80.
Handeling: Het voorbereiden van AMvB’s op grond van de Wet op het afbetalingsstelsel.
Periode: 1961–1990
Product: Uitvoeringsbesluit Wet op het afbetalingsstelsel 1961, Stb. 1963, 547;
1975, 398; 1977, 422.
Opmerkingen: Een in strijd met de wet gesloten transactie is niet nietig, tenzij het regels met betrekking tot vergoedingen voor die transacties geldt.
De Minister is bevoegd om AMvB’s vast te stellen over:
* roerende onlichamelijke zaken en diensten die voor afbetaling in aanmerking komen (art. 1 sub a); hierbij werd in de MvT. o.a. gedacht aan vakantiereizen Verder werd verwezen naar art. 555 en 559 van het oude BW.
* afbetalingstransacties die in het algemeen als vormen van misbruik kunnen worden aangemerkt (art. 2 lid 4)
* categorieën afbetalingsfinanciers en/of leveranciers, die onder bepaalde voorwaarden kunnen worden geheel of gedeeltelijk kunnen worden vrijgesteld van bepalingen van de WAS (art. 3)
* Huurovereenkomsten die in afwijking van het bepaalde in art. 4, lid 1, als afbetalingstransacties dienen te worden aangemerkt (art. 4, lid 1, sub c). De noodzaak van deze bepaling was gebleken door het bestaan van huursystemen met het oogmerk om verplichte minimumaanbetalingen te ontduiken (nota van Toelichting Uitvoeringsbesluit 1963).
* het minimumbedrag dat afbetalingsleveranciers ter beschikking dienen te hebben (art. 16, lid 1, sub d.)
* de inlichtingen die afbetalingsleverancier of -financier bij een klant moet inwinnen met betrekking tot zijn kredietwaardigheid (art. 32). Uitgangspunt is dat het niet inwinnen van inlichtingen als een misbruik moet worden aangerekend.
* de aanbetalingen die er dienen te worden verricht bij een afbetalingstransactie en welke maximumvergoedingen er bij afbetalingen kunnen worden bedongen (art. 33)
* de vorm en inhoud van akten van overeenkomsten die een afbetalingstransactie vormen (art. 35). Hierin wordt o.m. vastgelegd dat in een huishouden beide echtgenoten dienen te ondertekenen: ‘de colporteur kan er dus niet mee volstaan, de vrouw te overdonderen in afwezigheid van de man’.
* de schriftelijke bevestiging die een leverancier aan de afbetaler dient op te stellen (art. 36, lid 2–3)
* de inschrijving van afbetalingstransacties en de daarvoor vast te stellen leges (art. 38)
* het verbod van afbetalingstransacties bij nader te bepalen zaken of diensten (art. 39)
* de waardebewijzen die door afbetalingsfinanciers kunnen worden verstrekt voor de koop van waar van afbetalingsleveranciers (art. 42)
* de leges die bij aanmeldingen of aanvragen van een vergunning moeten worden betaald en voor inzage in de registers (art. 45)
* nadere regels in het belang van een goede uitvoering van de wet (art. 48). In vrijwel alle gevallen hoort de Minister een daartoe ingestelde commissie van de Sociaal-economische Raad.
Waardering: B5
81.
Handeling: Het vaststellen van Ministeriële regelingen inzake afbetalingsstelsels.
Periode: 1961–1992
Product: Uitvoeringsbeschikking Wet op het Afbetalingsstelsel 1961, Stcrt. 1963, 251. Beschikking model inschrijvingsbewijs afbetalingsleveranciers Stcrt. 1975, 193
Opmerkingen: het betreft: regels inzake de wijze van inschrijving van afbetalingsleveranciers in de registers van kamers van Koophandel en Fabrieken (art. 6, lid 5) regels inzake de vereiste gegevens voor vergunningsaanvragen voor afbetalingsfinanciers bij de Kamers van Koophandel en – vanaf 1976 – bij de Minister van Economische Zaken (art. 15, lid 2).
regels inzake de vereiste gegevens voor vergunningsaanvragen voor afbetalingscolporteurs aan de gemeente (art. 24). Deze regels dienen door de gemeente te worden toegepast. regels voor de vaststelling van afbetalingsprijzen (art. 30, lid 1). Hiermee is het totaalbedrag bedoeld dat de schuldenaar bij afbetaling moet betalen.
Grondslag: WAS; passim.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
82.
Handeling: Het voorbereiden van AMvB’s naar aanleiding van de Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1984–1990
Product: Besluit aanwijzing zekerheden, Stb. 1976/420
Besluit kassastorting, Stb. 1976/421
Opmerkingen: De Minister heeft de bevoegdheid om bij AMVB:
a: regels te stellen
* voor de verkrijging van gegevens over voorschotbanken ten behoeve van de statistiek (art. 5, lid 1)
* Na 1983: voor de vaststelling van de kredietkosten op overeenkomsten van kredietverlening (art. 27, lid 2 sub b)
* voor door kredietverleners op te stellen prospectussen en andere aanbiedingen van kredieten (art. 43)
* voor centrale kredietregistratie (art. 52)
* Na 1983: voor vergoedingen aan kredietbemiddelaars door kredietverleners (artikel 42, lid 3; het vorderen van kosten aan kredietnemers is strafbaar.)
b: Zekerheden aan te wijzen die voor een kredietverlening als pand mogen worden gesteld (art. 31. lid 1 sub e).
b: Betaalwijzen van afbetalingen aan te wijzen waarvoor geen kwitantie verschuldigd is (art. 36)
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Consumentenbeleid vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 04-08-2007
- BWB-id
- BWBR0022343
- Versie
- 2007-08-04_0