c. Herdefinitie van het werkterrein Rijksgebouwendienst Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein rijkshuisvesting vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
De Tweede Kamer heeft op 9 februari 1998 besloten tot een stelselwijziging rijkshuisvesting. De Rijksgebouwendienst aanvankelijk een interne dienst van VROM is gewijzigd in een agentschap. Het rijk heeft daarmee een centrale vastgoedorganisatie voor de eigen huisvesting. De Rijksgebouwendienst treedt vanaf 1999 op als verhuurder van gebouwen voor de departementen en de daaronder vallende rijksdiensten. Elk departement betaalt daaarvoor een gebruiksvergoeding aan de Rgd. Deze ’huur’ is kostendekkend en vergelijkbaar met huren op de vastgoedmarkt. De departementen bepalen zelf de omvang, kwaliteit, locatie en tijdstip van realisatie van de benodigde huisvesting. Daarvoor hebben ze elk een huisvestingsbudget op hun begroting.
Het agentschap Rijksgebouwendienst hanteert een gecentraliseerde aanpak, waardoor binnen de dienst geen kennis verloren gaat. De dienstverlening vindt niet meer plaats over meerdere schijven via hoofdkantoor naar de regiokantoren maar rechtstreeks. Het doel is een grotere efficiency van middelen en een meer klanttevredenheid. Daarvoor is kennis nodig van sturings- en bouwprocessen, marktontwikkelingen en van de maatschappelijke omgeving. Deze kennis wordt ondermeer verworven door marktonderzoek. De klantvraag vertaalt de dienst zodoende naar een marktconforme aanbieding.
Vervulling van taken door de Rijksgebouwendienst heeft vorm gekregen in een vraaggestuurde organisatie. De vastgoedportefeuille van de Rijksgebouwendienst wordt benut om in de huisvestingsbehoefte te voorzien. De dienst heeft de opdracht met de klant bij te dragen aan de doelstellingen van het rijkshuisvestingsbeleid, zoals een integraal beleid voor stedenbouw, monumentenzorg, architectuur, als ook het nastreven van duurzaam bouwen en energiebesparing.
Winstpunten van deze werkwijze zijn een sturing van de rijkshuisvesting op kwaliteit en kwantiteit in een breed overleg. Het zowel op korte als op lange termijn plannen van de inkoop, verkoop en het beheer levert winst op. Verbeterde efficiency is zichtbaar in lagere tarieven voor diensten en in verminderde leegstand van overheidsgebouwen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de politieke doelstelling van de overheid taakgericht, effectief en kostenbesparend te werken. Een overheidsorganisatie dient niet alleen een regulerende maar ook een interactieve rol te spelen volgens de kabinetsnota Andere Overheid (2003).
Ondanks de marktgerichte werkwijze van de dienst blijft de Rgd gedwongen winkelnering voor de Ministeries. De Tweede Kamer heeft hiervoor in 1997 gekozen omdat de dienst als shared service kostenvoordelen biedt en sprake is van verdere schaalvoordelen naast een risicobeperking en beter vastgoedbeheer door de aanwezige vakexpertise van de dienst. De Ministeries kunnen hun huisvestingsbelang behartigen in de Klantenraad Rijkshuisvesting en zo mee sturen op kwaliteit. Een onafhankelijke Geschillencommissie voor de Rijkshuisvesting bemiddelt tussen klant en dienstverlener. Beide organen zijn geregeld bij besluiten gepubliceerd in 1998 (Staatscourant nr. 234).
Taken van de dienst hetzelfde gebleven zijn:
1. Zorg voor de huisvesting van de hoge colleges van staat, Ministeries en de daartoe behorende rijksdiensten, agentschappen, de huisvesting van internationale organisaties en van andere lichamen en organisaties, voorzover opgedragen door Minister en of de vakMinister aan de dienst.
2. Het beheer van eigen gebouwen, werken en terreinen, waarover de zorg van de rijksdienst zich uitstrekt, het portefeuillemanagement.
3. De zorg voor het beheer van de paleizen in rijkseigendom, zowel als het onderhouden vernieuwen en aanvullen van de vaste inrichting, waaronder ook de roerende goederen.
4. Het beheer van de monumenten in beheer bij het rijk.
5. Het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de architectuur, de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing daarvan.
6. Het zorgdragen voor de toepassing van beeldende kunst bij het tot stand brengen, wijzigen en beheren van gebouwen, werken en terreinen.
7. Het doen van beleidsvoorstellen met betrekking tot rijksgebouwen op verzoek of uit eigen beweging., met uitzondering van de gebouwen voor Defensie en de buitenlandse posten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
8. Het voldoen aan de vereisten voor veiligheid en gezondheid en het nastreven van een goede toegankelijkheid, duurzaam bouwen en energiebesparing bij overheidsgebouwen. De locatiekeuze wordt mede bepaald door mobiliteitbevordering.
Nieuwe taken zijn:
9. Het ontwikkelen en aanbieden van huisvestingsalternatieven voor Ministeries.
10. Het adviseren inzake het facilitair beheer.
Bovengenoemde tien taken laten zich samenvatten tot vier kerntaken:
– het ontwikkelen, realiseren en leveren van huisvesting.
– door goed beheer handhaven van de kwaliteit van de huisvesting
– het onderhouden van technische installaties in de huisvesting
– het adviseren inzake huisvesting en facilitair beheer.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein rijkshuisvesting vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 28-07-2007
- BWB-id
- BWBR0022281
- Versie
- 2007-07-28_0