wetzoeker

3.2.1 Wetgeving Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gewasbescherming vanaf 1953 (College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen )

Het in het verkeer brengen van bestrijdingsmiddelen is in Nederland sinds 1947 aan regels gebonden. De eerste wetgeving op dit gebied was de Wet bestrijdingsmiddelen en meststoffen 1947, uitgevoerd door de Plantenziektenkundige Dienst (PD). Deze wet had vooral tot doel om bedrog in de handel te voorkomen, maar door deze beperkte doelstelling konden de aan de giftigheid van bepaalde middelen verbonden risico’s niet afdoende worden beteugeld. Mede wegens de onoverzichtelijkheid van de diverse regelingen werd het noodzakelijk geacht om te komen tot een meer overkoepelende wetgeving.

Deze kwam er in 1962: de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, die in september 1964 in werking trad. Hoofduitgangspunt van deze wet is dat het verboden is om een bestrijdingsmiddel te verkopen, voorhanden of in voorraad te hebben of te gebruiken waarvan niet blijkt dat het ingevolge de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 is toegelaten (artikel 2).

In 1975 werd deze wet gewijzigd. Er kwam meer aandacht voor schadelijke nevenwerkingen voor het milieu en toelatingen konden worden gebonden aan bepaalde categorieën personen. Bovendien moest de beoordeling voortaan plaatshebben op grond van voorafgaande onderzoekingen, en niet alleen op het middel zelf maar ook op zijn omzettingsproducten.

De vorming van de Europese Economische gemeenschap (EEG) heeft gezorgd voor veel Europese regelgeving, zowel richtlijnen (om te zetten in Nederlands recht) als verordeningen (directe werking in de lidstaten). Ook op het gebied van de bestrijdingsmiddelen zijn Europese voorschriften opgesteld. Zo zijn de Gewasbeschermingsrichtlijn (91/414/EEG) en de Biocidenrichtlijn (98/8/EEG) in de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 geïmplementeerd. Het CTB heeft hiermee rechtstreeks te maken. Ook richtlijnen op het gebied van residuen van bestrijdingsmiddelen en inzake verpakking en etikettering (Preparatenrichtlijn 1999/45/EEG), zoals ook omgezet in Nederlands recht, en verordeningen betreffende bijvoorbeeld ‘essential uses’ vormen bindende kaders voor de beoordelingswerkzaamheden van het CTB.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gewasbescherming vanaf 1953 (College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen )
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
26-07-2007
BWB-id
BWBR0022257
Versie
2007-07-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl