wetzoeker

1.4. Afbakening van het BSD Waarderingskamer Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Waardebepaling onroerende zaken vanaf 1991 (Waarderingskamer)

Het BSD Waarderingskamer geldt vanaf 1995, het officiële jaar van oprichting. De Waarderingskamer heeft twee rechtsvoorgangers: vanaf 1991 de Voorlopige Raad voor de waardering van onroerende zaken; deze raad wordt in 1993 omgedoopt tot de Voorlopige Waarderingskamer.

De handelingen van deze rechtsvoorgangers van de Waarderingskamer zijn beschreven in RIO nr. 65, Belastingen: de geheiligde schuld. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van actoren op het beleidsterrein van de heffing van Rijksbelastingen op grond van de wet- en regelgeving betreffende de zogenoemde heffingswetten, per belastingsoort, met uitzondering van de invoerrechten en accijnzen 1940–1993 (Den Haag 1999). Zie daarin handelingen 40, 45, 46, 48, 49. De voorgangers van de Waarderingskamer hadden primair een adviserende taak ter voorbereiding van het van start gaan van de Waarderingskamer.

De handelingen van de voorgangers van de Waarderingskamer komen ook voor in het BSD dat is gebaseerd op RIO 65 (Stcrt. 2001, 166, gewijzigd bij Stcrt. 2005, 166), maar worden daarin niet gewaardeerd. Daarom zijn ze in dit BSD overgenomen.

In genoemd RIO zijn de handelingen van de Waarderingskamer zelf niet beschreven. Evenmin is voor het BSD Waarderingskamer een apart RIO opgesteld. Vanzelfsprekend is wel het nodige institutionele onderzoek verricht. Dat onderzoek heeft plaatsgevonden in 2005. Zie daarvoor paragraaf 2.5 t/m 2.7.

Op grond van RIO nr. 65 is een BSD opgesteld en vastgesteld (Stcrt. 2001, 166), dat in 2005 is geactualiseerd (Stcrt. 2005, 167). In de betreffende BSD’s zijn selectievoorstellen voor handelingen van de voorgangers van de Waarderingskamer te vinden. Ook zijn handelingen m.b.t. de uitvoering van de Wet WOZ opgenomen.van de Ministers van Financiën, Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat (periode 1991–1994), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (periode 1991–1994) en van de Belastingdienst. Zie: 42, 43, 44, 916 (k), 1092, 1093, 1094, 1095, 1096, 1097, 1098, 1100, 1101. De handelingen van de Minister van Financiën nr. 1092 en 1094–1096 hebben betrekking op benoeming van het bestuur van de Waarderingskamer. Handeling 1097 en 1098 hebben betrekking op de ontwikkeling en uitvoering van beleid.

In handeling 1095 kan de Minister van Binnenlandse Zaken bestuursleden van de Waarderingskamer voordragen.

Verder behoort het toegankelijk maken van WOZ-gegevens tot de doelen van de Waarderingskamer. Deze gegevens kunnen te maken hebben met diverse beleidsterreinen, zoals huurbeleid en veiligheidsbeleid. Dit gaat echter niet zover dat gesteld kan worden dat de Waarderingskamer in de zin van PIVOT actor is op deze beleidsterreinen. Deze taak vindt plaats in het kader van overheidsinformatievoorziening. Er bestaat een selectielijst van het Ministerie van BZK op dit beleidsterrein. Daarin komen echter geen specifieke handelingen voor die gelden voor de Waarderingskamer.

De Waarderingskamer streeft naar optimaal archiefbeheer en is voornemens om na vaststelling van het BSD de selectie van archiefbescheiden al bij de archiefvorming te gaan uitvoeren. In het kader daarvan is ervoor gekozen om in het voorliggende BSD de neerslag van alle handelingen van de Waarderingskamer te waarderen, inclusief informatievoorziening, personeels- en financiële functies en archiefbeheer. Deze keuze werd bevorderd door het feit dat handelingen van andere actoren m.b.t. de uitvoering van de Wet WOZ al gewaardeerd zijn in desbetreffende BSD’s.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Waardebepaling onroerende zaken vanaf 1991 (Waarderingskamer)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
19-07-2007
BWB-id
BWBR0022245
Versie
2007-07-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl