Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kansspelen 1945-2000 (Minister van Financiën)
Loterijen
(54.)
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken inzake de vaststelling van voorschriften die worden verbonden aan de vergunning voor het organiseren van een instantloterij
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14c, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art 3, lid 4; art. 11; art. 16, lid 3; art. 19, lid 2; art. 20, lid 4; vervallen 30 april 1996
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Opmerking: In de beschikking instantloterij is precies aangegeven met de vaststelling of wijziging van welke voorschriften de Minister van Financiën moet overeenstemmen. Het gaat om bepalingen in de beschikking instantloterij waarbij is bepaald:
– dat de Minister van Financiën de bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij moet goedkeuren voor zover zij betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS);
– wat het maximum aantal verkooppunten is, waarvan 1500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de SENS;
– dat een bepaald deel van de netto-opbrengst van de instantloterij wordt afgedragen aan de Minister van Financiën;
– dat de Stichting Nationale Instantloterij elk kwartaal een financieel verslag aan de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken stuurt, alsmede een afschrift daarvan aan de Minister van Financiën;
– dat de Stichting Nationale Instantloterij de jaarrekening tevens aan de Minister van Financiën zendt
In de beschikking instantloterij 1996 keren deze bepalingen niet terug.
Waardering: B 5
(69.)
Handeling: Het bepalen dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij ten goede komt aan de schatkist
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) en
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Waardering: B 5
(70.)
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken inzake de bepaling dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij moet worden afgedragen aan de Staat
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Waardering: B 5
(71.)
Handeling: Het rapporteren aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de werking van de Wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij en de op basis daarvan verleende vergunning
Periode: 1994–1996
Grondslag: Wet van 2 december 1993 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij (Stb. 1993, 658) art. III
Product: De Krasloterij in Nederland. Deelname, deelnemers, risico’s en handhaving (Ministerie van Justitie/Den Haag, 1995)
Opmerking: De eerste vergunning tot het organiseren van de instantloterij werd als proef voor de duur van twee jaar verleend aan de Stichting Nationale Instantloterij. Het onderzoek voor het rapport aan de Tweede Kamer werd in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door Bakkenist Management Consultants en het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO)
Waardering: B 2,3
(73.)
Handeling: Het instemmen met de (wijziging van de) bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij die betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij in het bestuur van de stichting.
Periode: 1994–
Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 4; vervallen 30 april 1996
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 3, lid 4
Waardering: V 10 jaar (na wijziging statuten)
Premieleningen
(79.)
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten waarbij naamloze vennootschappen, coöperatieve of andere, rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen en stichtingen, toestemming wordt verleend tot het openstellen van een premielening
Periode: 1945–1964
Grondslag: Loterijwet 1905, art. 2bis, zoals ingevoegd in 1925 (Stb. 1925, 242); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Product: KB’s
Opmerking: In de wet wordt gesteld dat het hier moet gaan om tegen een niet hogere dan de parikoers uitgegeven werkelijke geldleningen, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geven van tenminste drie procent.
Bij het verlenen van de toestemming tot het houden van een premielening kan worden bepaald dat de houder een waarborg onder berusting van de Staat moet stellen (hetzij in een geldbedrag, hetzij in een fonds), zodat is verzekerd dat de verplichtingen aan de deelnemers kunnen worden nagekomen. Het beheer van deze waarborgsommen en fondsen is in handen van de Agent van het Ministerie van Financiën in Amsterdam.
Waardering: B 5
(80.)
Handeling: Het verlenen en intrekken van een vergunning aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid voor het openstellen van een premielening
Periode: 1964–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 4, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1976 (Stb. 1976, 229)
Product: Beschikking
Opmerking: Een dergelijke vergunning kan alleen worden verleend voor geldleningen waarvan het geplaatste geld algemene belangen moet dienen.
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften worden in het besluit waarbij de vergunning wordt verleend, opgenomen.
Tot 1971 was er sprake van het verlenen van een vergunning aan een: naamloze vennootschap, een coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of een stichting
Waardering: B 5
(81.)
Handeling: Het vaststellen van het percentage van de rente die houders van een premielening jaarlijks minimaal moeten uitkeren aan de deelnemers
Periode: 1964–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 2, onder c jo. art. 4, lid 1 (Stb. 1964, 483)
Opmerking: Het percentage wordt van geval tot geval vastgesteld
Waardering: V 7 jaar
(82.)
Handeling: Het vaststellen en zonodig wijzigen van de lijst van fondsen die door houders van een premielening als waarborg bij de Staat zijn ondergebracht
Periode: 1945–1964
Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. III, lid 2; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Product: Lijsten
Waardering: V 7 jaar (na vaststelling/wijziging)
(83.)
Handeling: Het beslissen of, en zo ja in hoeverre, de waarborgsom dient te worden aangesproken wanneer de houder van een premielening niet aan zijn verplichtingen jegens de deelnemers kan voldoen
Periode: 1945–1964
Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. IV; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Opmerking: De Minister van Financiën voerde bij het nemen van de beslissing overleg met de Minister van Justitie.
Waardering: V 20 jaar na uitspraak
(84.)
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de beslissing om de waarborgsom aan te spreken voor het geval de houder van een premielening niet aan zijn verplichtingen jegens de deelnemers kan voldoen
Periode: 1945–1964
Grondslag: Koninklijk Besluit tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4, 1e en 4e lid, der Loterijwet 1905 (Stb. 1928, 380) art. IV; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Waardering: V 7 jaar
(85.)
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die worden belast met het opsporen van overtredingen van de loterijwetgeving
Periode: (1943) 1945–1964
Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kansspelen 1945-2000 (Minister van Financiën)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 21-07-2007
- BWB-id
- BWBR0022240
- Versie
- 2007-07-21_0