wetzoeker

Werkzaamheden van ondergeschikte aard bij werken in verschillende landen (in samenhang met artikel 14, lid 2, sub b, onderdeel i, artikel 14 bis en artikel 14 quater) Premieheffing, volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en Zorgverzekeringswet; Internationale aspecten

Op grond van artikel 14, lid 2, sub b, onderdeel i, van de verordening is op degenen die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst plegen uit te oefenen de wetgeving van toepassing van de lidstaat op het grondgebied waarvan zij wonen, indien zij een deel van hun werkzaamheden op dit grondgebied uitoefenen of indien zij verbonden zijn aan meer dan één onderneming of meer dan één werkgever die hun zetel of domicilie op het grondgebied van verschillende lidstaten hebben. In het genoemde artikel worden geen voorwaarden gesteld aan de omvang en de aard van het deel van de werkzaamheden dat wordt verricht op het grondgebied van de lidstaat waar de betrokken werknemer woont. Uit HvJ EG 16 februari 1995, zaak C-425/93, Jur. 1995, blz. I-26 (Calle Grenzshop), blijkt echter dat dit artikel niet van toepassing is, indien de door een werknemer in zijn woonland verrichte werkzaamheden louter van ondergeschikte aard zijn.

Werkzaamheden die in de woonstaat van de werknemer worden verricht, worden als werkzaamheden van ondergeschikte aard beschouwd en voor de toepassing van artikel 14, lid 2, sub b, onderdeel i, van de verordening buiten beschouwing gelaten indien aan de volgende criteria wordt voldaan:

– de werkzaamheden hebben een ondersteunend karakter en ontberen zelfstandigheid;

– de werkzaamheden worden in het algemeen thuis verricht;

– de verrichte werkzaamheden staan in dienst van de hoofdactiviteit die in de andere lidstaat wordt uitgeoefend;

– de duur van de werkzaamheden is in relatieve en absolute zin beperkt; indien minder dan twee uur per week wordt gewerkt of minder dan een dag per maand over een referentieperiode van drie maanden, worden de werkzaamheden altijd buiten beschouwing gelaten.

Als voorbeelden van werkzaamheden van ondergeschikte aard kunnen worden genoemd het lezen van stukken, het voorbereiden van vergaderingen en het ontvangen van bezoek door een persoon die zijn hoofdactiviteiten niet in zijn woonstaat verricht.

Wordt aan de vorengenoemde criteria voldaan met betrekking tot werkzaamheden van een inwoner van Nederland op Nederlands grondgebied dan is op de betrokken werknemer niet artikel 14, lid 2, sub b, onderdeel i, van de verordening van toepassing, maar artikel 13, lid 2, sub a. Dit houdt in dat op hem niet de Nederlandse wetgeving (woonstaat) van toepassing is, maar de wetgeving van de lidstaat op wiens grondgebied hij zijn hoofdactiviteiten verricht. De criteria met betrekking tot werkzaamheden van ondergeschikte aard op Nederlands grondgebied zijn ook van toepassing op het bepalen van de toepasselijke wetgeving op grond van artikel 14 bis (zelfstandigen) en artikel 14 quater (combinatie loondienst en zelfstandige) van de verordening.

Bij de beoordeling van de werkzaamheden op een ander grondgebied, is de desbetreffende lidstaat in principe bevoegd om na te gaan of er sprake is van werkzaamheden van ondergeschikte aard. Bij de beoordeling of sprake is van werkzaamheden van ondergeschikte aard op een ander grondgebied wordt aangesloten bij de bevindingen door de bevoegde instanties van het land zelf in situaties waarin deze instanties tot een ander oordeel komen dan de Nederlandse instanties.

Regeling
Premieheffing, volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en Zorgverzekeringswet; Internationale aspecten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
12-07-2007
BWB-id
BWBR0022216
Versie
2007-07-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl