wetzoeker

De Koning Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Constitutionele Zaken vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

107.

handeling: het voordragen van een wet waarin aan de Koning of zijn mogelijke erfopvolgers toestemming voor diens huwelijk wordt verleend

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 17;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 28.1

opmerkingen: De Staten-Generaal beraadslagen in verenigde vergadering over een dergelijke wet.

Zie ook handeling 108 van de minister van Binnenlandse Zaken.

waardering: B (1)

109.

handeling: het voordragen van een wet over de uitsluiting van één of meer personen van de erfopvolging van de Kroon

periode: 1983–

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 29.1

opmerkingen: Voorwaarde voor de indiening van een dergelijk wetsontwerp zal zijn, dat er uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn, die tot een onmiddellijke voorziening nopen.

Een wetsvoorstel van deze strekking wordt door de Staten-Generaal in verenigde vergadering besproken en moet met minstens tweederde van de uitgebrachte stemmen worden aangenomen.

waardering: B (1)

111.

handeling: het voordragen van een wet over de benoeming van een opvolger voor de Koning

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 18;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 30.1

opmerkingen: Na de indiening van het voorstel worden de Kamers ontbonden. De nieuwe Kamers beraadslagen en besluiten in verenigde vergadering. Aannemen van het voorstel kan slechts met minstens tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.

Wanneer bij overlijden of troonsafstand van de Koning geen erfopvolger beschikbaar is en ook nog geen andere opvolger is voorgedragen en aangewezen, worden de Kamers ontbonden. De nieuwe Kamers komen binnen 4 maanden na het vacant komen van het Koningschap in verenigde vergadering bijeen om over de benoeming van een Koning te besluiten. Ook hiervoor is een tweederde meerderheid vereist. De Grondwet schrijft niet dwingend voor dát er een opvolger benoemd móet worden.

waardering: B (1)

114.

handeling: het voordragen van een wet over de voogdij over de minderjarige Koning

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 32–34;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 34

product: Wet houdende benoeming van een voogd en regeling van de voogdij over de minderjarige Koning, Stb. 1981/381

opmerkingen: Het product van deze handeling wordt verder uitgewerkt in RIO Driemaal ’s Raads Recht (PIVOT-rapport nr. 17).

waardering: B (1)

117.

handeling: het voordragen en/of vaststellen van regelgeving over het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 35;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 35.4

opmerkingen: Handelingen van de Raad van State zijn ook opgenomen in RIO Driemaal’s Raads Recht (PIVOT-rapport nr. 17), pag. 75.

waardering: B (1)

119.

handeling: het voordragen van een wet of KB waarbij wordt verklaard dat de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen

periode: 1983–

grondslag: Grondwet 1983/1987/1995, art. 35.3

opmerkingen: Handelingen van de Raad van State zijn ook opgenomen in RIO Driemaal ’s Raads Recht (PIVOT-rapport nr. 17), pag. 75.

Vóór 1983 kon de Koning in zijn gezag worden hersteld door een verklaring van de verenigde vergadering van de Staten-Generaal, op de manier zoals Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 48–50 voorschrijft.

Vanaf 1983 wordt dit in een wet geregeld. Ook dan beraadslagen en besluiten de Staten-Generaal ter zake in verenigde vergadering.

waardering: B (1)

121.

handeling: het voordragen van een wet of KB over het tijdelijk neerleggen en hervatten door de Koning van de uitoefening van het koninklijk gezag

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972, art. 43;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 36

opmerkingen: Zolang niet in de uitoefening van het Koninklijk gezag is voorzien, wordt dit uitgeoefend door de Raad van State. Zie ook het RIO Driemaal ’s Raads Recht (PIVOT-rapport nr.17) pag. 76.

De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Het recht van initiatief tot het doen van een dergelijk voorstel door de Staten-Generaal is uitgesloten.

waardering: B (1)

123.

handeling: het voordragen van een wet over het regentschap

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963/1972/1983/1987/1995, art. 37

product: Rijkswet houdende benoeming van een Regent voor het geval van erfopvolging door de troonopvolger die niet de leeftijd heeft bereikt waarop hij ingevolge de Grondwet kan aanvangen het Koninklijk gezag uit te oefenen, Stb. 1981/382

opmerkingen: Zie ook het RIO Driemaal ’s Raads Recht (PIVOT-rapport nr.17) pag. 76. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

waardering: B (1)

125.

handeling: het voordragen van een wet over het lidmaatschap van het Koninklijk Huis

periode: 1972–

grondslag: Grondwet 1972, art. 21 a;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 39

product: Wet lidmaatschap Koninklijk Huis, Stb. 1985/578

opmerkingen: Het recht van initiatief tot het doen van een dergelijk voorstel door de Staten-Generaal is uitgesloten.

waardering: B (1)

127.

handeling: het voordragen van een wet over uitkeringen ten laste van het Rijk aan de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis

periode: 1945–

grondslag: Grondwet 1938/1946/1948/1953/1956/1963, art. 30;

Grondwet 1972, art 22, add. art. VIII;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 40.1

product: Wet houdende regeling van het financieel statuut van het Koninklijk Huis, Stb. 1985/701

opmerkingen: Het recht van initiatief tot het doen van een dergelijk voorstel door de Staten-Generaal is uitgesloten.

Vóór 1972 regelde de tweede afdeling van de Grondwet de uitkeringen aan het Koninklijk Huis en ook de hoogte van die uitkeringen. De in de Grondwet genoemde bedragen konden echter wel bij wet worden gewijzigd. De Staten-Generaal moesten daarover met tenminste tweederde meerderheid beslissen.

Vanaf 1972 beraadslagen en besluiten de Staten-Generaal ter zake in verenigde vergadering.

waardering: B (1)

130.

handeling: het voordragen van een wet over belastingvrijdom voor de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis

periode: 1972–

grondslag: Grondwet 1972, art. 22;

Grondwet 1983/1987/1995, art. 40.2

opmerkingen: De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

waardering: B (1)

133.

handeling: het, samen met de minister van Binnenlandse Zaken, adviseren van de Kroon over de (rechtspositionele aspecten van de) hofhouding

periode: 1945–

bron: L. van Poelgeest

opmerkingen: Het gaat hier om de interpretatie van art. 41 van de Grondwet.

waardering: B (1)

135.

handeling: het, samen met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, voordragen voor verlening bij KB van namen en titels aan leden van het koninklijk huis

periode: 1945–

bron: L. van Poelgeest

waardering: B (5)

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Constitutionele Zaken vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
23-06-2007
BWB-id
BWBR0022094
Versie
2007-06-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl