wetzoeker

Actoren onder de archiefzorg van het Ministerie van VWS: (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gezondheid en Welzijn van Dieren vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert (1945–)

Het betreft:

– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (1994–heden)

– de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) (1982–1994)

– de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (VoMil) (1971–1982)

– de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (SZV) (1951–1971)

– de Minister van Sociale Zaken ((1933) 1945–1951)

In het kader van de personele unie van het Veterinaire inspectie van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid met de Veterinaire Dienst van LNV was de Minister belast met de Volksgezondheid verantwoordelijk voor de uitoefening van diergeneeskunst en het toezicht op de diergeneesmiddelen, sera en entstoffen. Omstreeks 1984 werd deze verantwoordelijkheid overgeheveld naar het Ministerie van Landbouw. Desalniettemin moet het Ministerie van Landbouw over zaken m.b.t. tot geneesmiddelen wel afstemmen met het Ministerie waaronder Volksgezondheid ressorteert.

Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1965–1982)

Het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) heeft bestaan van 14 april 1965 (beëdiging van het kabinet-Cals) tot en met 4 november 1982 (ontslag verleend aan het kabinet Van Agt III). Tot 1982 waren dit Ministerie en zijn voorgangers verantwoordelijk voor de bescherming van dieren. Met de omvorming van het Ministerie van CRM naar het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) werd de verantwoordelijkheid voor de dierenbescherming bij de Minister van Landbouw en Visserij ondergebracht. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van proefdieren zoals die in de Wet op de dierproeven gestalte kreeg, bleef echter een taak van het nieuw gevormde Ministerie van WVC en zijn rechtsopvolger het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Minister onder wie Welzijn ressorteert (1982–)

Het betreft:

– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (1994–heden)

– de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) (1982–1994)

In 1982 neemt deze Minister de verantwoordelijkheid van de Minister van CRM over voor de bescherming van proefdieren zoals die in de Wet op de dierproeven gestalte kreeg.

NB: in de selectielijst zijn deze actoren samengevat als de Minister belast met het beleidsterrein gezondheid en welzijn van dieren. De neerslag met betrekking tot dierbescherming in de periode 1965–1982 bevindt zich echter voornamelijk in het CRM-archief. De overige neerslag betreffende diergeneeskunst en diergeneesmiddelen en de zorg voor proefdieren in de periode na 1982 kan worden teruggevonden in het archief van het Ministerie van VWS.

Commissie van Advies voor de Dierproeven en Centrale Commissie Dierproeven

Deze Commissie werd ingesteld bij de Wet op de dierproeven en dient de Minister van Volksgezondheid van advies over het gebruik van dierproeven (Stc. 1978, 173). In 1997 trad de Herzieningswet wijziging adviestelsels in werking en kwam de wettelijke adviestaak van de Commissie van advies te vervallen. De commissie werd omgezet in de Centrale Commissie Dierproeven. De Centrale commissie fungeert tevens als beroepsinstantie voor vergunninghouders ingeval van een negatief advies van een dierexperimentencommissie over een voorgenomen dierproef.

Rijksinstituut voor Geneesmiddelenonderzoek

Het Rijksinstituut voor Geneesmiddelenonderzoek is ingesteld bij Koninklijk Besluit van 23 januari 1963 (Stcrt. 1963, 20). Het instituut is de rechtsopvolger van het Rijksinstituut voor Pharmaco-therapeutisch onderzoek. In 1966 werd het instituut in het kader van de herbezinning van de kerntaken van het Directoraat-generaal van de Volksgezondheid (Stcrt. 1996, 88) opgenomen in het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne als het Laboratorium voor Geneesmiddelenonderzoek.

De handelingen van het instituut op het gebied van geneesmiddelenonderzoek staan beschreven in het BSD Geneesmiddelen en Medische Hulpmiddelen. In het onderhavige BSD is een handeling opgenomen over het verrichten van onderzoek ter voorbereiding van de adviezen van de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen.

Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD)

De Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD) is in 1986 opgericht door de Minister van LNV bij de Regeling registratie diergeneesmiddelen (Stcrt. 1986, 81). De commissie heeft tot taak beslissingen voor te bereiden omtrent de registratie van diergeneesmiddelen, alsmede omtrent de wijziging, de verlenging, de schorsing of de doorhaling van een registratie. Daarmee nam de CRD in 1986 ook de taken van de Receptuurcommissie over (zie RIO Landbouwkwaliteit en voeding, pag. 37).

De samenstelling van de commissie wijzigt in de loop der jaren. In de beginjaren (1986–1989) bestaat de commissie uit:

a. de directeur van de directie Voedings- en Kwaliteitsaangelegenheden van het Ministerie van Landbouw en Visserij (tevens voorzitter);

b. de directeur van de Veterinaire Dienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij;

c. de directeur van de directie Veehouderij en Zuivel van het Ministerie van Landbouw en Visserij;

d. de directeur van de directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken van het Ministerie van Landbouw en Visserij;

e. de directeur van de directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden en Produktveiligheid van het Ministerie van WVC;

f. de hoofdinspecteur voor de Geneesmiddelen van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid van het Ministerie van WVC;

g. de hoofdinspecteur voor de Volksgezondheid, belast met het toezicht op levensmiddelen van het staatstoezicht op de Volksgezondheid van het Ministerie van WVC;

h. de veterinaire hoofdinspecteur van de Volksgezondheid van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid (Regeling registratie diergeneesmiddelen, Stcrt. 1986, 81, art. 2, lid 2).

Van 1989 tot 1995 is de directeur van de Veterinaire Dienst voorzitter van de CRD. En voor het lid onder f geldt: de hoofdinspecteur voor de geneesmiddelen dan wel de voorzitter van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (Wijziging Regeling registratie diergeneesmiddelen, Stcrt. 1989, 59, art. 1).

Van 1995 tot 2006 bestaat de commissie uit:

a. de Chief Veterinary Officer van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (tevens voorzitter);

b. de directeur van de directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

c. de directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

d. de directeur Gezondheidsbeleid van het Ministerie van VWS;

e. de hoofdinspecteur voor de geneesmiddelen van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid van het Ministerie van VWS.

f. de directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit (Regeling registratie diergeneesmiddelen 1995, Stcrt. 1994, 208, art. 2, lid 2).

Met de inwerkingtreding van de Diergeneesmiddelenregeling (Stcrt. 2005, 253, art. 2, lid 4) in 2006 worden de functies van de leden niet meer genoemd. De commissie bestaat uit zeven leden, te benoemen door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Onderzoek dat nodig is met het oog op de voorbereiding van de adviezen van de commissie wordt vooral verricht door het Rijksinstituut voor geneesmiddelenonderzoek (RIGO; tot 1995), het Rijkskwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (RIKILT), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) en het Centraal Diergeneeskundig Instituut (CDI; later: het Instituut voor Veehouderij en Diergezondheid, en nog later het Centraal Instituut voor DierziekteControle Lelystad (CIDC-Lelystad)).

Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door het Bureau Diergeneesmiddelen.

Bureau Diergeneesmiddelen (BD)

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gezondheid en Welzijn van Dieren vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
07-06-2007
BWB-id
BWBR0022012
Versie
2007-06-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl