wetzoeker

Wijzigingswet Faillissementswet (herziening schuldsaneringsregeling natuurlijke personen)

Wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2008
Rechtsgebied
Insolventierecht, Procesrecht, Schuldsanering
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0022010
Versie
2008-01-01_0
SHA-256 bron
7bbc17bfec6265f4c4056058ed4fa785f7f7121ffbfa0d4933515aa5fa75c8d9

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel I
  2. Artikel Ia
  3. Artikel Ib
  4. Artikel Ic
  5. Artikel Id
  6. Artikel II
  7. Artikel III
  8. Artikel IV
  9. Artikel V

Artikel I

Wijzigt de Faillissementswet.

Artikel Ia

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel Ib

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel Ic

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel Id

Wijzigt de Wet op het consumentenkrediet.

Artikel II

Wijzigt de Wijzigingswet Faillissementswet (bevorderen effectiviteit surséance van betaling en faillissement)(Kamerstuk 27244).

Artikel III

Wijzigt de Faillissementswet.

Artikel IV

1 Ten aanzien van schuldenaren op wie de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing is verklaard, blijft het recht van toepassing zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, totdat onherroepelijk op het verzoek is beslist. Nadat onherroepelijk is beslist, blijft artikel 350, derde lid, onder f, buiten toepassing.

2 Op een saneringsplan dat op de datum van inwerkingtreding van deze wet door de rechter reeds is vastgesteld, blijft het recht van toepassing zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

3 Indien na de datum van inwerkingtreding van deze wet de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van artikel 356, tweede lid, is artikel 358, eerste lid, niet van toepassing op vorderingen die voortvloeien uit een strafrechtelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, die minder dan vijf jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, onherroepelijk is geworden. Dit geldt ook voor een vordering die voortvloeit uit een veroordeling tot betaling van schadevergoeding die is vastgesteld door de burgerlijke rechter nadat de strafrechter die over het misdrijf of de overtreding heeft geoordeeld, heeft vastgesteld dat de vordering tot betaling van schadevergoeding of een deel daarvan slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht, en die minder dan vijf jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend onherroepelijk is geworden.

Artikel V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.