wetzoeker

Artikel 10 Suppletieregeling filminvesteringen Nederland

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

1 In geval van subsidie-verlening op grond van deze regeling, is de aanvrager verplicht om binnen een termijn van uiterlijk drie maanden na subsidieverlening:

a. een schriftelijke verklaring over te leggen van elk van de bij de financiering van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend betrokken partijen, waarin deze verklaren dat zij onderling niet gelieerd zijn en hun financiële bijdrage voor eigen rekening en risico verlenen; en:

b. de terzake van de financiering en exploitatie van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de bioscoopfilm betrokken partijen over te leggen, waaruit onomstotelijk blijkt dat elk van deze partijen zich heeft verbonden tot het verstrekken van financiering ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening op grond van deze regeling en die voortvloeien uit de door het Fonds gehanteerde model-uitvoeringsovereenkomst; en:

c. een schriftelijke verklaring te overleggen van een completion guarantor, waaruit onomstotelijk blijkt dat de begrote productiekosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend, zoals op genomen in de productiebegroting, toereikend zijn en dat de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend vallen onder de dekking van deze completion guarantor vanaf het moment waarop de bioscoopfilmopnamen starten. Deze verplichting geldt voor bioscoopfilms met een productiebudget (productiekosten) vanaf twee miljoen euro.

2 Binnen een termijn van acht weken na ontvangst van alle bescheiden, zoals bedoeld in het eerste lid, zal het Fonds de aanvrager schriftelijk mededelen of naar zijn oordeel is voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid.

3 De aanvrager is verplicht er voor zorg te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend starten binnen uiterlijk 12 maanden na de subsidieverlening.

4 Van de termijnen, zoals genoemd in het eerste en derde lid, kan niet worden afgeweken. Indien de aanvrager deze termijnen overschrijdt, zal het Fonds de subsidieverlening intrekken. Het besluit tot intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend.

Regeling
Suppletieregeling filminvesteringen Nederland
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2012
BWB-id
BWBR0022008
Versie
2012-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl