wetzoeker

Actoren die ressorteren/onder het zorgdragerschap vallen van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Planning Voorzieningen gezondheidszorg vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

De Ziekenhuiscommissie (1947–1979)

De Ziekenhuiscommissie is ingesteld bij besluit van de beschikking, afdeling Volksgezondheid (no. 87 C/doss. 48, 1947) en later bekrachtigd bij de beschikkingen no. 12893 (Stcrt. 1953, 196) en no. 105285 (Stcrt. 1965, 225). De taak van de commissie bestaat uit het adviseren van de minister over aangelegenheden betreffende de planning en bouw van ziekenhuisvoorzieningen.

De Ziekenhuiscommissie was aanvankelijk als tijdelijke adviescommissie ingesteld voor de vraagstukken op het gebied van het ziekenhuiswezen. Het ging niet alleen om de bouw, maar ook om de economische exploitatie, de tariefstelling en het verplegend personeel. De Ziekenhuiscommissie bestond uit vertegenwoordigers van de landelijke ziekenhuisorganisaties en ambtelijke vertegenwoordigers.

In 1953 werd de taak van de Commissie ten gevolge van de veranderde omstandigheden gewijzigd. De advisering zou noch uitsluitend de planning en bouw van ziekenhuisvoorzieningen betreffen.

Het College voor Ziekenhuisvoorzieningen (CvZ) (1971–1999)

Dit College is ingesteld bij de Wet Ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 1 (Stb. 1971, 268). Het is de rechtsopvolger van de Ziekenhuiscommissie.

Het College heeft tot taak de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert te adviseren over de uitvoering van de Wet ziekenhuisvoorzieningen en andere zaken die te maken hebben met de doelmatige voorzieningen ter zake van ziekenhuizen en andere inrichtingen voor gezondheidszorg.

Instelling van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen betekende niet dat de Ziekenhuiscommissie werd opgeheven: beide organen bleven enige tijd naast elkaar bestaan. Oorzaak daarvan was dat de Wet Ziekenhuisvoorzieningen in verband met het ontbreken van uitvoeringsvoorschriften niet direct volledig operationeel werd. In een overgangsregeling werd de verhouding tussen de Ziekenhuiscommissie het College vastgelegd (Beschikking Ziekenhuiscommissie (Stcrt. 1972, 127)).

Hoewel het College en de Ziekenhuiscommissie formeel zelfstandige organen waren, werd er nauw samengewerkt.

Vanaf 1982 ging het College voor Ziekenhuisvoorzieningen als Kamer voor de intramurale gezondheidszorg deel ging uitmaken van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid. In de praktijk is de relatie tussen beide organen enigszins verwaterd.

(Tegenwoordig wordt de afkorting (CvZ) gebruikt voor het College voor zorgverzekeringen.)

De Ziekenfondsraad (1949–)

De Ziekenfondsraad is een bij wet ingestelde ‘zelfstandige en onafhankelijke maatschappelijke instelling met een publiekrechtelijk karakter’. Het is de rechtsopvolger van de Commissaris belast met het toezicht op de ziekenfondsen en de Raad van bijstand.

De handelingen van de Ziekenfondsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1997, 22).

De Centrale Raad voor de Volksgezondheid (CRV) (1951–1982)

Deze Raad heeft tot taak het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de structuur, de uitvoering, de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg, de uitvoering van de wetten die de volksgezondheid betreffen, en alle andere zaken welke van belang zijn voor de volksgezondheid.

De Nationale Raad voor de Volksgezondheid (1982–)

Deze Raad is ingesteld bij de Wet Voorzieningen Gezondheidszorg (Stb. 1982, 563) en heeft als taak het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de structuur, de uitvoering, de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg, de uitvoering van de wetten die de volksgezondheid betreffen, en alle andere zaken welke van belang zijn voor de volksgezondheid;

Voor de Nationale Raad zal nog een selectielijst worden opgesteld, waar dan tevens de handelingen van de Centrale Raad in zullen worden opgenomen.

Commissie uitvoering Wet ambulancevervoer (1977–)

Ingesteld bij Stcrt. 1977, 135, gewijzigd bij Stcrt. 1980, 54.

Deze commissie heeft tot taak met betrekking tot de Wet ambulancevervoer

– de minister van Volksgezondheid te adviseren over de invoering van de wet, de daarop berustende uitvoeringsbesluiten en richtlijnen;

– de uitvoering te coördineren en te begeleiden.

De Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen (1981–1999)

Deze commissie kan bepalen dat een ziekenhuisvoorziening gesloten dient te worden. Deze commissie heeft de algehele coördinatie van saneringen van ziekenhuizen in handen.

De commissie is de voorganger van het College Sanering Ziekenhuisvoorzieningen (CSZ) (1999–).

Dit college is een zelfstandig bestuursorgaan. Zowel de Commissie als het College voeren vier taken uit:

– Toezicht houden op de uitvoering van de saneringsregeling ziekenhuisvoorzieningen en het geven van subsidie die voorziet in de gevolgen van sluiting.

– Het college is betrokken bij de vervreemding van onroerende zaken bij sluiting.

– Het verstrekken van subsidie om te voorzien in de gevolgen van het intrekken van een vergunning van een ambulancedienst of het wijzigen of opheffen van de vestigingsplaats van een Centrale post voor het ambulancevervoer.

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, kan het College vragen bijzondere, niet-wettelijke werkzaamheden uit te voeren of te coördineren. Het College heeft een eigen selectielijst laten opstellen, waarin ook het handelen van de Commissie is opgenomen (Stcrt. 2004, 215).

De Gezondheidsraad (1919–)

De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61) op basis van RIO nr. 5, Staatstoezicht op de Volksgezondheid.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Planning Voorzieningen gezondheidszorg vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
31-05-2007
BWB-id
BWBR0021930
Versie
2007-05-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl