6.1.1.12 — Logistiek en efficiëntie Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Goederenvervoer vanaf 1945 (College van Beroep voor het Bedrijfsleven)
Logistiek en efficiëntie
(827)
Handeling: Het opstellen van regels voor de exploitatie van goederenspoorlijnen
Periode: 2003–
Bron: Directieplan TI 2003–2007
Waardering: B 5
(828)
Handeling: Het opzetten van een register, waarin gegevens worden opgenomen met betrekking tot zeeschepen varende onder de Nederlandse vlag
Periode: 2002–
Bron: Werkplan afdeling TZ, 2002
Waardering: B 5
(829)
Handeling: Het bevorderen van de marktwerking in het goederenvervoer door middel van het wegnemen van belemmeringen en het versterken van de concurrentiekracht
Periode: 1998–
Bron: Directieplan TI 2003–2007, 2002
Waardering: B 1
(830)
Handeling: Het beoordelen van mededelingen van omstandigheden zoals bedoeld in het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990.
Periode: 1990–
Bron: Scheepvaartreglement territoriale zee; Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
Opmerking: – De mededeling wordt beoordeeld door de volgende bevoegde autoriteiten:
– Voor het aanloopgebied Scheldemonden: de Rijkshavenmeester Westerschelde, bedoeld in het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990.
– Voor het aanloopgebied Rotterdam: de havenmeester van de gemeente Rotterdam.
– Voor het aanloopgebied Scheveningen: de technisch directeur van de gemeentelijke dienst stadsbeheer van de gemeente Den Haag.
– Voor het aanloopgebied IJmuiden: de hoofdingenieur-directeur in de directie Noord-Holland van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat.
– Voor het aanloopgebied Den Helder: de Commandant der maritieme middelen van de Koninklijke marine te Den Helder.
– Voor het aanloopgebied Brandaris en het aanloopgebied Eemsmonding: de hoofdingenieur-directeur in de directie Noord-Nederland van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat.
– Voor de territoriale zee, behoudens de aanloopgebieden: de directeur Kustwacht.
– De omstandigheden waarvan mededeling gedaan moet worden, zijn:
(1) Wanneer een schip aan de grond is geraakt of gezonken;
(2) Wanneer een schip in aanraking is gekomen met een ander schip en daarbij schade van betekenis is ontstaan of zich persoonlijke ongevallen hebben voorgedaan;
(3) Wanneer een schip een boei, baken of waterstaatswerk heeft aangevaren, verplaatst of beschadigd;
(4) Wanneer een schip in een toestand verkeert waardoor de manoeuvreerbaarheid of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed;
(5) Wanneer een schip voorwerpen of stoffen heeft verloren of dreigt te verliezen, die het scheepvaartverkeer in gevaar kunnen brengen.
Waardering: B2
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Goederenvervoer vanaf 1945 (College van Beroep voor het Bedrijfsleven)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 31-05-2007
- BWB-id
- BWBR0021916
- Versie
- 2007-05-31_0