wetzoeker

Artikel 36 Uitvoeringswet grondkamers

De behandeling in hoger beroep

1 Tegen de beschikkingen van de grondkamer staat, behoudens het in het derde lid bepaalde, aan partijen, belanghebbenden, alsmede aan de verzoeker binnen een maand, nadat de beschikking aan hen is verzonden, beroep open bij de Centrale Grondkamer.

2 De wederpartij kan van haar kant incidenteel beroep instellen, zelfs na verloop van de in het vorige lid bedoelde termijn en na berusting in de beschikking. Het incidenteel beroep wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid ingesteld bij het schriftelijk antwoord. De afstand van het principaal beroep doet het ingestelde incidenteel beroep niet vervallen.

3 Geen beroep kan door de pachter of door de verpachter worden ingesteld, indien de pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst dan wel het ontwerp van een van deze overeenkomsten ongewijzigd wordt goedgekeurd. Geen beroep kan door de pachter worden ingesteld, indien de wijziging door de grondkamer ingevolge artikel 320 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek betrekking heeft op verlaging van de overeengekomen pachtprijs. Geen beroep kan door de verpachter worden ingesteld, indien bedoelde wijziging betrekking heeft op een verlaging van de overeengekomen pachtprijs met minder dan 10 procent.

Regeling
Uitvoeringswet grondkamers
Afkortingen
Uw gk
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0021912
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl