wetzoeker

Artikel 19 Uitvoeringswet grondkamers

De indiening

1 De verzoeken, bedoeld in de artikelen 325, derde lid, 326, eerste lid, 328, derde lid, 333, tweede en derde lid, 345, tweede lid, 348, tweede lid, 354, derde lid, 379, eerste lid, 380, tweede lid en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, vinden plaats door indiening van een verzoekschrift bij de grondkamer met zoveel afschriften als er wederpartijen bij de overeenkomst of belanghebbenden zijn.

2 Het verzoekschrift vermeldt de naam, de voornamen en de woonplaats van de verzoeker, de naam en de woonplaats van de wederpartij of van de belanghebbenden, als deze er zijn, voorts de gronden, waarop het verzoek steunt, en de gevraagde beslissing.

Regeling
Uitvoeringswet grondkamers
Afkortingen
Uw gk
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0021912
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl