Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)
Handelingnr: 241.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een Ministeriële regeling omtrent de toekenning en berekening van de hoogte van een pensioen en andere tegemoetkomingen ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers.
Periode: 1969–
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 11 lid 3, art. 12 lid 4, 13 lid 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393 en Stb. 1974, 92)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.
Waardering: B 5
Handelingnr: 61.
Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin niet alle overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde en van zijn echtgenote ten volle op de uitkering in mindering worden gebracht.
Periode: 1964–1974
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 13 lid 1(Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1974, 92)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.
Waardering: V, 10 jaar
Handelingnr: 62.
Handeling: Het bepalen van het bedrag voor persoonlijke uitgaven.
Periode: 1969–1984
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 7a lid 3 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert. Het ‘persoonlijk bedrag’ vormt een deel van de periodieke uitkering van de alleenstaande uitkeringsgerechtigde wanneer deze verzorging of verpleging met een blijvend karakter krijgt; zie art.7a lid 1 Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffer ingevoegd bij KB van 16 augustus 1969, Stb. 1969, 393.
Waardering: V, 10 jaar
Handelingnr: 64.
Handeling: Het vaststellen en herzien van de grondslag van de pensioenen en uitkeringen, van de percentages en van de bedragen van extra toe te kennen vergoedingen en in te houden bedragen, zoals deze zijn omschreven in de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers.
Periode: 1969–1974
Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 11 lid 3, art. 12 lid 4, 13 lid 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393 en Stb. 1974, 92)
Opmerking: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hier actor samen met de Minister onder wie Welzijn ressorteert.
Waardering: V, 10 jaar na wijziging
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 26-05-2007
- BWB-id
- BWBR0021872
- Versie
- 2007-05-26_0