wetzoeker

Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)

Handelingnr: 54.

Handeling: Het opstellen van nadere regelen met betrekking tot de uitvoering en de kosten verbonden aan de uitvoering van de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945.

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 22 lid 1, 28 lid 1, 28 lid 2 (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: B 5

Handelingnr: 55.

Handeling: Het beslissen over een korting op de uitkering van een oorlogsslachtoffer dan wel op een verzoek om vergoeding van uitgaven voor een bijzondere uitkering aan een oorlogsgetroffene door het gemeentebestuur.

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 23 lid 3, art. 13 lid 2 (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: B 6

Handelingnr: 56.

Handeling: Het beslissen in gevallen waarin ten aanzien van de uitvoering van de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stcrt. 1960, 226) twijfel bestaat, dan wel waarin de regeling niet voorziet, na overleg met het gemeentebestuur.

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 26 (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: B 6

Handelingnr: 57.

Handeling: Het goedkeuren van de voortzetting van de uitbetaling ingevolge de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stcrt. 1960, 226) van een uitkering aan een oorlogsslachtoffer gedurende de tijd dat deze zich buiten Nederland bevindt.

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 17b (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 58.

Handeling: Het beslissen in een beroep van een belanghebbende tegen een door het gemeentebestuur genomen beslissing.

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 27 (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: B 6

Handelingnr: 59.

Handeling: Het houden van toezicht op de juiste uitvoering van de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stcrt. 1960, 226)

Periode: 1960–1963

Grondslag: Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 25 (Stcrt. 1960, 226)

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 60.

Handeling: Het herzien van grondslagen (inkomen), percentages en bedragen, genoemd in de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945.

Periode: 1969–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 3 lid 3, art. 4 lid 4, art. 4 lid 2 3d (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393, Stb. 1974, 92 en Stb. 1977, 707); KB houdende nadere regelingen betreffende de herziening van uitkeringen etc., art. 1 (Stb. 1976, 456)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging

Handelingnr: 61.

Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin niet alle overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde en van zijn echtgenote ten volle op de uitkering in mindering worden gebracht.

Periode: 1964–1974

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 13 lid 1 (Stb. 1964, 549)

Opmerking: De Minister onder wie Welzijn ressorteert, is hier actor samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 62.

Handeling: Het bepalen van het bedrag voor persoonlijke uitgaven.

Periode: 1969–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 7a lid 3 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1969, 393)

Opmerking: De Minister onder wie Welzijn ressorteert, is hier actor samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ‘persoonlijk bedrag’ vormt een deel van de periodieke uitkering van de alleenstaande uitkeringsgerechtigde wanneer deze verzorging of verpleging met een blijvend karakter krijgt; zie art.7a lid 1 Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffer zoals ingevoegd bij KB van 16 augustus 1969, Stb. 1969, 393.

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 63.

Handeling: Het bepalen dat de termijn (van drie maanden), waarbinnen de toepasselijkheid van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers nièt eindigt bij een verblijf in het buitenland, mag worden overschreden.

Periode: 1964–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 1 lid 3 (Stb. 1964, 549)

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 64.

Handeling: Het vaststellen en herzien van de grondslag van de pensioenen en uitkeringen, van de percentages en van de bedragen van extra toe te kennen vergoedingen en in te houden bedragen, zoals deze zijn omschreven in de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers.

Periode: 1969–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 3 lid 3, art. 4 lid 2 (Stb. 1964, 549, zoals gewijzigd bij Stb. 1974, 92 en Stb. 1977, 707); KB houdende nadere regelingen betreffende de herziening van uitkeringen etc., art. 1 (Stb. 1976, 456)

Opmerking: De Minister is hier actor samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging

Handelingnr: 65.

Handeling: Het (vooraf) instemmen met de verstrekking van een vergoeding in de kosten van bijstand wegens een bijzondere uitkering die een bedrag van ƒ500,- per jaar te boven gaat.

Periode: 1964–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 20 lid 2 (Stb. 1964, 549)

Waardering: V, 10 jaar

Handelingnr: 66.

Handeling: Het verlenen van een bijdrage in de aan de uitvoering van Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1964, 549) verbonden kosten.

Periode: 1964–1984

Grondslag: Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945, art. 21 (Stb. 1964, 549)

Waardering: V. 10 jaar

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
26-05-2007
BWB-id
BWBR0021872
Versie
2007-05-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl