wetzoeker

Afbakening van het beleidsterrein (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)

De beleidsvoorbereiding van de wet- en regelgeving op het gebied van de oorlogsslachtoffers en verzetsdeelnemers was vanaf de oprichting van het Ministerie van Maatschappelijk Werk in 1953 een onderdeel van zijn taakgebied.

De voorzieningen die bij speciale wet of groepsregeling waren getroffen ten aanzien van oorlogsslachtoffers en verzetsdeelnemers werden als ‘bijzondere maatschappelijke zorg’ gezien.

Deze voorzieningen werden als ‘bijzonder’ beschouwd omdat, in tegenstelling tot de Armenwet, de voorzieningen niet uitgaan van het beginsel van individuele ondersteuning, maar van het beginsel waarbij de hoogte van de uitkeringen gebonden is aan vastgestelde normen.

Vanaf de oprichting van het Ministerie van Maatschappelijk Werk hebben zich twee afzonderlijke onderafdelingen beziggehouden met respectievelijk de Wetten buitengewoon pensioen en met de Regeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers, vanaf 1961 Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945. Vanaf 1960 nam men eveneens de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers voor zijn rekening, overgedragen door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Nadat in 1965 de Algemene Bijstandswet tot stand was gekomen en de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 daarop werd gebaseerd, werd de beleidsvoering van deze Rijksgroepsregeling bij een afdeling gebracht die ressorteerde onder de Hoofdafdeling Bijstandszaken.

In 1973 kwam er voor de vervolgingsslachtoffers een aparte wetgeving tot stand, los van de Algemene Bijstandswet: de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945.

Bij de oprichting van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in 1982 werd bij de herindeling van de departementale taken de zorg voor Bijstandszaken naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgeheveld. De uitvoering van de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 werd echter niet overgenomen door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In 1984 werd met de inwerkingtreding van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers ingetrokken. Dit betekende dat er geen enkele regeling met betrekking tot de oorlogsslachtoffers meer onder het bijstandsrecht viel. De beleidsvorming van de buitengewone pensioenwetten heeft vanaf 1965 een autonome plaats ingenomen binnen de Ministeries van CRM en WVC.

Vanaf de totstandkoming van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 kwam zowel de beleidsvoorbereiding en de toepassing van de wetten met betrekking tot oorlogsgetroffen en verzetsdeelnemers bij het Ministerie van WVC.

Het beleidsterrein raakt het beleidsterrein Sociale Voorzieningen. Onder het beleidsterrein Oorlogsslachtoffers valt namelijk ook wetgeving die betrekking heeft op pensioenen van verzetsdeelnemers. Tevens werd de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940–1945 vanaf 1965 gebaseerd op de Algemene Bijstandswet.

Bij de oprichting van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur werd bij de herindeling van de departementale taken de zorg voor Bijstandszaken naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgeheveld. De uitvoering van de Rijksgroepsregeling oorlogsslachtoffers 1940–1945 werd echter niet overgenomen door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De selectielijst op het beleidsterrein Sociale Voorzieningen is gepubliceerd in Stcrt. 2001, 39. Dat BSD is gebaseerd op het RIO nr. 89.

Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft zich met pensioenen, namelijk overzeese pensioenen, en uitkeringen aan oorlogsslachtoffers beziggehouden. De selectielijst op het beleidsterrein Overzeese Pensioenen is gepubliceerd in Stcrt. 1998, 31 en is gebaseerd op RIO nr. 34 Geld(t) voor Overzee, Institutioneel onderzoek naar overzeese pensioenen en eenmalige uitkeringen aan Indische oorlogsslachtoffers.

De handelingen van de gewone Pensioenraad zijn te vinden in RIO/BSD nr. 73, ‘Overheidspersoneel: arbeidsvoorwaarden’, periode 1945–1996, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gepubliceerd Stcrt. 2001/200 en 201.

Inmiddels heeft de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) als ZBO een eigen BSD laten opstellen (op het moment van schrijven nog niet vastgesteld).

De PUR heeft de zorg voor het archief van al haar voorgangers overgenomen. Om die reden is deze actor uit dit BSD verwijderd.

In opdracht van het Ministerie van Financiën is er institutioneel onderzoek uitgevoerd op het beleidsterrein financieel-economisch beleid, onderdeel vergoeding van geleden materiële oorlogsschaden als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en geleden materiële schaden als gevolg van de Watersnoodramp 1953, voor de periode 1940–1980. Het onderzoek heeft zijn beslag gekregen in RIO 127. Het BSD is nog niet wettelijk vastgesteld.

Daar waar het voorliggende BSD ingaat op het onderwerp rechtsherstel en Indische tegoeden, lijkt er een raakvlak te bestaan met het onderwerp oorlogsschaden. In de paragraaf hierboven is een definitie gegeven van de term oorlogsgetroffenen. In dit verband kan in die definitie worden benadrukt dat oorlogsgetroffenen dus niet in materieel, maar in immaterieel opzicht ernstige schade hebben ondervonden van een oorlog. Daarbij moet gedacht worden aan oorlogsinvaliden en personen die in oorlog aan vervolging hebben blootgestaan. In dit BSD wordt onder meer aandacht besteed aan rechtsherstel voor oorlogsslachtoffers volgens de bovenstaande definitie. Onder rechtsherstel wordt in dit kader verstaan het in materiële zin schadeloosstellen van groepen of individuen oorlogsslachtoffers.

In het hierboven genoemde RIO 127 is het onderwerp rechtsherstel expliciet buiten de afbakening gehouden.

Een niet onbelangrijk aandeel van het rechtsherstel houdt verband met de recuperatie van voorwerpen van culturele waarde. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de teruggave van de Goudstikkercollectie.

Hier lijkt een raakvlak te bestaan met het BSD op het beleidsterrein Kunsten, op basis van RIO 71. De definitie van dat beleidsterrein luidt: ‘De taak van de overheid op het beleidsterrein kunsten behelst het ontwikkelen, regelgeven en uitvoeren van beleid met betrekking tot het scheppen en herscheppen van kunst, de distributie en het toegankelijk maken van kunst en de deelname van het publiek aan kunst.’

In onderling overleg zijn de diverse departementen en het Nationaal Archief overeengekomen dat de recuperatie van geroofde kunstwerken gezien moet worden als een handeling binnen rechtsherstel en daarom niet in het BSD Kunsten thuishoort.

Deze selectielijst is gebaseerd op Rapport Institutioneel Onderzoek nr. 3, Oorlogsgetroffenen. In vergelijking met het RIO heeft het BSD wel een groot aantal aanvullingen gekregen en aanzienlijke wijzigingen ondergaan.

De periode is uitgebreid tot en met 2005. Hieronder is een aanvulling van de context opgenomen. Nieuwe wet- en regelgeving is toegevoegd (bijv. de Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen). Tevens zijn hier en daar de gegevens voor de periode 1945–2000 aangevuld. Het betreft onder andere:

– Handelingen gebaseerd op het Besluit Rietkerk-uitkering en de Wet Rietkerk-uitkering zijn in het BSD opgenomen. Dit is geschied na overleg met de PIVOT-onderzoekers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waar dit onderdeel niet bleek te zijn meegenomen tijdens het PIVOT-onderzoek betreffende de overzeese pensioenen.

– De Algemeene Ongevallenregeling Indonesië. In het RIO zijn de handelingen opgenomen voor de periode na 1954, het jaar van de overeenkomst tussen Nederland en Indonesië inzake uitvoering door Nederland van de AOR. Ter completering van het beeld is besloten om ook de handelingen vóór 1954 in het BSD op te nemen, vanaf 1949, het jaar van de soevereiniteitsoverdracht. In hoeverre dit tijdens de selectie veel materiaal ‘oplevert’ is nog maar de vraag, aangezien veel neerslag van deze handelingen zich mogelijk buiten het Koninkrijk bevindt.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Oorlogsgetroffenen vanaf 1945 (Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
26-05-2007
BWB-id
BWBR0021872
Versie
2007-05-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl