wetzoeker

Raad voor het Kwekersrecht (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid vanaf 1945 (Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK))

567

Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raad van het bestuur van het CBP

Periode: 1994–

Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 37

Waardering: B, 4

568

Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap in de Raad van het bestuur van het communautair kwekersrecht

Periode: 1994–

Grondslag: Verordening (EG) inzake het communautair kwekersrecht art. 38

Waardering: B, 4

569

Handeling: Het aanstellen van een Nederlandse vertegenwoordiger voor aanvraagprocedures voor het communautair kwekersrecht

Periode: 1994–

Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 2.5

Opmerking: Het gaat hierom procedures waarin LNV zelf aan deelneemt.

Waardering: V 10 jaar

570

Handeling: Het aanwijzen van een centrale instantie die belast is verzoeken om rechtshulp van het Communautair Bureau voor Plantenrassen in ontvangst te nemen en door te zenden aan de bevoegde instanties

Periode: 1995–

Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 (–) betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.1

Waardering: B, 4

571

Handeling: Het aanvragen van vergoedingen bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen voor deskundigen en tolken en voor de kosten van de aanvraagprocedure

Periode: 1995–

Grondslag: Verordening (EG) nr. 1239/95 betreffende de procedures voor het Communautair Bureau voor Plantenrassen art. 92.6

Waardering: V 5 jaar

573

Handeling: Het deelnemen aan werkgroepen die door de UPOV-Raad zijn ingesteld

Periode: 1961–

Opmerking: Deze werkgroepen hebben onder meer tot taak het voorbereiden van door de raad vast te stellen aanbevelingen, om een uniforme toepassing van het Verdrag in de verschillende lidstaten te bevorderen. De aanbevelingen zijn primair gericht tot de instanties die kwekersrechten verlenen in de UPOV-landen.

Waardering: B, 4

574

Handeling: Het vertegenwoordigen van Nederland in de Raadgevende Commissie (UPOV) en de Commissie voor administratieve en juridische aangelegenheden (UPOV)

Periode: 1961–

Opmerking: Taken bestaan uit het bijwonen van de tweejaarlijkse vergadering in Genève en daarin het Nederlandse standpunt vertegenwoordigen.

Waardering: B, 4

576

Handeling: Het verifiëren van de rekeningen van de Unie overeenkomstig de regelen bepaald in het administratief en financieel reglement

Periode: 1961–

Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 25

Product: Financiële verslagen

Opmerking: De UPOV-Raad bepaalt, met diens instemming, welke uniestaat deze taak gaat vervullen.

Waardering: V 7 jaar

577

Handeling: Het leveren van financiële bijdragen aan UPOV

Periode: 1961–

Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 26.1,3

Waardering: V 7 jaar

578

Handeling: Het aangaan van onderlinge bijzondere regelingen met andere uniestaten voor de bescherming van kweekproducten

Periode: 1961–

Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 29

Product: Samenwerkingsovereenkomsten; bilaterale erkenningen van onderzoeksresultaten

Opmerking: Voor zover deze niet in strijd zijn met de bepalingen in het UPOV verdrag

Samenwerkingsovereenkomsten onder meer met Oostenrijk, Japan, Zuid-Afrika. Acties die hier uit voortvloeien zijn: het opstellen van de overeenkomsten. Ondertekening hiervan gebeurt door de directeur van JZ, namens de Raad voor het Kwekersrecht.

Waardering: B, 1

579

Handeling: Het opstellen van aktes van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ten aanzien van de UPOV, alsmede het de SG schriftelijk mededelen dat deze aktes van toepassing zijn op alle of een deel van de grondgebieden aangeduid in de verklaring of kennisgeving

Periode: 1961–

Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 36

Opmerking: Iedere staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd of een dergelijke kennisgeving heeft gedaan, kan de SG mededelen dat deze akte ophoudt van toepassing te zijn op alle of op een deel van die grondgebieden.

Het gaat hier om de SG van het Bureau van de UPOV.

Waardering: B, 3

580

Handeling: Het bekleden van het voorzitterschap van de UPOV-Raad

Periode: 1988–

Grondslag: Internationaal Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten (herzien) art. 18

Opmerking: De Raad is een permanent orgaan van de UPOV. Nederland heeft in de periode 1988–1991 het voorzitterschap bekleed en gaat dit in de toekomst wellicht nog eens doen.

Waardering: B, 3

610

Handeling: Het aan getuigen en deskundigen (kunnen) opleggen van de verplichting van geheimhouding

Periode: 1967–

Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet art. 14. 6

Waardering: V 5 jaar

612

Handeling: Het uitvoeren van administratief onderzoek alvorens kwekersrecht te verlenen

Periode: 1942–

Bron: Rapport met recht gekweekt p. 73

Opmerking: De Raad voor het Kwekersrecht onderzoekt de naam van het ras, het tijdstip en de positie van de kweker

Waardering: B+V

B, 5 voor ingeschreven rassen

V 5 jaar voor ingetrokkenen afgewezen rassen

613

Handeling: Het aan het Rijksinstituut voor Rassenonderzoek/Plant Research International (PRI)geven van opdracht tot het verrichten van kwekersonderzoek registratie/kwekersrecht- en cultuur- en gebruikswaardenonderzoek

Periode: 1942–

Bron: Interview

Waardering: B, 1 en 5

617

Handeling: Het stellen van nadere eisen aan het teeltmateriaal en de verpakking daarvan bij het indieningverzoek voor het kwekersrecht

Periode: 1967–

Grondslag: Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht art. 18.4

Waardering: B, 5

619

Handeling: Het vaststellen van een kwekersrechtaanvraagformulier

Periode: 1974–

Grondslag: Beschikking instructie Raad voor het Kwekersrecht art. 3

Opmerking: Aanvragers van het kwekersrecht dienen tenminste op het aanvraagformulier te vermelden of en zo ja waar en met welke uitkomst het betreffende ras reeds in een ander land is onderzocht

Waardering: V 5 jaar

620

Handeling: Het stellen van eisen ten aanzien van het ter beschikking stellen van voor onderzoek voldoende hoeveelheid teeltmateriaal van het ras, waarop de aanvraag voor het kwekersrecht betrekking heeft

Periode: 1996–

Grondslag: Zaaizaad- en plantgoedwet, art. 35.3 zoals gewijzigd (Stb. 1996, 398) bij Wet tot goedkeuring van de herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten

Waardering: B, 5

621

Handeling: Het beslissen over aanvragen voor verlening van het kwekersrecht

Periode: 1942–

Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 6.1-2; Zaaizaad- en plantgoedwet, artt. 18.3, 22.1, 35.1 en 36; Wet van 26 juni 1996 (Stb. 98) tot goedkeuring van herziening van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten art. II.E

Product: Aanvraagformulier + technische vragenlijst; onderzoeksrapporten; naamvoorstel; beslissingen van de Raad in verband met de aanvraag; alle andere documenten die leiden tot een aantekening in het Nederlands Rassenregister

Opmerking: Het verlenen van kwekersrecht wordt voorafgegaan door een administratie onderzoek. Vervallen verklaren kan bijvoorbeeld in geval van wanbetaling.

Hieronder valt ook het vaststellen en inschrijven van een voorlopige karakteriserende beschrijving.

Waardering: B+V

B, 5 voor toegewezen aanvragen

V 10 jaar voot niet toegewezen aanvragen

V 2 jaar voor ingetrokken aanvragen

625

Handeling: Het verlengen van de inschrijvingstermijn van een ras in het Centraal rassenregister

Periode: 1942–1967

Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 15.2

Opmerking: De inschrijving vervalt na 25 jaar en kan steeds voor de tijd van 10 jaar verlengd worden wanneer de gerechtigde 3 jaar voor het verstrijken van de termijn bij de Raad daarvoor een verzoek indient.

Waardering: V 5 jaar

629

Handeling: Het nietig verklaren alsmede het overschrijven van inschrijvingen in het Nederlands rassenregister

Periode: 1942–

Grondslag: Kwekersbesluit 1941 art. 19.1-2; Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van art. 18, tweede lid, van de Zaaizaad- en plantgoedwet art. 3.1

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid vanaf 1945 (Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK))
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
23-05-2007
BWB-id
BWBR0021841
Versie
2007-05-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl