wetzoeker

1.4.2 Wetgeving met betrekking tot het internationaal betalingsverkeer Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale Monetaire en Financiële Zaken 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

De Wet internationaal betalingsverkeer 1934 voorzag in een regeling van het internationaal betalingsverkeer. Hoewel de Nederlandse regering voorstander was van vrij betalingsverkeer, zag zij zich genoodzaakt om met bilaterale verdragen met een aantal landen het betalingsverkeer te regelen, o.a. door middel van een het instellen van een vereffeningsinstituut, ook clearinginstituut genoemd.

Clearing is een bijzondere soort betalings- en afrekeningstechniek waarbij de compensatie van schulden en vorderingen niet plaats vindt op de vrije markt maar via de bemiddeling van de overheid.

De Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 verving het Deviezenbesluit 1945 en de Wet Internationaal Betalingsverkeer 1934. Onder deze oude wetgeving was het financiële verkeer met het buitenland verboden, tenzij er een vergunning werd verleend.

Door de economische opbloei en de internationale overeenkomsten zoals die van het IMF, de OESO en de EG en Benelux, was het niet meer nodig en mogelijk om aan het betalingsverkeer beperkingen op te leggen. De Nederlandse regering had zich internationaal verplicht mee te werken aan een liberalisering van het betalingsverkeer. Voor het regelen van het kapitaals- en betalingsverkeer in buitengewone omstandigheden (oorlog) werd aan de Tweede Kamer een aparte Noodwet financieel verkeer in het vooruitzicht gesteld.

De nieuwe wet voorzag ook in de uitsluitende verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën voor het deviezenbeleid. Tot dan toe was de Minister van Financiën, samen met de Ministers van Economische Zaken, van Buitenlandse Zaken, en van Landbouw en Visserij verantwoordelijk voor het deviezenbeleid, volgens het Deviezenbesluit 1945. Ook werden in de wet de bevoegdheden van de Minister en De Nederlandsche Bank geregeld: de Minister was primair verantwoordelijk voor het beleid, De Nederlandsche Bank voor de uitvoering. Pas in 1980 werd de wet van kracht. Daarom werd in 1977 een vereenvoudigd stelsel van deviezenvoorschriften, nog op basis van het Deviezenbesluit ingevoerd, om op die manier het ondoorzichtig en ingewikkeld geworden stelsel van deviezenvoorschriften te stroomlijnen.

De Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 verving de Wet financiële betrekkingen buitenland 1980. Op 1 janari 1994 werd de Europese Gemeenschap in beginsel een vrij kapitaalgebied met alleen restricties ten opzichte van derde landen. De Wet financiële betrekkingen buitenland 1980 sloot niet meer aan bij deze situatie, omdat hierin de Nederlandse regering nog wel vrijwaringsmaatregelen kon nemen.

In de wet, werden evenals in de voorgaande wet, bepalingen vastgelegd voor het verzamelen van gegevens door De Nederlandsche Bank ten behoeve van een overzicht van de betalingsbalans.

In het Verdrag van Maastricht werd het proces vastgelegd dat moest leiden tot een Europese Monetaire Unie.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale Monetaire en Financiële Zaken 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
20-04-2007
BWB-id
BWBR0021703
Versie
2007-04-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl