wetzoeker

1.4.1 Wetgeving ten aanzien van de Wisselkoers Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale Monetaire en Financiële Zaken 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

De Nederlandse politiek streeft naar stabiele wisselkoersverhoudingen. Het beleid wordt voornamelijk uitgedragen in de internationale organisaties, zoals het IMF. Dit beleid werd voor 1 janari 1999 ondersteund door wet- en regelgeving waarin de bevoegdheden van de Minister en De Nederlandsche Bank ten aanzien van het vaststellen van de wisselkoers van de gulden en de pariwaarde werden geregeld.

In de periode 1945–1964 was de bevoegdheid van de regering om de pariwaarde van de gulden te wijzigen vooral gebaseerd op art.1 van het Deviezenbesluit 1945. Hierin werd het algemene deviezenbeleid gelegd in handen van de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Landbouw en Visserij.

Het Deviezenbesluit vormde een aanvulling op de internationale verdragen, zoals die betreffende het IMF en het EEG-verdrag, inzake het vaststellen van de pariwaarde. De handelingen op basis van het Deviezenbesluit 1945 worden beschreven in het RIO Deviezenverkeer.

De in 1964 in werking getreden Wet inzake pariwaarde van de gulden werd ingevoerd om te voorzien in een wettelijke regeling van de procedure en bevoegdheden met betrekking tot een wijziging van de pariwaarde van de gulden. In 1978 verving de Wet inzake de wisselkoers van de gulden van 25 mei 1978 de Wet inzake de pariwaarde van de gulden 1964. De waarde van de gulden kon niet meer worden uitgedrukt in goud. Het pariteitensysteem werd daarmee verlaten. Op basis van de nieuwe wet werden door middel van de Wisselkoersbesluiten ook de koersen vastgesteld, waarmee Nederland deelnam aan de ‘slang’, een Europees wisselkoersarrangement.

In 1998 verving de Wet inzake gemeenschappelijke wisselkoersarrangementen van de euro de Wet inzake de wisselkoers van de gulden. Door het toetreden van Nederland tot de derde fase van de EMU per 1 janari 1999 verviel de mogelijkheid van het op nationaal niveau vaststellen van het beleid van de wisselkoers van de gulden. Dat beleid werd een gemeenschappelijk Europees beleid. Daarmee werd de intrekking van de Wet inzake de wisselkoers van de gulden geboden. Wel diende er een wettelijke voorziening te zijn voor de Nederlandse participatie in de besluitvorming voor het gemeenschappelijk wisselkoersbeleid ten opzicht van de gemeenschapsvaluta’s en voor het gemeenschappelijk wisselkoersbeleid ten opzicht van de niet-Gemeenschapsvaluta’s op grond van art. 109 van het Verdrag.

De wet wees de Minister van Financiën aan als gemachtigde om na overleg met De Nederlandsche Bank en de Staten-Generaal om dergelijke wisselkoersarrangementen, tezamen met de andere lidstaten af te sluiten.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Internationale Monetaire en Financiële Zaken 1945- (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
20-04-2007
BWB-id
BWBR0021703
Versie
2007-04-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl