wetzoeker

8.1.1.2 Geautomatiseerde persoonsregistraties Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Bescherming van Persoonsgegevens 1968- (Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)

(27)

Handeling: Het voorbereiden van een KB waarin een Staatscommissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsregistraties wordt ingesteld (Staatscommissie-Koopmans)

Periode: 1971–1972

Bron: Zie product

Product: KB van 21 februari 1972 (Stcrt. 1972, 43)

Opmerking: Op voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Economische Zaken werd besloten tot instelling van de Staatscommissie-Koopmans. De Minister van Justitie werd met de uitvoering van dit besluit belast. De Minister van Economische Zaken was betrokken bij de instelling van deze commissie omdat het CBS onder zijn verantwoordelijkheid viel.

Waardering: B 4

(29)

Handeling: Het instellen van een ambtelijke werkgroep die de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid voorbereidt

Periode: 1974–1975

Bron: Inleiding op de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid (Stcrt. 1975, 50)

Product: Ministeriële beschikking

Opmerking: Deze werkgroep is ingesteld kort nadat de Staatscommissie-Koopmans in 1974 haar interim-rapport had uitgebracht.

De handeling werd verricht door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken [staatssecretaris]

Waardering: B 4

(30)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid

Periode: 1974–

Bron: Inleiding op de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid (Stcrt. 1975, 50)

Product: Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid (Stcrt. 1975, 50)

Opmerking: Een ambtelijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken, stelde de bovengenoemde regelgeving op. Namens de ministerraad stelde de Minister-President op 7 maart 1975 deze aanwijzingen vast. Met uitzondering van art. 17 t/m 24 zijn de aanwijzingen tot op heden formeel nooit ingetrokken.

Waardering: B 1

(31)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Aanwijzingen inzake de beveiliging van persoonsgegevens verwerkt en opgeslagen in geautomatiseerde gegevensverwerkende systemen bij de rijksoverheid

Periode: 1982–1994

Bron: Zie product

Product: Aanwijzingen inzake de beveiliging van persoonsgegevens verwerkt en opgeslagen in geautomatiseerde gegevensverwerkende systemen bij de rijksoverheid (Stcrt. 1982, 156), vervallen 1994 (Stcrt. 1994, 173)

Opmerking: De handeling werd verricht door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken. In de totstandkoming van deze aanwijzingen speelde het departement van Justitie een ondergeschikte rol (bron: interview met mr. P.J. Hustinx).

Waardering: B1

(32)

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van een wetsvoorstel (1981) voor de Wet persoonsregistraties

Periode: 1974–1984

Grondslag: Verdrag van Straatsburg (Trb. 1988, 7), art. 4 en Grondwet 1983 (Stb. 1983, 70) art. 10

Product: Wetsvoorstel

Opmerking: De handeling werd verricht door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: B 1

(33)

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van het wetsvoorstel Tijdelijke wet aanmelding geautomatiseerde persoonsregistraties

Periode: 1982–1984

Bron: G. Overkleeft-Verburg, De Wet persoonsregistraties. Norm, toepassing en evaluatie (z.p., 1995) p. 111–113

Product: Wetsvoorstel

Opmerking: De handeling werd verricht door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: B 1

(35)

Handeling: Het adviseren van het bestuursorgaan inzake het opstellen van een regeling voor een geautomatiseerd registratiesysteem met persoonsgegevens

Periode: 1975–

Bron: Inleiding op de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid (Stcrt.1975, 50)

Product: Advies

Opmerking: De Inleiding op de bovengenoemde regelgeving vermeldde dat bij de totstandkoming van regelingen voor registratiesystemen met persoonsgegevens in de eerste plaats de daarvoor in aanmerking komende juridische ambtenaren van het betrokken departement worden ingeschakeld. Wanneer er echter aanleiding toe bestaat, kon overleg worden gepleegd met de Stafafdeling Wetgeving Publieksrecht van het ministerie van Justitie.

Dit adviseren vond regelmatig plaats (bron: interview met mr. P.J. Hustinx).

Waardering: B 5

(37)

Handeling: Het verlenen van uitstel voor het opstellen van een regeling voor een geautomatiseerde registratiesysteem met persoonsgegevens

Periode: 1975–

Bron: Inleiding op de Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid (Stcrt.1975, 50)

Product: Ministeriële beschikking

Opmerking: Deze handeling vond niet of nauwelijks plaats (bron: interview met mr. P.J. Hustinx)

Waardering: B 5

(63)

Handeling: Het gezamenlijk met de betrokken minister(s) bepalen op welke geautomatiseerde persoonsregistraties met persoonsgegevens de geldende voorschriften niet van toepassing zijn in verband met de staatsveiligheid

Periode: 1975–

Grondslag: Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de rijksoverheid, art. 26 (Stcrt.1975, 50)

Product: Beschikkingen

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door de Minister-President, de Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en (eventueel) de Vakminister. Het gaat hierbij om registraties zoals eventueel in gebruik door inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Waardering: B 5

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Bescherming van Persoonsgegevens 1968- (Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
18-04-2007
BWB-id
BWBR0021682
Versie
2007-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl