wetzoeker

Artikel 4 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Het college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

1 Het college wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit voor Nederland in de zin van artikel 75 van verordening (EG) 1107/2009. Het college is in dat kader belast met het optreden als rapporteur lidstaat voor de beoordeling van werkzame stoffen, beschermstoffen en synergisten, alsmede met de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, overeenkomstig verordening (EG) 1107/2009.

2 Het college wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit voor Nederland in de zin van artikel 81, eerste lid, van verordening (EU) Nr. 528/2012, tenzij in deze wet anders is bepaald.

3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan het college andere taken worden opgedragen, die samenhangen met het op de markt brengen of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden.

4 In afwijking van het eerste lid is Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit belast met het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 67, eerste lid, derde tekstblok, van verordening (EG) 1107/2009.

5 In afwijking van het eerste lid verstrekt de houder van een toelating aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit informatie over het verkoopvolume van gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 67, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

Regeling
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Afkortingen
Wg&b, Wgb
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0021670
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl