wetzoeker

Artikel 38 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Afwijkingen

1 Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in de artikelen 19, 20 en 22, voor het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel overeenkomstig artikel 53 van verordening (EG) 1107/2009.

2 Een vrijstelling wordt in ieder geval verleend ter uitvoering van een communautaire maatregel, die is gericht op een te bestrijden gevaar.

3 Aan een vrijstelling kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

4 Indien een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan Onze Minister bepalen dat de vrijstelling onmiddellijk na haar bekendmaking in werking treedt. In dat geval kan het vrijstellingsbesluit op andere dan de in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde wijze worden bekendgemaakt.

5 Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan. Tevens kunnen regels worden gesteld omtrent de te volgen procedure en minimumvoorwaarden voor vrijstelling.

Regeling
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Afkortingen
Wg&b, Wgb
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0021670
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl